Necrologie Neil Armstrong (1930-2012), Amerikaans ruimtevaarder

De mythe

Amerika maakt van Neil Armstrong meer dan een astronaut. Hij werd het symbool van de succes story die de VS een voorsprong gaf op de rest van de wereld. Nu is er ook nostalgie.

Neil Armstrong was al tijdens zijn leven een mythe. Tekenend zijn de talloze apocriefe verhalen (Armstrong stuurde vanuit de ruimte een verborgen boodschap naar zijn buurman Mr. Gorsky, Armstrong was eigenlijk moslim, Armstrong is nooit op de maan geweest) die laten zien dat het verhaal de persoon oversteeg.

De landing van Neil Armstrong (en in mindere mate zijn collega-astronauten) op de maan werd een van de verhalen waarmee de Verenigde Staten hun jonge geschiedenis en hun identiteit vorm geven. Het staat voor veel meer dan een ongekende menselijke en wetenschappelijke prestatie. De maanreis is het product van Amerikaans denken. Een visionaire manier van leven die het land onderscheidt van de rest van de wereld. Dat is het verhaal.

President Barack Obama refereerde in zijn reactie zaterdagavond op het overlijden van Armstrong aan deze kant van de bemande ruimtevaart. „Neil hoorde bij de grootste Amerikaanse helden – niet alleen van zijn tijd, maar van alle tijden. [..] Zij [de bemanning van Apollo 11] lieten de wereld zien dat de Amerikaanse geest verder kan kijken dan het onvoorstelbare. Dat met voldoende gedrevenheid en vindingrijkheid alles mogelijk is.”

Armstrong werd tijdens zijn leven vaak vergeleken met een andere held in het Amerikaanse collectieve geheugen: Charles Lindbergh. Zijn solovlucht in 1927 van New York naar Parijs bracht een vergelijkbare geestdrift voort. Lindbergh werd een nationaal icoon, een archetypische Amerikaanse pionier.

Neil Armstrong liet vaak merken dat de vergelijking met Lindbergh hem dwars zat. De vliegenier zette de toon voor de luchtvaartindustrie, maar de bemande ruimtevaart kwam niet van de grond na de eerste stap van Armstrong op de maan. Drie jaar later, in 1972, liep de laatste man op de maan, Eugene Carnan.

Armstrong kreeg het gevoel dat het zijn land niet zozeer om de bemande ruimtevaart te doen was, maar om het Grote Gebaar. De maanlanding was aangekondigd in een speech in 1961 van president John F. Kennedy, die het strijdtoneel van de Koude Oorlog van de Varkensbaai naar de ruimte wilde verplaatsen. Toen het doel was bereikt, daalde de animo.

In de jaren na de laatste maanlanding slonk het budget van de ruimtevaartorganisatie NASA steeds verder. Plannen om mensen naar Mars te sturen of permanente bases op de maan te stichten, verdwenen. Astronauten maakten weer baantjes rond de aarde. Armstrong pleitte vaak, maar vergeefs voor verhoging van het NASA-budget om de dromen van weleer na te jagen.

Na de vlucht van Armstrong was de drijfveer achter bemande ruimtevaart verdwenen. Het nut op lange termijn, wetenschappelijke inzichten, misschien ruimtetoerisme, wogen niet langer op tegen de hoge kosten.

President Obama zette een plan stop om in 2020 weer mensen naar de maan te sturen. Wel trok hij zich iets aan van de kritiek van Armstrong en anderen. Twee jaar geleden verhoogde hij het budget van NASA licht en zei hij dat hij bemande ruimtevaart naar Mars mogelijk wil maken in 2035. NASA ontwikkelde de afgelopen jaren het Marswagentje Curiosity, dat eerder deze maand op Mars landde en daar twee jaar moet blijven om onderzoek te doen en gegevens naar de aarde te sturen.

Maar voor een nieuw groot project naar Mars is de komende jaren geen geld, zeker niet voor bemande vluchten. Politiek commentator Charles Krauthammer zei onlangs op Fox News dat „het komende decennium de Russen en Chinezen op de maan zullen zijn, lopend in de voetstappen die wij zetten en verlieten”.

Hoe formidabel de prestatie van NASA ook was, de landing van de Curiosity op Mars maakte bij lange na niet de geestdrift los die Neil Armstrong kreeg. Ruimtevaart is weer wetenschap geworden, geen middel voor Amerikaanse legendevorming.