Trending Tofik

Sportjournalisten hebben het duizend keer zwaarder dan hun collega’s van politiek, dat is voor mij na een paar dagen in deze verkiezingscampagne zo klaar als een klontje.

Ik denk dat de meeste politieke jongens niet mee kunnen in de sportwereld.

Rutger Castricum? Geef ’m twee weken in de catacomben van een voetbalstadion en dan gaat-ie toch echt op een brancard naar buiten. Voetballers schijten op journalisten, na een wedstrijd moet de persvoorlichter van dienst ze dwingen om even met de pers te praten.

„Waar moet ik heen?”, hoorde ik Theo Janssen ooit iets te hard vragen. „Naar die dikke of die schele?”

Nee, dan politici.

Die staan in campagnetijd nog net niet naar je te zwaaien. Die mag je alles vragen, die mag je beledigen. Ze proberen altijd vriendelijk te blijven, maar liegen vervolgens keihard in je gezicht. Bijvoorbeeld dat ze ontzettend veel zin in de campagne hebben.

Afgelopen vrijdag bezocht ik de opnames van het NTR-programma De Halve Maan bij Podium Mozaïek in Amsterdam-West, waar alle aandacht naar Diederik Samsom ging. De gedachten gingen naar Tofik Dibi die zes televisieminuutjes meepakte in een ‘zijdebat’ tussen hem en een gehaaide tante van de Socialistische Partij.

Na afloop poseerde hij met wat buurt-Marokkanen voor een smartphone, met een schuin oog loerend naar Diederik en de journalisten. Hij zal zich deze campagne anders voorgesteld hebben toen hij zich – Bam! – een half jaar eerder kandideerde als leider van GroenLinks.

Inmiddels was de situatie zo dat Jolande Sap in Nijmegen oranje bloemetjes van een hoogwerker mocht strooien en vanaf een dak interviews gaf over zonnepanelen, terwijl hij 7Up dronk met de in hem geïnteresseerde pers – ik – en daarna nog door moest naar Helmond waar ‘juf Sobiha’ een couscousparty gaf ‘om meer wederzijds begrip en verbondenheid in de buurt te promoten’.

Na zijn kansloze gooi naar het leiderschap was hij door een diep dal gegaan. Hij sliep slecht en was kilo’s afgevallen van alle negatieve tweets – „Ik was Trending Tofik” –, kwetsende columns en imitaties in tv-programma’s. Hij was tot het inzicht gekomen dat het ’t beste was als hij zich niet meer druk maakte over wat anderen van hem vonden.

„Ik vind inhoud belangrijker dan vorm.”

Zo, de 7Up was op. Hij stond op, de couscous in Helmond wachtte.

Hij zei eerlijk: „Ik kijk er naar uit, het lijkt me hartstikke leuk. Voor die mensen doe je het.”

Ik antwoordde – ook heel eerlijk – dat ik me dat goed kon voorstellen. Couscous eten en inhoudelijk bezig zijn bij juf Sobiha in Helmond, wie wil dat niet?