Colombia: kans op akkoord na halve eeuw bloedige strijd

De regering van Colombia en de rebellenbeweging FARC gaan om de tafel om een vredesakkoord te sluiten. Een doorbraak in een van de oudste en bloedigste conflicten in Zuid-Amerika, met kans van slagen.

Na een halve eeuw van bloedige strijd die aan vele duizenden Colombianen het leven heeft gekost, gaat de Colombiaanse regering vredesbesprekingen voeren met de rebellenbeweging FARC.

President Juan Manuel Santos kondigde dit gisteren op de tv aan. De van oorsprong marxistische FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) is de laatste groteguerrillabeweging in Latijns-Amerika.

Het is niet voor het eerst dat de partijen om de tafel gaan, maar de FARC is de laatste jaren militair sterk verzwakt. De bemiddelende rol van Cuba en Venezuela maakt de kans op een doorbraak reëel. Colombia is een opkomende economische macht, maar buitenlandse investeerders worden afgeschrikt door het geweld.

Geen van de voorgangers van president Santos is er in geslaagd om vrede te bereiken. Santos kiest naast het jarenlange militaire offensief tegen de FARC ook voor het voeren van vredesonderhandelingen. „Verkennende gesprekken” zijn al gaande, zei Santos. Ook de andere grote guerrillabeweging in Colombia, de ELN, heeft hem gevraagd besprekingen te openen.

Santos probeerde op tv de angst weg te nemen dat de regering te snel zal toegeven aan de leiders van de FARC, die in het verleden onbetrouwbare onderhandelingspartners zijn gebleken. Tijdens de gesprekken blijft het leger actief „op iedere centimeter” van het Colombiaanse grondgebied, zei de president.

Santos refereerde aan de pijnlijke mislukking van de laatste vredesonderhandelingen met de rebellen, eind jaren negentig. Om de FARC te paaien kregen ze toen een gebied zo groot als Zwitserland toegewezen als ‘veilige haven’. De guerrillabeweging misbruikte de afwezigheid van het leger daar om strijders te trainen, geld te verdienen met drugshandel en gijzelkampen te bouwen.

Om de FARC aan de onderhandelingstafel te krijgen doet Santos wel enkele concessies. Rebellen die zich overgeven – er zijn naar schatting 9.000 FARC-strijders in Colombia – krijgen amnestie als ze geen mensenrechtenschendingen hebben begaan. Hun leiders worden niet uitgeleverd aan het buitenland, waar velen worden gezocht voor drugshandel. Dat heeft een anonieme bron gezegd tegenover persbureau Reuters.

Santos gaf weinig details over de besprekingen, maar media in Colombia en buurland Venezuela meldden gisteren een schema voor de vredesonderhandelingen. De gesprekken zouden 5 oktober beginnen in de Noorse hoofdstad Oslo, gevolgd door overleg in de Cubaanse hoofdstad Havana. Daar zijn ook de verkennende gesprekken gehouden die de president noemde.

Santos’ directe voorganger is fel gekant tegen de onderhandelingen. Álvaro Uribe, president van 2002 tot 2010, voerde het offensief tegen de linkse rebellen op. Santos was minister van Defensie onder Uribe. Volgens Uribe valt niet met de FARC-leiders te onderhandelen.

Maar de FARC heeft daar nu mogelijk wel belang bij. De afgelopen jaren zijn belangrijke leiders overleden, soms gedood door het Colombiaanse leger. Hoewel lokale FARC-groepen nog vrijwel wekelijks aanslagen uitvoeren, lijkt het centrale bestuur niet meer te geloven in een succesvol einde aan de strijd. Die begon in 1964 als strijd tegen armoe en voor gelijkheid van arme plattelanders. Later liep die strijd uit op een guerrilla die draait om drugshandel en ontvoeringen.