Het CDA over alcoholreclame

De aanleiding

Met de verkiezingen in zicht maakt het CDA zich sterk voor het terugdringen van alcoholgebruik door jongeren. Steeds opnieuw komt er een plannetje naar buiten: ‘CDA wil hogere accijnzen alcohol’. ‘CDA wil de minimum verkoopleeftijd voor alcohol naar achttien’. En ‘CDA wil alcoholreclames op tv tussen 21.00 en 23.00 uur verbieden’.

De bron van al dat nieuws is het ‘Aanvalsplan Alcohol en Jongeren’ dat de partij in juni naar buiten bracht. Daarmee wil het CDA alcoholmisbruik onder jongeren aanpakken. En omdat je een aanval niet kunt uitvoeren zonder munitie, staan er de nodige beweringen in het plan. next.checkt controleert er twee.

Alcoholreclame mocht lange tijd gewoon op televisie worden uitgezonden. Maar sinds 1 januari 2009 (met een overgangsperiode van een jaar) zijn er regels over het tijdstip waarop een alcoholreclame wordt uitgezonden: tussen 6.00 uur ’s ochtends en 21.00 uur s ’avonds is dat verboden.

Het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) publiceerde vorig jaar een onderzoek naar alcoholreclame op radio en tv in 2009 en 2010. STAP is een wetenschappelijk bureau – gedeeltelijk gefinancierd door de overheid – maar wel een met een openlijke missie: het is voorstander van een algeheel reclameverbod. Desondanks is er geen reden om aan de inhoud van dit onderzoek te twijfelen. Er werd gebruik gemaakt van data van Stichting Kijkonderzoek (SKO) en Nielsen Media.

In het onderzoek ‘Evaluatie van de alcoholreclamebeperking op radio en televisie in 2009 en 2010’ is het aantal alcoholreclames op tv geteld in 2008 (voor de nieuwe wet), 2009 (overgangsjaar) en 2010 (na invoering nieuwe wet). Er was informatie beschikbaar over vijftien zenders in 2008 en 2009, en twaalf zenders in 2010.

Daaruit blijkt dat tussen 21.00 uur ’s avonds en 6.00 uur ’s ochtends het aantal alcoholreclames steeg van 7.140 in 2008 naar 16.031 in 2009, naar 24.646 in 2010. Dat is dus inderdaad een ruime verdrievoudiging ten opzichten van 2008.

Hoewel dus waar, is het belangrijk op te merken dat we hier te maken hebben met cijfers die slim zijn geframed. Voor het totale aantal alcoholreclames geldt die verdrievoudiging namelijk niet. In totaal waren er in 2008 12.727 alcoholreclames te zien, in 2009 16.496 en in 2010 23.495. Zo bekeken is er in 2010 nog geen sprake van een verdubbeling ten opzichte van 2008. Dat komt doordat er in 2008 simpelweg méér reclames voor 21.00 uur werden uitgezonden (5.587) omdat dat toen nog mocht.

Maar omdat expliciet wordt vermeld dat het gaat om een verdrievoudiging van het aantal alcoholreclames na 21.00 uur beoordelen we deze uitspraak als waar.

Het CDA baseert zich bij deze bewering – net als bij de andere – op informatie van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP). STAP berekende in maart wat een verhoging van 50 procent van de alcoholaccijns zou betekenen. Op ons verzoek rekent STAP het nogmaals voor:

In de eerste plaats moet je weten in hoeverre een verhoging (of verlaging) van de prijs invloed heeft op de vraag naar een product. Dat is te bepalen met de zogenaamde prijselasticiteit. De meest gangbare cijfers, die ook het Centraal Planbureau gebruikt, zijn: -0,35 voor bier, -0,68 voor wijn en -0,98 voor gedistilleerd. Dat betekent dat als de prijs van bier met 10 procent stijgt, de vraag met 3,5 procent daalt.

Vervolgens moet je berekenen hoeveel de prijs van bier stijgt, als er 50 procent extra accijns wordt gerekend.

Nu is het zo dat per 100 liter bier (5 procent alcohol) 32,64 euro accijns moet worden betaald. STAP gaat er vanuit dat de gemiddelde prijs voor een liter bier in Nederland 1,46 euro is (let wel, dit is een benadering, omdat bierprijzen verschillen per merk, en per prijsactie). Tel je daar 50 procent extra accijns bij op (0,16 euro), plus 19 procent BTW over die verhoging, dan kom je op een totale prijsstijging van afgerond 19 cent per liter bier.

Een liter bier kost dan dus 1,65 euro. Dat is een prijsstijging van 13 procent. De vraag naar bier neemt dan volgens de formule van de prijselasticiteit met 4,55 procent af.

De volgende stap is wat die afname betekent voor de totale alcoholconsumptie. We weten dat bier 47 procent van de totale alcoholconsumptie uitmaakt (op basis van cijfers van Commissie Gedistilleerd, Productschap wijn en Nederlandse Brouwers), dus in totaal zal de alcoholconsumptie door de prijsstijging van het bier met 2,14 procent afnemen.

STAP berekende op dezelfde manier de verandering van de vraag naar wijn. Die daalt met 7,48 procent als de accijns met 50 procent wordt verhoogd. Voor de totale alcoholconsumptie betekent dat dat er 2,77 procent minder wordt gedronken.

Neem je die getallen samen dan kom je uit op 4,91 procent minder alcoholgebruik bij een stijging van 50 procent van de accijnzen. ‘Zo’n 5 procent’ dus.

Een kanttekening is dat STAP zich alleen uitspreekt over bier en wijn en niet over gedistilleerd. Die nuancering is in het aanvalsplan van het CDA verloren gegaan. Daar wordt gepleit voor een accijnsverhoging van 50 procent. Dus ook voor gedistilleerde drank. De invloed op het alcoholgebruik zal in dat geval iets groter zijn: er zal nog minder worden gekocht, hoewel gedistilleerde drank een veel kleiner deel uitmaakt van de alcoholconsumptie in Nederland.

next.checkt beoordeelt de uitspraak dat een stijging van 50 procent van de alcoholaccijnzen zorgt voor een verwachte daling van de alcoholconsumptie van zo’n 5 procent daarom als grotendeels waar.