Column

Dierenleed

Het is extreem lastig om in deze tijden CDA-politicus te zijn, besefte ik toen ik zaterdagmiddag in een Amsterdams zaaltje, BitterZoet geheten (het zal toch niet op die naam uitgezocht zijn?), zo’n politicus hoorde debatteren over dierenkwesties. Zijn naam was Dinand Ekkel uit Dronten, nummer 22 op de kieslijst van het CDA en lector aan een agrarische hogeschool in Almere.

Het debat heette ‘het Grote Dieren Verkiezingsdebat’, hoewel dé grote dieren van de politiek pas een dag later bij RTL zouden debatteren. In BitterZoet ging het over de échte grote dieren uit de natuur, dieren dus die ons dierbaar zijn – wat je van die politieke dieren niet altijd kunt zeggen.

Het CDA is een partij die veel, te veel, draaien moet maken om allerlei recente politieke blunders te corrigeren. Dat straalt af op de woordvoerders, of het nu leider Buma is of zo’n aspirant-Kamerlid als Ekkel. Ze weten dat hoon hun deel zal zijn als ze ook maar de geringste aarzeling tonen. Ze voelen zich ongemakkelijk - en ze gedragen zich ernaar.

Ekkel moest optornen tegen collega’s van partijen met een diervriendelijker imago, zoals GroenLinks, de PvdA, de SP en de Partij voor de Dieren (Esther Ouwehand). De thema’s waren vrije weidegang voor koeien, verbod op wilde dieren in circussen en invoering van een vleestaks. Ga er maar aanstaan als CDA’er, want zo’n zaaltje vol politiek georiënteerde dierenvrienden wil maar één reactie horen: vóór.

Ekkel probeerde de kritiek te voorkomen door aan het begin te beloven dat het CDA zich voortaan diervriendelijker zou opstellen: „Het roer gaat een stukje om.” Ja, zei hij even later, samen met Carla Dik van de ChristenUnie, hij was wel degelijk voor vrije weidegang (en tegen dierenleed), maar je moest de boeren er niet toe verplichten. Deze nuancering kwam hem op een schroeiende reprimande van Ouwehand te staan: „Als koeien kunstmatig geïnsemineerd worden en het pasgeboren kalfje wordt al na een dag bij ze weggehaald – is dat dan geen dierenleed?”

„Niet als je het vergelijkt met wat er met de zeugen gaande is”, wierp Ekkel tegen. Het leek me niet de sterkste reactie, ook al nam ik voetstoots van hem aan dat die zeugen het nog beroerder hebben.

Toen draafden de wilde circusdieren de discussie binnen. Mogen ze in het circus blijven? Nee, vonden de meeste partijen, want: dierenleed. „Er is niet één dier in circussen waarbij niet sprake is van dierenleed”, vond Liesbeth van Tongeren van GroenLinks. En het CDA? Tja…Ekkel zei dat het CDA niet principieel tegen dieren in het circus was, de bezoekers beleefden er bovendien veel plezier aan; maar het CDA vond wel dat de omstandigheden verantwoord moesten zijn. Hij had zelf laatst in Zeeland kamelen in een circus gezien, daar had hij geen bezwaar tegen. De zaal nam er geen genoegen mee. „Alleen vlooien mag”, riep iemand.

Bij de vleestaks (verhoging BTW-tarief van 6 naar 19 procent) kwam Ekkel minder alleen te staan. Dan blijken ook andere partijen soms boter op het diervriendelijke hoofd te hebben. Want met zo’n vleesbelasting wordt de minder welgestelde kiezer diep in de portemonnee getroffen, en daar zijn ze bij de SP en de PvdA huiverig voor.

Liesbeth van Tongeren bekende nog dat ze een, twee keer per week vlees eet. „Meer kan de planeet niet dragen”, meende ze.

Zelf eet ik drie, vier keer per week vlees. Volgens mijn berekening kan de planeet dit nog nét dragen.