De Bovenbazen (82)

Toen het voorste voertuig hem genaderd was, remde het plotseling en de bestuurder boog zich naar buiten.

‘Dat is ’em!’ schreeuwde hij boven het gebrul van de motoren uit. ‘Daar staat die volgevreten geldzak obb!’

Deze woorden veroorzaakten beroering onder de volgende Soliumwinners.

‘Laten we hem een lesje geven!’ riep er een.

‘Kom op met die loonronde!’ brulde een ander dreigend.

‘Op onze ruggen mooi weer spelen!’ hernam de eerste met luider stem. ‘Wij in de modder graven en jij lekker eten, hè?’

Zo sprekende schakelde hij zijn apparaat in en denderde met grote snelheid op de bovenbaas toe. De gehele stoet van mammoetschuivers, bodemscheurders en rotsmalers volgden hem, zodat de grond trilde en horen en zien de ongelukkige vergingen. ‘Ik heb niet gegeten!’ riep hij nog. ‘Ik heb honger!’

Doch zijn woorden gingen in het helse tumult verloren en met een ijle kreet zette hij het op een lopen. Achter hem beet de grondhapper met stalen kaken naar zijn fladderende jaspanden, zodat hij zijn snelheid tot het uiterste opvoerde. Gelukkig bood een dikke boomgroep hem uitkomst, en tot teleurstelling van de betogende stakers verdween hij achter de stammen.

Nu lag het huisje van Tom Poes aan de andere kant van het bosje en het is dan ook geen wonder dat de vluchteling daarheen zijn schreden richtte.