Samaras weet nog steeds niets

Als oppositieleider wist Antonis Samaras de schuldigen haarfijn aan te wijzen. Het was links Griekenland dat de staatsschuld had laten ontsporen. Als premier van een coalitieregering moet hij nu uit een minder demagogisch vaatje tappen. Griekenland heeft respijt nodig om de overheidsfinanciën te saneren. Het bezuinigingspakket van circa 14 miljard euro in twee jaar – privatisering van staatsbedrijven, ontslagen onder ambtenaren en serieuze belastingheffing – heeft meer tijd nodig.

Het zal lukken, was de boodschap waarmee Samaras vorige week in Parijs en Berlijn was, maar niet voor de komende eurotop van oktober. „Sommigen gokken erop dat we het niet redden. Maar Griekenland is vastbesloten. We zijn een trotse natie en houden er niet van op andermans geld te teren”, zei de premier, die regeert met gematigd links.

Samaras wilde zo de crediteuren geruststellen. Maar dat lukte hem toch niet. De ervaringen met die onverantwoordelijke trots hebben tot zoveel scepsis en ergernis geleid dat bijna niemand meer bereid is om dit najaar ook de derde tranche van het hulppakket aan Griekenland uit te keren.

Kanselier Merkel en president Hollande waarschuwden Samaras niet klip en klaar. Ze wogen hun woorden. De crisis bevindt zich immers in haar „beslissende fase”, zei Merkel. Hollande benadrukte dat Samaras zijn coalitiepartners in het gareel moet krijgen als hij Europese solidariteit wil.

Maar achter de schermen opereren Duitsland en Frankrijk op twee sporen tegelijk. Ze willen een ‘Grexit’ op zich voorkomen. Athene staat daarom nu onder verscherpte curatele van de trojka van Europese Unie, Internationaal Monetair Fonds en Europese Centrale Bank (ECB).

Maar veel hoop is er niet meer. Zeker nu president Jens Weidmann van de Bundesbank in het weekblad Der Spiegel heeft gezegd dat hij „buikpijn” krijgt van het idee dat de ECB staatsschuld gaat opkopen. „Monetaire financiering werkt als een drug”, zegt Weidmann.

Parallel wordt er dus gewerkt aan scenario’s om de gevolgen van een ‘Grexit’ te berekenen en de schokgolven te dempen. Het ondenkbare, een gemeenschappelijke munt die lidstaten uitstoot, wordt zo denkbaar gemaakt. Ook al blijft elke winst- en verliesrekening een natte vinger.

Juist die onberekenbaarheid van een Griekse uittocht geeft premier Samaras komende maand nog een beetje het respijt dat hij in Berlijn en Parijs niet met zoveel woorden kreeg. Zolang niemand weet welke zondvloed er na ons komt, kan Athene zich vastklampen aan de euro.