Arjen Lubach: ‘Ik ken de worsteling’

Wekelijks verklaart een schrijver, sporter of politicus in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad de liefde aan een boek. Deze week, in de rubriek Boekdelen, schrijver Arjen Lubach over Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? van Johan Harstad.‘Bij Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? van Johan Harstad dacht ik meteen: hier is voor het eerst iemand die hetzelfde probeert als ik. De hoofdpersoon heette zelfs Mattias, net als in het boek dat ik toen net had gepubliceerd. De herkenning ging zover dat ik Harstad later in Noorwegen heb opgezocht.

„Harstad kan op prachtige wijze dingen visualiseren die niet visueel zijn. Zoals het boek begint: Mattias staat in het tuincentrum waar hij werkt en denkt na over een regendruppel die zich boven hem van een wolk losmaakt en recht op hem afstevent – alsof de regendruppel dat al van plan was. Hier is iemand die alleen is, iemand die de tijd heeft om die druppel te analyseren, die niet schreeuwt naar zijn collega’s, maar zich naar binnen keert, die overdenkt uit hoeveel procent water de mens bestaat. De zinnen kondigen onheil aan: Een sterk begin.

„De mooiste vergelijking in het boek komt op een moment waarop het heel stil is, en Mattias onrust voelt. Er staat: het is zo stil als duizend honden die niet blaffen. Je voelt het, met je ogen dicht. Zelf probeer ik ook een extra laag in situaties aan te brengen zonder die letterlijk op papier te zetten. Ik heb wel eens iets geschreven als: de woorden van zijn zin ontsnapten uit het raam. Dat vind ik verfijnder dan: de ander reageerde amper.

„Ergens jaren negentig is in Nederland de romantiek vertrokken. Iemand als Jan van Mersbergen – die ik heel goed vind – vertelt sec wat er gebeurt. In zijn boeken werd alles uitgekleed en toch vertelden ze mooie verhalen. Zelf was ik er toen ook van overtuigd dat al het andere té wollig was. Door Harstad ontdekte ik een romantische schrijfstijl die niet meteen pretentieus was; ik ontdekte het verschil tussen romantiek die dienend is en romantiek die de hele boel probeert te dragen. Goed doseren is belangrijk, er zijn boeken waarin je twintig keer leest dat het vuur aan het hout likte. Wees origineel, wees creatief en doseer, dan kun je bovenop de kale literatuur romantiek bouwen.

„De hoofdpersonen van Harstad staan aan de zijlijn van het leven; ze krijgen alle kansen, maar kijken toe. Daar verwijst de titel ook naar. Mattias voelt een verbondenheid met Buzz Aldrin, de tweede man op de maan – dan ben je nét niets, helemaal niets eigenlijk. Mensen die onzichtbaar blijven voor het grote, voor de massa. Net als bij een Woody Allen-film moet je eerst accepteren dat het boek gaat over luxeproblemen. Maar dat maakt niet uit. Ik houd daarvan. Het gaat bij Harstad over mensen als ik die worstelen, die hun grip op de tijd verliezen. Geen extreme verhalen over vluchtelingen of oorlogstrauma’s.

„Zelf heb ik ook veel kansen gekregen en desondanks kun je worstelen met het leven. Je doet je best om mee te doen, maar dat lukt niet altijd. Ik heb misschien een talent voor taal en humor. Meedoen zou dan betekenen: ga bij een reclamebureau werken. Dan ben je deelnemer. Maar zoals ik mijn leven nu invul zeil ik overal een beetje langs. Misschien ben ik iemand die een basis ontbeert: ik ben opgegroeid in een klein dorpje, ik ben gereformeerd gedoopt maar nu de meest overtuigde atheïst die ik ken en mijn moeder is vroeg overleden. Als iemand aan de zijlijn staat is er een constante strijd gaande tussen de wil om mee te doen aan het leven en tegelijkertijd datzelfde leven niet begrijpen. Harstad toont die worsteling. Uiteindelijk belandt Mattias op de Faeröer Eilanden, waar hij in een gesticht meebouwt aan een schip om naar de Caraïben te varen – Harstad toont het prachtige alternatief aan hen die worstelen.