De eurorevolutie

Dit najaar komt het eurosysteem in een staat van stress die, in navolging van voormalig NRC Handelsblad columnist J.L. Heldring, als „potentieel revolutionair” kan worden gekenmerkt. Revoluties zijn vaak het gevolg van een vonk die een onhoudbare structuur doet ontploffen. Bij de Franse revolutie was die vonk de broodprijs en bij de Arabische Lente de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi. In Argentinië werd de vaste wisselkoers tussen de peso en de dollar politiek onhoudbaar door de cacerolazos, het volksprotest met potten en pannen.

De lijdensweg van het eurosysteem begint, wederom, met Griekenland dat in de komende twee jaar 11,5 miljard euro moet besparen. In een krimpende economie (dit jaar min 6,9 procent) kort de regering van premier Samaras pensioenen, sociale uitkeringen en overheidssalarissen, terwijl 40.000 ambtenaren worden ontslagen. Samaras reisde langs enkele cruciale eurolanden: hij vraagt meer tijd. Dat betekent verhoging van het huidige hulppakket of een derde hulppakket. Zo niet, is Griekenland failliet.

Samaras moet de bezuinigingsmaatregelen door het parlement krijgen met steun van een wankele coalitie. De grootste oppositiepartij, Syriza, bestrijdt deze maatregelen zowel binnen als buiten het Griekse parlement. Syriza mikt op demonstraties en straatgeweld. Griekenland komt in een Argentijns scenario waar, ruim tien jaar geleden, de regering probeerde de inwisselbaarheid tussen peso en dollar te handhaven, tegen alle economische logica in. Betogingen met kletsende potten en pannen leidden eerst tot de noodtoestand, maar uiteindelijk tot de val van de Argentijnse regering. De Griekse staat is zwak en houdt een soortgelijke ‘revolutionaire toestand’ niet lang vol.

Griekenland heeft een onmiddellijk besmettend effect op Italië, Spanje en Portugal waar de economieën dit jaar harder krimpen dan voorspeld. Een Griekse crisis zal de kosten van de herfinancieringsbehoefte voor Italië en Spanje opjagen. Italië moet in september 10,4 miljard euro lenen en in oktober 18,4 miljard; Spanje 20,3 miljard in oktober. Griekenland is een bodemloze put, maar Spanje en Italië hebben tijd nodig voor structurele hervormingen. Tien jaar geleden had Duitsland vier jaar nodig om structuurhervormingen door te voeren, en dat was met instemming van alle sociale partners. De vraag is of Italianen en Spanjaarden voldoende geduld hebben. Hogere rentelasten en een krimpende economie hebben een psychologisch ontmoedigend effect. Structuurhervormingen voelen aan als een tunnel zonder licht. Met een jeugdwerkloosheid van 50 procent wordt uitzichtloosheid een sociaal explosief.

Ten noorden van de Alpen is 12 september een datum om in de gaten te houden: Nederlandse verkiezingen en de uitspraak van het Duitse Grondwettelijk Hof over de verenigbaarheid van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) met de Duitse grondwet. Financiële markten beschouwen de resultaten van de PVV en de SP als graadmeter voor het vertrouwen van Nederlanders in het eurosysteem. Na de uitspraken van SP-lijsttrekker en premierkandidaat Roemer over fiscale discipline (of liever het gebrek eraan) wordt een hoge score van de SP geïnterpreteerd als motie van wantrouwen tegen de euro. Dat maakt Nederland tot onzekere factor.

De uitspraak van het Bundesverfassungsgericht is nog belangrijker. Het Hof zal het ESM niet onverenigbaar verklaren met de Duitse grondwet. Zo ja, is de euro weg. Het Hof zal de staande jurisprudentie volgen: Duitsland mag geen transfers doen zonder instemming van de Bondsdag. Het ESM verlangt echter ‘onvoorwaardelijk en onherroepelijk’ transfers van eurolanden zodra het ESM dat verlangt. Het Hof kan eisen: ofwel instemming van de Bondsdag, ofwel de Duitse grondwet veranderen om automatische transfers constitutioneel te legitimeren. Kortom: een grondwetswijziging, mogelijk via een referendum. Dat zou inwerkingtreding van het ESM uitstellen. Het eurosysteem zit dan met een Griekse revolutionaire toestand, onbetaalbare herfinancieringskosten voor Italië en Spanje, terwijl het ESM niet van start kan gaan. Indien het ESM dat wel zou kunnen, zou het structureel te weinig kapitaal hebben om Italië en Spanje te redden. Dan zal ongetwijfeld de Europese Centrale Bank (ECB) optreden als lender of all resorts. De ECB kan echter alleen tijd kopen, maar geen sociaal-economische structuurwijzigingen doorvoeren. Tijd wordt schaarser en duurder naarmate de eurostress toeneemt.

De Duitse eurocriticus Hans-Olaf Henkel heeft gelijk: Duitsland zal het eurosysteem nooit alleen verlaten. Het schuldgevoel over de Tweede Wereldoorlog zit zo diep in het Duitse dna dat de Duitse politieke klasse de euro zal steunen, ongeacht de kosten. Maar de Duitse bevolking mort. Finland spreekt wel openlijk over een Finse exit (ofwel Fixit). Een Fins vertrek uit de eurozone veroorzaakt bij Finnen geen schuldgevoel. Integendeel, Finland heeft enorme economische structuurhervormingen doorgevoerd na de instorting van de Sovjet-Unie. Na die pijn moet het nu overmatig meebetalen voor landen die lange tijd boven hun stand leefden. Finnen voelen zich binnen het eurosysteem bedrogen.

Niet de economieën van de eurozone convergeren, maar wél de crisislijnen binnen het eurosysteem. Europa doorstond revoluties in vele vormen en gedaanten; 1789, 1830, 1848, 1917, 1968. De aloude vraag ‘waar en wanneer komt de vonk’ hangt boven Europa. Heldring heeft gelijk. Hij is eigenlijk als columnist te vroeg gestopt.