Altijd te weinig tijd voor toezicht

Wie jarenlang positieve functioneringsgesprekken voert met het bestuur van een ziekenhuis, kan moeilijk afstand nemen bij problemen. Toch moet dat wel.

Ruzies tussen artsen, opgestapte bestuurders – de crisis in ziekenhuis VUmc maakt hoogleraar Goos Minderman mismoedig. „Er is allang geen sprake meer van een incident.”

Minderman, verbonden aan de VU en auteur van een standaardwerk over raden van toezicht, plaatst het conflict in een lange rij bestuurlijke mislukkingen. „Denk aan Vestia en Rochdale in de woningbouw, zorginstellingen als Meavita, de IJsselmeerziekenhuizen en Philadelphia, en Amarantis en InHolland in het onderwijs.”

Een sombere conclusie dringt zich aan hem op. „Het failliet dreigt van ons hele toezichtstelsel.”

Afgelopen vrijdag stapten twee van de drie bestuurders van het VU medisch centrum op, onder wie bestuursvoorzitter Elmer Mulder. In het ziekenhuis sleept al een jaar een diepgaand conflict tussen een aantal medisch specialisten. Als gevolg daarvan heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg het VUmc onder verscherpt toezicht geplaatst.

Minderman kent de materie goed, en veel van de betrokkenen. Aan de VU doceert hij publiek recht en publiek bestuur en hij is toezichthouder bij het Westfries Gasthuis in Hoorn. Daardoor kent hij ook de ziekenhuiswereld van binnenuit.

In het VUmc-conflict ziet Minderman patronen die hij uit eerdere incidenten kent. Hij noemt een aantal sleutelelementen. In de eerste plaats zijn dat: raden van toezicht die te lang wachten met ingrijpen omdat ze niet op de stoel van het bestuur willen gaan zitten, maar tegelijk veel persoonlijke connecties hebben met dezelfde bestuurders.

Daarnaast ziet hij onvermogen om een professionele, kritische relatie met het bestuur op te bouwen. Verder is er te weinig tijd voor het toezicht. En tenslotte is daar een te klein, vaak partijpolitiek gekleurd circuit waaruit de toezichthouders worden gerekruteerd. Zo is de voorzitter van de raad van toezicht van het VUmc sinds mei oud-minister Cees Veerman, afkomstig van het CDA. Een ander lid, Frans Leijnse, was eerder Tweede Kamerlid voor de PvdA.

Welke aanwijzingen zijn er voor gebrekkig toezicht bij het VUmc? Minderman verwijst naar Hans Berg, tot dit jaar toezichthouder bij de Vrije Universiteit en het daaraan verbonden ziekenhuis. Berg zei in de Volkskrant van zaterdag dat Veermans voorganger, voormalig KLM-baas Pieter Bouw, zich lange tijd afwachtend opstelde bij de problemen rond longchirurg Rick Paul. Bouw durfde de confrontatie met bestuursvoorzitter Mulder niet aan, „die het ziekenhuis groot had gemaakt”.

„Dat klinkt heel logisch”, zegt Minderman. „Als je bijvoorbeeld zes jaar lang positieve functioneringsgesprekken hebt gevoerd met het bestuur, dan is het heel moeilijk om ineens afstand te bewaren als zich toch problemen voordoen.”

Het argument dat ingrijpen door de toezichthouder neerkomt op meebesturen, zoals Veerman afgelopen zaterdag nog zei, is „een ongelofelijke dooddoener”, vindt Minderman. „Niet voor niets hebben we ons toezichtstelsel gemodelleerd naar het toezicht door commissarissen uit het bedrijfsleven. Die kunnen ingrijpen als er dingen misgaan in het bedrijf, en zelfs in het uiterste geval het bestuur overnemen. Ook toezichthouders bij maatschappelijke instellingen kunnen meer doen dan ze zelf denken of zeggen.”

In dit geval hadden de toezichthouders van het VUmc er volgens Minderman voor kunnen kiezen zelf met alle betrokkenen in het conflict te gaan praten. Of ze hadden van het bestuur een snelle aanpak van het conflict kunnen eisen, en desnoods te dreigen met interventie van buitenaf.

Ook de constellatie van de raad van toezicht komt de VU-hoogleraar ongelukkig voor. Zo bestrijkt de raad niet alleen het ziekenhuis, maar de hele Vrije Universiteit. „Een wel heel breed terrein om te controleren”, aldus Minderman. „Zeker als je bedenkt hoe weinig tijd er meestal voor het toezicht wordt uitgetrokken.”

Voormalig toezichthouder Berg zei daarover zaterdag dat zijn raad vijf tot zes keer per jaar een dag lang bij elkaar kwam. Zelf zegt Minderman „al gauw een halve dag per week” kwijt te zijn voor zijn werk als toezichthouder bij het veel kleinere Westfries Gasthuis in Hoorn. „Je wordt niet alleen geacht het bestuur te controleren, maar ook te waken over goede relaties met andere betrokkenen, zoals patiëntenorganisaties.”

Dat kost veel tijd, stelt Minderman vast, en daar staat slechts een bescheiden honorering tegenover. „Het blijft immers een bijbaan.”

De enige in de raad van toezicht van de Vrije Universiteit met veel kennis en ervaring binnen de zorgsector is emeritus-hoogleraar Willem van Tilburg. Die was van 1981 tot 2007 als hoogleraar klinische psychiatrie verbonden aan datzelfde VU medisch centrum. „Ik heb niet het gevoel dat me dit in mijn functioneren in de raad van toezicht belemmert”, verklaart Van Tilburg hierover tegenover deze krant.

Minderman denkt daar anders over. Hij noemt het verleden van Van Tilburg nu in diens kwaliteit van toezichthouder ongelukkig. „Je kunt nauwelijks een professionele, kritische toezichtsrelatie ontwikkelen tegenover de mensen met wie je eerder lang en intensief hebt samengewerkt. Terwijl zo’n kritische relatie juist de kern van toezicht houden is.”