Oudere vaders, slechter zaad

Voor elk jaar dat de vader ouder is, krijgt het kind er twee DNA-mutaties bij. Moeten mannen hun zaad gaan invriezen?

Redacteur Biologie

Oudere vaders verwekken kinderen met meer mutaties in hun DNA. Gemiddeld komen er twee mutaties bij voor elk jaar dat de vader ouder is bij de conceptie. Kinderen van oudere vaders hebben daardoor mogelijk een verhoogd risico op schizofrenie of autisme.

Dat blijkt uit een IJslands onderzoek waarbij de totale genomen van ouders en kinderen onderling werden vergeleken. De onderzoekers, verbonden aan het bedrijf deCODE, rapporteerden de resultaten vorige week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Dat oudere vaders meer mutaties overbrengen „was al bekend”, reageert geneticus Peter de Knijff van het Leids Universitair Medisch Centrum. „Er is ook een duidelijke biologische reden voor: mannen maken hun hele leven nieuwe geslachtscellen aan, waardoor er op den duur foutjes in het DNA kunnen ophopen.”

De IJslanders zijn wel de eersten die in zoveel detail naar de erfelijkheid binnen families kijken. Ze analyseerden het DNA van 78 ouder-kind-trio’s en vonden daarbij bijna 5000 nieuwe mutaties. Deze veranderingen van één letter in de DNA-code zijn zeldzaam en hebben lang niet altijd effect. Slechts in 73 gevallen lagen deze mutaties in een gen, waarbij zij de werking ervan kunnen verstoren. De wetenschappers van deCODE beschrijven een schadelijke mutatie in een gen dat eerder in verband is gebracht met schizofrenie, en twee andere die een rol spelen bij autisme.

In een commentaar in Nature schrijft evolutiebioloog Alexey Kondrashov van de University of Michigan dat de nieuwe resultaten tot nadenken stemmen en de vraag oproepen of het niet verstandig zou zijn dat mannen uit voorzorg hun sperma op jonge leeftijd laten invriezen als zij later kinderen willen.

Maar De Knijff veegt de vloer aan met die suggestie. „We weten al uit een ander groot project, het 1000-genoom-project, dat vrijwel iedereen 200 tot 250 bekende schadelijke mutaties draagt zonder daar hinder van te ondervinden. Het is dus de vraag of het negatieve effect van extra mutaties op populatieniveau zo sterk doorwerkt. Omdat de onderzochte aantallen zo gering zijn is het heel moeilijk een causaal verband te leggen tussen mutaties en meer kans op ziektes.”

Uit het IJslandse onderzoek blijkt dat baby’s gemiddeld zestig kleine mutaties in hun DNA hebben. Een kind van een twintigjarige vader blijkt gemiddeld 25 mutaties te hebben, terwijl een kind van een veertigjarige vader er al 65 heeft. De bijdrage van de moeder aan het aantal mutaties in haar nageslacht blijkt niet afhankelijk van haar leeftijd; het schommelt altijd rond de vijftien.