Doorfietsende vijftigers worden gezonder oud

Dat fitte volwassenen langer leven, was bekend. Maar dat ze tegen het eind van hun leven ook gezonder zijn, was onbewezen. Amerikaans onderzoek levert dat bewijs.

Fitte veertigers en vijftigers hebben aan het eind van hun leven minder last van chronische kwalen dan generatiegenoten met minder lichaamsconditie. Wie fit is op middelbare leeftijd leeft – gemiddeld – niet alleen langer, maar is voor de dood korter ziek en krijgt dus extra gezonde jaren.

Dat vonden onderzoekers van het Cooper Institute in Dallas, Texas na decennia durend onderzoek bij bijna 19.000 mensen die daar, vaak al in de jaren tachtig, rond hun vijftigste een conditietest deden. Nadat ze 65 jaar waren geworden, keken de onderzoekers welke ziekten die mensen kregen. Ze gebruikten daarvoor gegevens van Medicare, de Amerikaanse ‘bejaardenziektekostenverzekering’. Het verslag van de Cooper-onderzoekers verscheen gisteren als online-publicatie van de Archives of Internal Medicine. Het Cooper Institute is in 1970 opgericht door Kenneth Cooper, die als legerarts eerder de nog veelgebruikte Coopertest (zo ver mogelijk hardlopen in 12 minuten) ontwikkelde.

Matig intensief sporten is genoeg voor een veertiger of vijftiger om de kans op chronische ziekten later in het leven te halveren. De fitste 20 procent van de proefpersonen jogde bijvoorbeeld wel regelmatig, maar gemiddeld niet meer dan 16 kilometer per week. Joggen en flink doorfietsen is matig intensief bewegen. Wandelen is een lichte activiteit.

De fitste groep in dit onderzoek hield de conditietest gemiddeld 23 minuten vol. De 20 procent met de slechtste conditie hield het na 11 minuten op de loopband voor gezien. Die loopband werd volgens een vast protocol onder een steeds hogere hellingshoek gezet, zodat de loper steeds meer moeite moest doen.

De minst fitte groep in dit onderzoek, die niet regelmatig sportte, kon toch nog wel wat tijdens die conditietest. Het Cooper Institute in Dallas krijgt dan ook bijna allemaal hoog opgeleide blanken binnen zijn muren. Een commentator in het tijdschrift schrijft dat het effect van fitheid op het ontstaan van chronische ziekten in de hele bevolking misschien wel veel groter is. Dan is er een veel grotere variatie van lichaamsgewicht en conditie.

Dat fitte volwassenen langer leven was wel bewezen, maar dat veertigers en vijftigers tegen het eind van hun leven minder chronische ziekten krijgen, daar was weinig wetenschappelijk bewijs voor. De vraag was altijd of die extra jaren misschien ziek werden doorgebracht.

Dat leek de laatste decennia bijvoorbeeld met de Nederlandse bevolking te gebeuren: steeds een beetje winst in levensduur, maar nauwelijks in gezonde levensjaren. Het idee dat mensen weinig hebben aan steeds hogere ouderdom als de extra tijd ziek wordt doorgebracht, stamt uit 1980 en is van James F. Fries, nu emeritus hoogleraar van Stanford University. Hij vond dat overheidsbeleid meer gericht moest zijn op het verkorten van de ziektejaren dan op het toevoegen van levensjaren. Toen was er aandacht voor niet-roken, vermijden van hoge bloeddruk en behoud van een normaal gewicht. ‘Matig intensief’ inspannen op middelbare leeftijd kan aan dat rijtje worden toegevoegd.