Speeltuin

Voor de speeltuin staat een verkiezingsbord, mijn kinderen spelen, ik krijg een telefoontje. Of ik columns wil schrijven. Dat wil ik wel. Ik zeg dat ik graag over mijn kinderen schrijf en over speeltuinen, maar dat zal ik alleen doen als het toepasselijk is. Actueel.

Ik zoek een bankje. Ik eet een broodje groene peperpaté. Naast me zit een jonge moeder. Haar dochter – blonde peuter met staartjes – staat zwijgend voor haar, met een gespannen kindergezicht. Natuurlijk herkent de moeder dat gezicht. Ze zegt: „Poep jij maar lekker in je luier, dan gooien we het straks weg.”

Dat doet het meisje. Ze blijft voor het bankje staan en kijkt heel geconcentreerd naar de blaadjes van de heg achter ons. Mijn kinderen spelen met de waterpomp. Ik heb mijn broodje bijna op.

Ik kijk naar de achterkant van het verkiezingsbord. Ook daar zijn een paar posters op geplakt. Passieve communicatie is dat, maar daardoor heel prettig. Heel stil, ondanks de vette kapitalen.

Ik luister niet graag naar politici. Het gemaakte zelfvertrouwen, de stelligheid, de eerzucht. Ik wil het niet horen. Wat ik wel interessant vindt: de mimiek. Verschijnen politici op televisie, dan draai ik het liefst het geluid weg en bestudeer ik de gezichten, de trekjes, de spanning. Vooral in deze opgefokte campagnetijd waarin ieder interview net even zelfverzekerder en stelliger moet.

Hier op het bankje, met het poepende meisje schuin voor me, denk ik aan camera’s en aan gekleurde microfoons en aan het moment vlak voordat een politicus mag gaan praten, in afwachting van de vraag, gespannen, geconcentreerd, zwijgend. Precies zoals dat meisje. Er is nog niets gezegd, maar iedereen weet: er gaat iets gezegd worden, er moet iets gezegd worden, de woorden zijn niet tegen te houden. De vraag volgt, en ongeacht de vraag wordt er eigenlijk tegen de politicus gezegd: „Poep jij maar lekker in je luier, dan gooien we die straks weg.”

De moeder zit heel rustig op het bankje. Na een tijdje komt het meisje vlakbij haar staan, nog steeds zwijgend. De moeder laat het meisje omdraaien en kijkt aan de achterkant in de luier. Goed gedaan, zegt ze.

Dan haalt ze een pak babydoekjes uit de kinderwagen en loopt met haar dochter naar de wc van de kinderboerderij. Als ze terugkomen kijkt het meisje heel anders. Opgelucht. Alles is achter de rug.

Ik loop naar de pomp en neem een slok water. Of ik de smaak van de groene peperpaté wil wegspoelen of iets anders, dat weet ik niet.

Marcel van Roosmalen schrijft de komende vijf weken columns voor Panache, de satirepagina van nrc.next (achterop). Jan van Mersbergen vervangt hem op deze plek. Van Mersbergen (1971) is schrijver en redacteur van De Revisor. Zijn laatste roman Naar de overkant van de nacht (2011) stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs en werd bekroond met de BNG Nieuwe Literatuurprijs 2011.