Obama's dreigement is moeilijk waar te maken

Op het eerste gezicht was het een heldere boodschap en een stevig dreigement. Als iemand het in zijn hoofd haalt om de burgeroorlog in Syrië verder te laten escaleren door chemische wapens in te zetten, dan zullen de Verenigde Staten militair ingrijpen.

Het was president Obama zelf die deze waarschuwing vorige week deed. Gezien het enorme arsenaal aan levensgevaarlijke chemische wapens dat op verschillende plaatsen in Syrië ligt opgeslagen, had zijn boodschap een heel reële lading. Te meer omdat het regime van president Assad steeds meer in het nauw komt, en een kat in het nauw...

In juli had Obama al gezegd dat het „een tragische fout” zou zijn om chemische wapens in te zetten. Nu ging hij een stap verder: met chemische wapens zou een grens worden overschreden, a red line, en het zou „enorme gevolgen hebben”. Het zou, zei de koele rationalist Obama, „mijn calculatie veranderen”.

Die dreigende boodschap was niet alleen bedoeld voor Assad, maar ook voor de verschillende groepen die hem proberen te verdrijven. Want we kunnen niet hebben dat zulke wapens „in handen van de verkeerde mensen vallen”. Als massavernietigingswapens terechtkomen bij de opstandelingen, of bij Tsjetsjeense, Pakistaanse of Saoedische strijders in hun gelederen, of bij Hezbollah, dan zou de nachtmerrie compleet zijn.

Obama zette dus het beproefde wapen van de afschrikking in: pas op, want anders... Maar was dit dreigement wel zo helder? En is het geloofwaardig?

Obama gebruikte de woorden ‘militair ingrijpen’ niet, maar dat hij daarop doelde werd overal begrepen – van Washington tot Moskou en Damascus. De woorden ‘red line’ zeiden genoeg. Een supermacht kan zoiets niet roepen, zonder in actie te komen als het dreigement in de wind wordt geslagen.

Maar hoe zou een Amerikaanse interventie eruit zien, als er gifgas in de strijd wordt geworpen of dreigt te worden geworpen? Hoeveel troepen zouden ervoor nodig zijn? En hoe effectief kan zo’n interventie zijn?

Tot nu toe is Obama’s ‘calculatie’ dat hij beter niet militair kan ingrijpen. Omdat het de situatie in Syrië gemakkelijk nog veel erger kan maken, omdat er in de VS zacht gezegd weinig steun voor is, omdat de Veiligheidsraad diep verdeeld is, omdat het militair een hele lastige klus is, omdat het de regio nog meer kan destabiliseren, en ga zo maar door.

Als er wolken mosterdgas boven het slagveld gaan drijven, of de voorraden sarin of VX worden aangesproken, zou dat een dramatische en gevaarlijke escalatie zijn. Het is zeker een groot internationaal en Amerikaans belang dat te voorkomen – of wanneer dat niet meer kan, het zo snel mogelijk te beëindigen.

Kunnen de Amerikanen dat? Het idee van afschrikking is dat de dreigende woorden genoeg zijn om de tegenstander te laten afzien van een bepaalde oorlogshandeling, in dit geval het gebruik van chemisch wapens. Maar om geloofwaardig te zijn moet het dreigement, in dit geval Obama’s interventie, wel voorstelbaar en uitvoerbaar zijn.

Zal Obama in een verkiezingsjaar militairen naar Syrië sturen, als hij daarmee riskeert in een nieuw, langdurig conflict gezogen te worden? Het valt te betwijfelen of de Amerikanen weten waar de arsenalen chemische wapens van Assad zich bevinden. En als ze het al zouden weten, dan zou het een enorme troepenmacht of veel verschillende teams van commando’s vergen om het spul in handen te krijgen – of zware bombardementen om de bunkers waar het ligt te vernietigen.

Geloofwaardig of niet, voor de opstandelingen was het dreigement van Obama om een andere reden verontrustend. Zij legden zijn woorden uit als bevestiging dat de Amerikanen alléén zullen ingrijpen als de chemische wapens in het spel komen. Ofwel: dat Obama’s calculatie is in feite dat Assad zijn gang kan gaan, zo lang hij de deuren van zijn gifgasarsenalen maar op slot houdt. Dat is een bittere interpretatie, maar waarschijnlijk wel een realistische.

De VN-Veiligheidsraad is tot nu toe te verdeeld geweest om een rol van betekenis te kunnen spelen in de crisis. Maar het voorkomen dat massavernietigingswapens een rol in de oorlog gaan spelen, is bij uitstek een zaak voor de hele raad. Daar zouden Rusland en China niet de VS alleen voor moeten laten opdraaien.

Juurd Eijsvoogel