Zeg Mark, wie betaalt dat?

Gratis water, meer kinderopvangsubsidie, geen boete als je eindeloos studeert. De schappen van de politieke winkel liggen weer opzichtig vol met cadeautjes, klein en groot. Stem op mij en ik geef u....1.000 euro. Ze maken dat je je als kiezer tijdens zo’n campagne een beetje vies voelt. Alsof je net een schimmig zaakje hebt beklonken. We stemmen niet op een partij vanuit overtuiging of vanwege onze idealen. Nee, we stemmen op een partij die ons omkoopt, en niet eens direct. Het zijn maar beloftes tenslotte. En die beloftes blijken vaak genoeg weinig waard.

D66, PvdA, CDA en GroenLinks speelden gretig in op dat weeë gevoel van ongemak dat kiezers toch al hebben toen VVD-leider Mark Rutte deze week via De Telegraaf beloofde elke werkende Nederlander in 2015 een volle 1.000 euro korting op zijn belastingafdracht te geven. „Sinterklaas komt vroeg dit jaar,” smaalde Alexander Pechtold (D66). Waar betaalt die man dat van? vroegen de andere partijen zich af. Ongedekte cheques uitdelen kan iedereen.

Die dekking is echter kraakhelder, want die stond gewoon in het verkiezingsprogramma, met bedragen en al. Hier komt ‘ie. De VVD wil in de volgende kabinetsperiode (tot 2017) 24 miljard euro bezuinigen. 9 miljard op de sociale zekerheid (totale uitgaven nu 70 miljard), 7 miljard op de gezondheidszorg (uitgaven nu 75 miljard) en 8 miljard op de rest van de begroting. Volgens de VVD zullen de totale uitgaven aan deze posten dan nog steeds met miljarden groeien. Tegelijk investeert de VVD 3 miljard euro, en wil de partij de lasten verlichten met 5 miljard euro.

Waar betaalt Rutte zijn cadeau dus van? Nou, van minder uitkeringen, minder subsidies voor de zorgkosten van burgers en minder ambtenaren. Er was dan ook weinig nieuws aan Ruttes belofte in De Telegraaf, behalve het bedrag per Nederlander: 1.000 euro.

Vaak klinkt de klacht dat de verkiezingsprogramma’s vaag zijn, een reclamefolder. Maar dat zijn ze wat betreft economisch beleid allerminst. Er valt, als je ze doorspit, echt wat te kiezen.

Niet alle partijen noemen precieze bedragen zoals de VVD. Die komen maandag als de economen van het Centraal Planbureau de effecten presenteren van de plannen van elke partij op de groei, de overheidsfinanciën en de portemonnee van burgers. Het CPB dwingt partijen tot cijfers achter de komma.

Dan zien we of rechts de economie kapot bezuinigt (dat blijkt tot nu toe in de berekeningen van het CPB erg mee te vallen), en of links de economie kapot belast (dat wordt spannend maandag, want de lastenverzwaringen voor midden- en hogere inkomens die doorklinken in de linkse verkiezingsprogramma’s lijken fors).

De vraag die boven de verkiezingen hangt, is: wie gaat dat betalen? De overheidsfinanciën moeten gesaneerd, dat erkennen alle partijen. Ergens komt die rekening terecht. Waar precies, dat is de keuze die partijen bieden. Gaat iedereen meebetalen, naar rato van inkomen? Of gaan we meer herverdelen?

Rechts in economische zin zijn eigenlijk maar twee partijen, VVD en D66. Het CDA schurkt tegen rechts aan. Links valt er meer te kiezen als het om economisch beleid gaat: PvdA, PVV, SP, GroenLinks en de ChristenUnie. Economisch gezien ontlopen de linkse partijen elkaar niet zoveel. Ze willen de verzorgingsstaat zoveel mogelijk beschermen en heffen daarvoor meer belasting bij hogere inkomens.

Opvallend is dat de PvdA economisch soms linkser is dan de SP. Bijvoorbeeld als het om het verlagen van de hypotheekrenteaftrek gaat. Aftrekken mag bij de SP tot een tarief van 42 procent, bij de PvdA maar tot 30 procent. Aftrekken mag bij de SP voor hypotheken tot 350.000 euro, bij de PvdA maar tot de gemiddelde huizenprijs (nu zo’n 250.000 euro). Wat nou SP-light? De SP is PvdA-light.

GroenLinks heeft een paar rechtse trekjes (kortere duur van werkloosheidsuitkering WW bijvoorbeeld). De PVV is een geval apart. Die wil én een kleinere overheid én geen enkele aantasting van de verzorgingsstaat. Dat doet de PVV door veel te snijden in afdrachten aan het buitenland, en in subsidies voor kunst, cultuur en milieu.

Wie gaat dat betalen? Dat is de keuze dus. Maar of we nou een links of rechts kabinet krijgen, in een plat land als Nederland, waar de verschillen in inkomen buitengewoon klein zijn, is de meest waarschijnlijke uitkomst: iedereen.

Marike Stellinga