Geen trui zo geel of er zit wel..

Als USADA zijn zin krijgt, raakt Lance Armstrong dus al zijn overwinningen sinds augustus 1998 kwijt, inclusief zeven Tourzeges. Blijken we straks de afgelopen veertien jaar in Parijs negen keer naar de verkeerde geletruidrager te hebben gezwaaid. Want vergeet ook Floyd Landis en Alberto Contador niet.

Ach, wat maakt het uit. Uitslagen worden erg overschat. Dat is iets administratiefs. Piskijkers en bloedzuigers kunnen er later een kras door halen, maar het blijft een feit dat Armstrong zeven keer in het geel stond op het podium van de Champs Élysées en dat voor hem het Amerikaanse volkslied werd gespeeld.

Vroeger had je dat niet, doping. Neem de voorgangers van Armstrong, winnaars uit de vorige eeuw. Een Marco Pantani. Ai, jammer, ze vonden een spuit met insuline in zijn hotel. Goed, Jan Ullrich dan maar. Hè vervelend, twee jaar geschorst. Maar daar is dan toch de loepzuivere Deen Bjarne Riis! Oeps, heeft zelf bekend, wel pas nadat zijn delict was verjaard. Goed, dan gaan we terug naar de jaren 1991-1995. Vijfmaal Miguel Induráin, hij is straks weer mederecordhouder qua Tourzeges. Nooit betrapt, hoor. Wel jammer dat jaren later die verzorger vertelde hoe ze Induráin ’s nachts wakker moesten maken, omdat zijn bloed te langzaam stroomde. Was gevaarlijk.

Die andere Spanjaard, Pedro Delgado? Luister eens, de probenecide die piskijkers vonden, dat was omdat Pedro bang was dat hij kou zou vatten. Wie dat niet gelooft, koestert maar de herinneringen aan Joop Zoetemelk en Eddy Merckx. Wat? Ook allebei weleens betrapt?

Dan Jacques Anquetil maar. Won ook vijfmaal de Tour. Had zulke krachtige testosteron dat zowel zijn stief- als zijn schoondochter er bezwangerd door raakte. Herinneren we ons tot slot, zij het nog lang niet voor de volledigheid, de woorden van die ploeggenoot van Charly Gaul, winnaar in 1958. Hoe die Luxemburger dat flikte? „Gewoon, elke dag een spuit in zijn reet.”

Geen trui zo geel, of er zit wel een vlekje op. Kan ons ’t schelen.

John Kroon