Column

‘Diederiks’ zege

Als ik op het gedrag van mijn vrouw mag afgaan, hebben duizenden PvdA-leden de dag van gisteren opgewekt neuriënd doorgebracht. ‘Diederik’ had het premiersdebat gewonnen!

Zelfs De Telegraaf erkende het, evenals RTL-commentator Marco Pastors, al trok die er het gezicht bij van een Rotterdamse oorwurm die door kakkerlakken van allochtone afkomst werd opgevreten.

Nadat ze de hele dag alle kranten en websites opgewonden had gespeld, vroeg ik: „Is de blijdschap niet een tikje voorbarig? Per slot van rekening blijken de CPB-cijfers behoorlijk ongunstig voor de PvdA.”

Ze schudde het hoofd. „Cijfers zijn maar cijfers. Ga jij nou weer simmen terwijl er eindelijk wat te vieren valt? Diederik heeft de PvdA teruggebracht in de race. We hebben gelukkig weer iemand waar ze in het debat niet omheen kunnen. Hij heeft snel geleerd. Hij praat niet meer zo vlug, hij doseert zijn fenomenale feitenkennis beter en hij blijft rustig. Wat Job niet lukte – als een soort aartsvader boven de partijen staan – daar slaagde Diederik onverwachts wél.”

„Misschien ook omdat hij naar jou heeft geluisterd: hij laat de haartjes aan de zijkanten van zijn schedel doorkomen.”

„Precies! Wat wil ik nog meer? Nou ja, hij zou af en toe iets spontaner mogen klinken, maar dat komt nog wel.”

Ik kon het niet laten om toch op een schaduwzijde van het premiersdebat te wijzen, althans, voor mensen van linkse huize. Was de nederlaag van Roemer eigenlijk niet veel belangrijker dan de overwinning van Samsom? De afbladdering van Roemer leek begonnen. Hij was nerveus en kon zich als enige niet goed staande houden in het debat. Hij liet tegen Rutte kansen liggen en zijn Nederlands klonk steeds onbeholpener, terwijl hij aan zijn Engels al niet eens meer durfde te beginnen.

Daar stond geen kandidaat-premier met de vereiste allure. De kijkers hadden dat haarscherp geregistreerd. En vermoedelijk ook die grote aantallen PvdA-kiezers die de laatste tijd om strategische redenen naar de SP leken over te lopen.

„Dat is misschien fijn voor de PvdA”, zei ik, „maar het is nog fijner voor Rutte, want die gaat nu deze verkiezingen winnen. Je moet vooral niet denken dat Samsom hem nog kan inhalen. Daarmee wordt Ruttes kinderachtige so-cia-lis-tenhaat, die hij trouwens van Wilders gejat heeft, beloond.”

„So what?”, zei ze, want haar Engels is beter dan dat van Roemer, „dat betekent nog niet dat Rutte de formatie naar zijn hand kan zetten. Als de PvdA en de SP zich niet uit elkaar laten spelen, zal Rutte daar een harde dobber aan krijgen.”

We sloegen even aan het rekenen. Volgens sommige peilingen zou er een coalitie mogelijk zijn van PvdA, SP, CDA, GroenLinks en ChristenUnie – goed voor bijna 80 zetels. „Dan heb je de VVD en D66 niet meer nodig”, zei ze.

„Maar je krijgt wel elke dag heel rechts Nederland over je heen”, waarschuwde ik, „van De Telegraaf tot Wientjes.”

Ze herinnerde me er met verbazing aan dat we het nog nauwelijks over Wilders hadden gehad.

„Klopt”, zei ik, „en misschien is dát wel het grote pluspunt van het debat. Niemand trekt zich nog veel van Wilders aan. Hij zal heus wel weer een behoorlijk verkiezingsresultaat halen, maar het doet er niet meer toe. Wilders is irrelevant geworden. Hij heeft zijn eigen cordon sanitaire georganiseerd. Niemand wil ooit nog met hem samenwerken. Zelfs de VVD niet.”

„En dat wil wat zeggen”, zei ze.