En toen wilden ze allemaal naar Ajax

PSV en Ajax moeten voor een opleving van de eredivisie voor vrouwen zorgen. Voor topclub Ajax was het niet moeilijk om goede speelsters aan te trekken.

AMSTERDAM. Alle hoofdvelden op sportpark De Toekomst zijn bezet als de voetbalsters van Ajax op een woensdagmiddag willen beginnen met hun training. Een jeugdelftal speelt een plotseling ingeplande oefenwedstrijd en dus kunnen de vrouwen niet terecht op hun gebruikelijke trainingsveld. Ze moeten uitwijken naar een veldje achter op het complex. Het hoort volgens Marleen Molenaar, manager van het vrouwenteam van Ajax, bij de opstartproblemen van een nieuw vrouwenelftal. „We lopen hier pas een paar maanden rond en moeten nog ingepast worden binnen de club. Nu is het de eerste keer dat zoiets gebeurd, maar het moet niet zo zijn dat dit over een jaar nog steeds kan en het altijd de vrouwen zijn die moeten uitwijken.”

Molenaar is sinds 18 mei verantwoordelijk voor de vrouwenafdeling van Ajax. Toen besloot de Amsterdamse voetbalclub, na jaren van terughoudendheid en twijfels, te beginnen met een vrouwenelftal. PSV volgde niet veel later. Terwijl Willem II en drievoudig landskampioen AZ een jaar eerder nog besloten te stoppen met de financieel niet rendabele vrouwentak. Voetbal is met 127.000 leden de grootste sport voor vrouwen in Nederland en de sport blijft onder jonge meisjes snel groeien – maar met een professionele competitie wilde het maar niet lukken. De komst van topclubs PSV en Ajax moet voor een opleving van de eredivisie zorgen.

Vrijdag speelde Ajax de eerste competitiewedstrijd tegen Heerenveen. De ploeg won met 2-0. Het duel vond plaats op jeugdcomplex De Toekomst. Niet in de Arena, waar de mannen hun wedstrijden spelen. „Als er 3.000 toeschouwers komen kijken is dat voor ons veel”, zegt sterspeelster Anouk Hoogendijk. „Dat ziet er wat zielig uit in zo’n groot stadion als de Arena.”

De 27-jarige Hoogendijk was een van de eerste speelsters die de stap naar Ajax maakte. Samen met de 31-jarige Daphne Koster, die zich deze zomer ook bij Ajax meldde, is Hoogendijk al jaren het gezicht van het vrouwenvoetbal in Nederland. Hoogendijk wilde van jongs af aan maar één ding: voor Ajax voetballen. De van FC Utrecht overgekomen middenvelder had niet meer verwacht ooit voor haar jeugdliefde te kunnen uitkomen. „Er waren wel steeds geruchten dat Ajax zou beginnen met een vrouwenteam, maar het gebeurde maar niet”, vertelt Hoogendijk. „Dan zet je het uit je hoofd.”

Het kostte Ajax deze zomer weinig moeite goede speelsters aan te trekken. Volgens manager Marleen Molenaar kwamen speelsters na de bekendmaking al snel bij haar informeren. „Ze belden om te vragen wat de plannen waren en wie de trainer zou worden. Vrouwen die al hun hele leven Ajax-fan zijn en in deze regio wonen wilden dolgraag hier spelen.”

Er waren zoveel speelsters die zich meldden dat Molenaar ook veel vrouwen moest teleurstellen. „We hebben topspeelsters moeten weigeren”, bevestigt ze na enig aandringen. „Als zich vijf goede vrouwen melden voor dezelfde positie, dan heb je er niet zoveel aan ze allemaal deze kant op te halen.” Maar ook het niveau van de competitie speelde een rol in de keuze van Ajax om internationals te weigeren. „De vijver waaruit de clubs in Nederland moeten vissen is nog niet heel groot. Dan is het beter dat goede speelsters wekelijks spelen bij een andere club dan dat ze bij Ajax misschien op de bank zitten.”

Ajax denkt ook aan de andere clubs, is de boodschap van Molenaar. Toch zijn die niet allemaal even blij met de komst van Ajax in de eredivisie. Trainer Sarina Wiegman werd vorig seizoen landskampioen met ADO Den Haag en zag deze zomer drie van haar beste speelsters vertrekken naar Amsterdam. Haar ploeg doet dit jaar daardoor niet mee om de titel. De eerste wedstrijd verloor ADO kansloos met 3-0 van PSV. „Voor de uitstraling en het imago van het vrouwenvoetbal is de komst van Ajax en PSV perfect”, zegt Wiegman. „Maar voor de gelijkwaardigheid van de competitie absoluut niet. Alle goede speelsters willen nu naar die clubs en dat kunnen de anderen niet tegenhouden.”

In 2007 besloten de teams bij de start van de eredivisie dat speelsters niet zelf mochten kiezen bij welke club ze gingen spelen. Om het niveau van de competitie gelijkwaardig te houden, werden de internationals evenredig over de teams verdeeld. Dat uitgangspunt is begin dit seizoen losgelaten. Tot onvrede van Wiegman. „We waren er nog niet aan toe om volgens het vrijemarktprincipe te werken. Je ziet dat clubs als Ajax en PSV, die bij de mannen echte bolwerken zijn, een gigantische aantrekkingskracht hebben op speelsters. Het maakt niet uit wat het beleid is of wie er in de staf zit. Die vrouwen willen bij Ajax of PSV voetballen.”

Maar wat Wiegman het meest steekt is dat Ajax een samenwerkingsverband heeft met het Centrum voor Topsport en Onderwijs Amsterdam, waar jonge Nederlandse talenten worden opgeleid. „Door die samenwerking gaan de grootste talenten vrijwel automatisch naar Ajax”, constateert ze. „Daar wordt Ajax alleen maar sterker van, en dat is slecht voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Dat moet echt anders.”

De speelsters van Ajax hebben geen boodschap aan de kritische woorden van Wiegman. Die willen gewoon voetballen voor hun nieuwe club. En het liefst dit seizoen al kampioen worden. „Ons doel is om voor de titel mee te doen”, zegt Hoogendijk. „Daar hebben we de selectie voor.” Gesproken als een echte Ajacied, vol zelfvertrouwen en overtuiging van eigen kunnen. Maar van arrogantie is geen sprake, benadrukt ze. „We moeten het eerst maar eens laten zien.”