Gebroken Nederlands gezin in Argentinië

Carolijn Visser: Argentijnse Avonden. Van de Zwart Janstraat naar de pampa.

Augustus, 254 blz. € 19,95

Veel minder bekend dan de talloze emigranten naar de VS, Canada en Australië ,zijn de duizenden die naar Zuid-Amerika vertrokken. Carolijn Visser beschrijft Nederlandse emigranten die in Argentinië terechtkwamen, en hun nakomelingen. In 1889 was er al een eerste groep, die een paar decennia later, omstreeks 1924, werd gevolgd door een tweede, rijkere groep. De grootste Nederlandse kolonie in Argentinië was en is nog steeds Tres Arroyos, 500 kilometer ten zuiden van Buenos Aires. In 2006 is koningin Beatrix er op bezoek geweest, samen met Willem-Alexander en Máxima.

De plaatselijke Nederlandse consul, die eerst de KLM vertegenwoordigde, heet Ida van Mastrigt, een Nederlandse immigrante die in 1939 in het toenmalige Indië is geboren. In 1950 emigreerde zij vanuit Nederland naar Argentinië, waar haar vader al enkele jaren eerder naartoe was gegaan. Argentijnse Avonden is uiteindelijk vooral haar verhaal.

Ida en haar zusje Miep waren nog klein toen ze hun vader, Rinus, voor het eerst zagen. Hij kwam eind 1945 terug uit een Japans interneringskamp. Zijn vrouw was hem niet trouw gebleven en de kinderen waren ondergebracht bij iemand anders. Het leek Rinus te gevaarlijk voor de kinderen om in Indonesië te blijven, dus stuurde hij ze op de boot naar hun grootouders in Nederland. Ida, zes jaar, en haar zusje Miep, vijf, reisden geheel alleen, want hun ouders waren inmiddels gescheiden.

In Rotterdam trokken ze in bij grootouders die ze nooit eerder hadden gezien. Ze woonden daar op de drukke Zwart Janstraat, waar de ondertitel van het boek naar verwijst. Na een paar jaar kwam hun vader ook weer naar Nederland, maar hij kon er niet aarden. Hij was zo’n tien jaar weggeweest, want al in 1937 was hij uit Rotterdam vertrokken om op de fiets naar Indië te gaan. Dankzij de talloze brieven die hij schreef, die bovendien bewaard bleven, is zijn tocht goed te reconstrueren.

Rinus besluit naar Argentinië te vertrekken, dan kunnen zijn dochters overkomen als hij gesetteld is. In 1950, als de oude Van Mastrigt er genoeg van heeft zijn kleinkinderen te moeten opvoeden, gaan de twee meisjes samen per schip naar Argentinië. Tres Arroyos blijkt een hechte Hollandse kolonie van gereformeerde snit. Voor Ida en Miep is het een ideale omgeving, omdat de gemeenschap hun biedt wat ze thuis tekortkomen: structuur en aandacht.

De combinatie van de vader en de twee dochters is een mismatch. Rinus is gewelddadig en ranselt zijn dochters af om het minste of geringste. Het zou te wijten zijn aan zijn kampverleden dat hem achtervolgt. Beide zusjes worstelen hun leven lang met de moeder die hen in de steek liet.

De levens van Rinus, Ida en Miep zitten vol mooie, maar ook droevige verhalen. Het begint al als Rinus met de fiets naar Indonesië gaat, maar ook de terugkeer naar Nederland, de emigratie naar Argentinië, de roerige maatschappij daar en de persoonlijke levens die zich ertussen afspelen, laten zich lezen als avonturen.

Door eerst de focus te richten op Rinus en dan op Ida heeft Carolijn Visser, vooral bekend van talloze reisverhalen, er een lopend geheel van weten te maken dat nergens verveelt. Ze oordeelt ook niet. En dat moet Ida van Mastrigt hebben aangevoeld, want anders zou ze nooit haar hele hebben en houden en dat van haar familie op tafel hebben gelegd.