Een wereld zonder Europa wordt een gevaarlijker oord

Europa diende de wereld als voorbeeld voor vreedzame regionale integratie. Nu de EU door de crisis afwezig is op het geopolitieke toneel, moet Amerika haar buitenlandse rol wel uitbreiden, stellen Nader Mousavizadeh en Erik Jones.

Illustratie Angel Boligan

Door de terugkeer van de staatsschuldencrisis in Europa wordt de Europese relatie met de buitenwereld opnieuw gedefinieerd. Of de euro nu wel of niet in stand blijft, de solidariteit tussen de Europese landen wordt zwaar op de proef gesteld en de gevoeligheid van de kiezers voor de verdeling van kosten en baten in de EU is toegenomen.

Deze spanning in het hart van het Europese project betekent uitstel voor elke gedachte dat de EU in de nabije toekomst een samenhangend en krachtig buitenlands beleid zou kunnen voeren – of in elk geval totdat Italië en Spanje een gewaarborgde toegang tot de internationale kapitaalmarkten hebben en totdat nog meer zwaar getroffen landen, zoals Griekenland en Hongarije, als gelijkwaardige partners worden beschouwd. Tot die tijd zullen Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hun nationale belangen op het wereldtoneel blijven behartigen, maar zal ‘Europa’ afwezig zijn.

Deze afwezigheid – veroorzaakt door economische factoren, maar wel met geopolitieke en structurele gevolgen – zal op tal van manieren worden gevoeld. De belangrijkste is de teloorgang van Europa als voorbeeld van regionale integratie. De Europese invloed in de internationale betrekkingen was voor een groot deel toe te schrijven aan de voorbeeldfunctie van de Europese waarden en instellingen in andere delen van de wereld.

Asean, Mercosur en Nafta zijn geen rechtstreeks gevolg van de Europese invloed, maar ze hadden zich niet op de huidige manier ontwikkeld als Europa er niet was geweest om de mogelijkheden te demonstreren. De EU heeft ook bewezen doeltreffend op te kunnen treden. Ze heeft in 2008 de wapenstilstand tussen Rusland en Georgië tot stand helpen brengen, ze speelt de hoofdrol in de stabilisatie na de conflicten in Bosnië en Kosovo en ze draagt bij aan tal van andere vredesoperaties over de gehele wereld.

Een wereld zonder Europa zal een gevaarlijker oord zijn. Naarmate de machtscentra in aantal blijven groeien, zal van Europa worden verlangd dat het zijn eigen strategische verantwoordelijkheden neemt. Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken, zal misschien wel blijven voortbouwen aan een rationeler Europese dienst voor extern optreden en de Europese Raad zal misschien wel wat vooruitgang boeken in de versterking van de sancties tegen Syrië en Iran, maar zulke acties markeren de grenzen en niet de grondlagen voor gezamenlijke acties. Dat is een probleem, omdat uiteindelijk veiligheid een gezamenlijke inspanning is.

Als het gaat om terrorisme, misdaad, immigratie, klimaatverandering, conflicten of de toegang tot energie- en andere natuurlijke hulpbronnen, tonen de crises van het Midden-Oosten tot Centraal-Afrika aan dat beleidsmakers met andere landen moeten samenwerken om niet alleen hun gedeelde, maar ook hun nationale doelstellingen te bereiken.

Die onderlinge afhankelijkheid is een nevenproduct van de integratie van economie en veiligheid die het Westen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bewerkstelligde. Het is geen nieuw verschijnsel in de gemondialiseerde wereldeconomie, maar het gaat wel verder dan voorheen – ook nu de populistische en protectionistische krachten sterker worden. De mogelijkheden voor nationale beleidsmakers om hun eigen weg te gaan zijn dan ook veel beperkter geworden – niet alleen voor Europa, maar ook voor de Verenigde Staten.

De gevolgen zijn te zien in het veranderende patroon van Amerika als wereldleider. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog namen de VS als onbetwiste leider van het Westen de verantwoordelijkheid voor de coördinatie voor een groot deel op zich. Maar na verloop van tijd werd dit leiderschap steeds kostbaarder en raakten de VS steeds meer overbelast.

Het Amerikaanse leiderschap is allang niet meer onbetwist. Andere landen zijn verantwoordelijker en assertiever geworden. Binnen deze nieuwe opzet en afhankelijk van de regio, heeft Europa een doorslaggevende rol te spelen.

De regering-Obama heeft deze veranderende wereldcontext expliciet erkend: ze heeft Europa in 2010 een bevoorrechte positie gegeven bij de inrichting van haar nationale veiligheidsstrategie, ze heeft de Franse en Britse initiatieven in Libië ondersteund en ze heeft een duidelijk besluit genomen om de nadruk van haar inzet te verleggen.

Maar nu is er het vooruitzicht dat Europa niet aan zijn verantwoordelijkheden zal kunnen voldoen. De EU is verdeeld. Duitsland voelt zich overbelast door de crisis in de eurozone en blijft zijn leger inkrimpen. Frankrijk staat nog maar aan het begin van zijn begrotingsbeproevingen en zou zich best naar binnen kunnen keren. Engeland maakt zich op – om met zijn premier te spreken – voor een decennium van bezuinigingen.

De afwezigheid van Europa laat de volgende Amerikaanse regering – Democratisch of Republikeins – weinig andere keuze dan haar buitenlandse betrokkenheid uit te breiden. Mitt Romney heeft dat al in zijn doelstellingen opgenomen. Maar zulke acties zullen de Amerikaanse economie enkel verzwakken, en de verdeling van de kosten en baten aan weerszijden van de Atlantische Oceaan onderstrepen.

In juni 2011 heeft de vertrekkende Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates voor dit vooruitzicht gewaarschuwd in zijn afscheidsrede in Brussel. Veel Europeanen beschouwden het als paniekzaaierij, maar nu lijkt het van een vooruitziende blik te hebben getuigd. De enige vraag is hoe lang het een vijandig Congres nog kost om tot dit besef te komen. Maar beschuldigende vingers naar de overkant van de Atlantische Oceaan dienen het nationaal belang van geen enkel land. Een wereld zonder Europa zal ongelukkiger en gevaarlijker zijn – ook voor de VS.

Nader Mousavizadeh werkt bij het Britse adviesbureau Oxford Analytica, net als Erik Jones, die tevens verbonden is aan de Johns Hopkins School of Advanced International Studies in Washington.

© Financial Times