CPB-cijfers slecht nieuws PvdA

Tien partijen vroegen het Centraal Planbureau om hun verkiezingsprogramma’s door te rekenen. Het verschil in gevolgen is heel groot.

PvdA-leider Diederik Samsom was gisteren nog de grote winnaar bij het televisiedebat onder vier lijsttrekkers. Vanochtend leek hij tot de grote verliezers te behoren. De plannen van de PvdA hebben op de korte termijn de grootste negatieve invloed op de economische groei, zo blijkt uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s die vanochtend door het Centraal Planbureau werd gepubliceerd.

Volgens CPB-directeur Coen Teulings is het negatieve effect van de PvdA-plannen mede een gevolg van de hervorming van de huizenmarkt die de sociaal-democraten voorstaan. „Dat zorgt op de korte termijn voor een daling van de huizenprijzen, wat een negatief gevolg heeft voor de economische groei op de korte termijn. Op de langere termijn is het effect juist positief.”

De plannen van de PvdA zorgen voor een negatief effect van 2,3 procent op de economie. Dat betekent niet dat de economie krimpt maar dat de plannen van de PvdA de economische groei drukken. Het CPB vergelijkt namelijk de uitkomsten van de verschillende programma’s met de situatie in 2017 als er geen nieuw beleid zou worden gevoerd. Dat wordt het basispad genoemd.

Alleen de plannen van de PVV leiden tot meer economische groei (0,7 procent) ten opzichte van dat basispad. Daar staat weer tegenover dat de overheidsfinanciën bij die partij op termijn het minste verbeteren.

De tien politieke partijen die hun programma aan het CPB hebben voorgelegd komen met in totaal 2.468 maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de economie herstelt, de huizenmarkt weer in beweging komt en het aantal werklozen terugloopt. „Dat beleid varieert bij de tien verschillende partijen sterk. Er valt weer echt iets te kiezen”, aldus Teulings.

Los van de huizenmarkt speelt ook de arbeidsmarkt een cruciale rol in de economische groeicijfers. PvdA, SP en GroenLinks zorgen voor „een forse daling van het bbp”, aldus Teulings, „doordat de arbeidmarkt minder dan bij andere partijen wordt gestimuleerd.”

De VVD zorgt voor de meeste nieuwe banen, de SP voor de minste. Teulings: „Het verschil is een half miljoen banen.” De VVD scoort zo goed doordat de partij de lasten voor werknemers verlaagt en bezuinigt op uitkeringen. Zo wordt werken aantrekkelijker, en niet werken minder. Dat scoort goed bij de modellen die het CPB hanteert.

Met name de bezuinigingen stonden vanochtend centraal. De VVD zorgt voor de grootste bezuinigingen en brengt het tekort in 2017 bijna terug tot nul. Toch heeft dat geen grote gevolgen voor de groei. Bestaat de economie kapot bezuinigen dan niet? „De VVD zorgt net als het CDA ook voor forse lastenverlichtingen”, zegt Teulings. „Die leiden er toe dat loonkosten dalen en daardoor verbetert de export.” De VVD wil ook de zorguitgaven het meeste terugbrengen (8,5 miljard). De SP laat die sterk stijgende uitgaven in de loop van 2017 bijna ongewijzigd.

Wat betreft de koopkracht hebben veel partijen een moeilijke boodschap aan de kiezer die op 12 september naar de stembus mag. Bij CDA en D66 gaan alle inkomensgroepen er tot 2017 door hun beleid meer dan 2 procent achteruit. Bij de VVD leveren vooral mensen met een inkomen tot tweemaal het wettelijk minimum inkomen in – het wettelijk minimum inkomen is circa 1.450 euro bruto per maand. Bij de SP gaan alleen de hogere inkomens (meer dan vijf maal minimumloon) omlaag. Volgens het CPB is de „algehele koopkrachtontwikkeling” het meest gunstig bij GroenLinks, PVV en SP „en het minst bij het CDA”. Bij de SP neemt de koopkracht het meest toe (3 procent), bij D66 daalt die het hardst (min 2,5 procent).

Verkiezingen: pagina 4 - 7

Portret Coen Teulings: pagina 30