Heerlijke VVD’er

Naast de Hartebrugkerk in Leiden kon je gisteren ‘speeddaten met VVD’ers’. Wie iets wilde leren over de dunne lijn tussen zelfvertrouwen en onverschilligheid moest hier komen kijken.

Niemand leek nog zin te hebben om de kiezers naar de mond te praten. Leids gemeenteraadslid Petra Borst, achteloos over een kritische voorbijganger: „Deze meneer komt even zijn gal spuwen over rechtse mensen.”

Er stond een enorme, witte, opblaasbare VVD-bank klaar. Daar wilde ik graag op gaan zitten voor een paar vragen aan Ard van der Steur, woordvoerder Justitie in de Tweede Kamer.

Ard van der Steur riep blijmoedig „Vooruit dan maar!” en wierp zich min of meer achterwaarts op de veel te hoge zitting. De bank bleek een soort kruising tussen een waterbed en een springkussen. We grepen ons vast tot het deinen ophield. Zonder een krimp te geven vertelde Ard van der Steur intussen dat hij, van huis uit civilist, de zaken wat te rooskleurig had gezien: dat was nu dankzij „de honderden mensen uit het strafrecht” die hij als Kamerlid sprak, helemaal over. De recidivecijfers! De draaideurcriminelen! Ard van der Steur zwaaide urgent met een arm en zo nam het schommelen weer een aanvang.

We gingen toch maar op straat staan. Betty Bremmer (42) kwam geïnteresseerd aanlopen. Zij had „zo’n test gedaan”. PVV of VVD, kwam daaruit. PVV had ze al eens gestemd, vanwege de pensioengrens van 65 jaar. Dat liep dus anders. Ook de vreemdelingenhaat was Betty zat.

Betty Bremmer werkte nu 20 jaar als servicemedewerkster bij de NS. Geen fijne baan. Je kreeg er alle ergernis over je heen.

„Maar u maakt vast ook een hoop leuks mee!” zei Ard van der Steur.

Nou, nee.

Ze verdiende maar een paar honderd euro meer dan mensen met een uitkering, terwijl ze meer huur betaalde dan zij. Dat was niet eerlijk. En nu wilden ze de woningmarkt ook nog liberaliseren.

Ja, zei Van der Steur, de VVD wil dat!

Betty: „Oh?”

Ard van der Steur: „Maar dan huurt u toch gewoon een ander huis?”

Betty droeg twee forse pakken toiletpapier: een aanbieding. Daarvoor, beaamde ze later, was zij speciaal naar de binnenstad gekomen, ze moest wel.

Betty begon nu over de versoepeling van het ontslagrecht. Ook VVD?

Van der Steur: „Ja!”

Betty: „Maar als je twintig jaar bij je bedrijf werkt. Dan durf je voortaan dus niet meer je manager een…”

„…een zakkenwasser te noemen”, zei Van der Steur. „Misschien is het hoe dan ook niet zo verstandig om zo over uw baas te práten.”

Zo ging het nog een half uurtje door. Toen zei Ard van der Steur: „En nu ga ik lunchen!”

We keken hem na.

Wat een aardige man, zei Betty. Heerlijk. „Maar ik geloof opeens toch dat ik links ben.”