Laat de Tweede Kamer voortaan vier jaar volmaken

Waarom moet bij de val van het kabinet ook de Tweede Kamer worden ontbonden? In andere landen kan dat niet, of moeilijk. Voer dat hier ook in, stelt Ralph Pans.

Als wij op 12 september naar de stembus gaan, is dat voor de vijfde keer in tien jaar. Er wordt al gesproken van ‘Italiaanse toestanden’ om de staat waarin ons land zich politiek bevindt te karakteriseren.

Hebben wij te maken met een noodlottige samenloop van omstandigheden die het grote aantal verkiezingen het afgelopen decennium kan verklaren, of is er sprake van een trend?

Ik vrees dat het laatste het geval is. In 1848 werd in de Grondwet de mogelijkheid opgenomen van tussentijdse ontbinding van de Tweede Kamer. Sindsdien is zeventien maal van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Dit gebeurde zeven maal in de eerste 110 jaar en tien maal in de 54 daarop volgende jaren.

Bij de behandeling van de Grondwetsherziening in 1983 pleitte de PvdA-fractie voor een voorstel om geen kabinetswisseling meer mogelijk te maken zonder voorafgaande nieuwe verkiezingen. Hoewel dit voorstel verworpen werd, is dit toch de staande praktijk geworden. Het kabinet Cals-Vondeling was in 1965 het laatste dat zonder verkiezingen aantrad na de val van het kabinet-Marijnen over het omroepbestel. Voortaan werd de val van een kabinet, behoudens een korte periode van een demissionair kabinet, altijd gevolgd door nieuwe verkiezingen.

Het beslissende argument voor deze gang van zaken is, dat een wisseling van kabinet zonder een nieuw voorafgaand oordeel van de kiezer niet democratisch zou zijn. Deze redenering is echter minder steekhoudend dan zij op het eerste oog lijkt. Zo is tussentijdse Kamerontbinding in een aantal landen met een minstens zo grote democratische traditie als Nederland niet of alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk.

De Storting, het Noorse parlement, kan niet ontbonden worden. Bij de Bondsdag kan dat alleen als de Bondskanselier het vertrouwen van het parlement heeft verloren en dit niet in staat gebleken is een nieuwe kanselier te kiezen. De Britse regering wil het Lagerhuis een vaste termijn van vijf jaar geven en alleen ontbinding mogelijk maken als tenminste 55 procent van het Lagerhuis dat steunt. Het zijn drie voorbeelden uit een grotere reeks van landen die tussentijdse Kamerontbinding geen goed idee vinden.

En gelijk hebben ze, want er is ook een meer principieel argument tegen Kamerontbinding na de val van een kabinet. Kamerverkiezingen zijn immers primair, het woord zegt het al, verkiezingen voor de Tweede Kamer. De kiezer geeft de Kamerleden bij die gelegenheid een mandaat voor vier jaar. Weliswaar wekken de partijen tijdens de verkiezingscampagnes de indruk dat de kiezer een regering gaat kiezen, onder gebruikmaking van fraaie leuzen als ‘Kies de minister-president’ of ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’, maar hoe die regering eruit gaat zien is op de avond van de verkiezingsuitslag nog slecht te voorspellen. Meer dan het kiezen van een parlement blijkt er uiteindelijk toch niet te zijn gebeurd.

Het Lenteakkoord na de val van het kabinet-Rutte, waarbij de oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie de VVD en het CDA aan een meerderheid hielpen voor een begrotingsakkoord, lijkt overigens op een tussenvorm waarbij zonder verkiezingen een nieuwe tijdelijke coalitie werd gevormd waarvoor gedoogpartner PVV werd ingeruild.

Opmerkelijk is dat in gemeenten en provincies het fenomeen van tussentijdse ontbinding van raden en staten helemaal niet bestaat, behoudens gevallen van fusie. Weliswaar wordt er al een aantal jaren gepleit voor wijziging van de wet op dit punt, maar de decentrale praktijk bewijst dat het ook zonder nieuwe verkiezingen, hoewel dat niet altijd gemakkelijk is, toch goed mogelijk is om een nieuwe coalitie in gemeente of provincie te vormen. Er kwam in al die tijd slechts drie keer een regeringscommissaris aan te pas om in een gemeente tussentijds orde op zaken te stellen – voor het laatst in 1951 toen in Finsterwolde de CPN-meerderheid opzij werd gezet.

Nu Nederland hard op weg lijkt naar steeds kortere intervallen tussen verkiezingen, waardoor de bestuurlijke stabiliteit en slagkracht van ons land in gevaar wordt gebracht, doen wij er verstandig aan om de zittingsduur van de Tweede Kamer formeel en feitelijk op vier jaar vast te leggen en de Tweede Kamer niet meer tussentijds te ontbinden. Als het kabinet valt, moet er voortaan binnen het kiezersmandaat dat voor vier jaar gegeven is gewoon een nieuw kabinet gevormd worden. De kiezer spreekt zich op het daarvoor bestemde tijdstip, eens in de vier jaar, uit over hoe de volksvertegenwoordigers met dat mandaat zijn omgegaan.

Ralph Pans is voorzitter van de directieraad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en prominent PvdA-lid.