Van Cervantes tot de Angliru

De Vuelta is een adembenemende hoogmis die Nederlanders grotendeels door de publieke omroep wordt onthouden. In Hilversum denken ze dat met Kromo en Ajax alles gezegd is over passie en sport. Of nog: liever de boerenkermis VVV-Heracles, want dat is dicht bij huis.

Nederland en de waterscheiding: er is voetbal en er is sport. Zelden knooppunten van elkaar. Beter gezegd: parallelle werelden. Of Theo Janssen nu van Ajax naar Vitesse gaat of niet, veel meer dan een Facebookverhaal zal het niet worden.

Voor sportkranten is het een staatszaak. Le ridicule tue.

Voor mij blijft de Vuelta een schitterend boeket. Waar renners de tragische roerloosheid van kurkeiken landschappen verheffen tot levendige grimassen. Waar het landschappelijke grauw wordt weggefietst in kleurrijke waaiers. Waar hitte niet tot theologische discussies leidt.

Gewoon lekker fietsen.

De Vuelta: nakomertje van de zomer. Juist niet. Altijd vind je er de barensweeën van oude tijden in terug. Onvervalste heroïek.

De eerste week van deze Ronde heeft meer sensatie laten zien dan de hele Tour de France. De nijdige, zij het vooralsnog vergeefse demarrages van Alberto Contador. De cool van Alejandro Valverde. Het middeleeuwse aanklampen van Chris Froome. De berekende elegantie van Joaquim Rodriguez. Een robuuste Duitser die twee etappes wint… Niets van dit alles was terug te vinden in Bradley Wiggins.

En toch ligt er een waas van minachting over de Vuelta. Ook in Nederland. Zo van: meer dan Parijs-Nice kan het niet worden. Wel graag vijf etappes binnenhalen voor de editie van 2015, maar dat is dan promotie en commercie. Geen sport.

Emmen.

De Vuelta wordt schandelijk misbruikt. Of als platform voor rehabilitatie (Robert Gesink, Bauke Mollema). Of als springplank naar de WK. Instrumenteel intermezzo. Pure blasfemie. De Vuelta is een meeslepende roman van schoonheid, intrige en achterdocht. Soms met Hollandse boerenpummels als notoire figuranten – denk aan de sprinter Mathieu Hermans. Of aan Gerben Karstens.

Toch heiligdom.

Als Mollema en Gesink de Vuelta goed genoeg vinden als balsem voor oude wonden, wat zou dan nog de inferieure status van deze Ronde zijn?

Ach, Spanje.

In het hooghartige publieke discours van Nederland gaat het over monetair en sociaal uitschot. Syfilisland voor de rijke, inhalige polder. Als het aan Geert Wilders ligt, komt er wel prikkeldraad omheen. Bloedhonden aan de grenzen. Weet hij veel wie Cervantes is.

Van de Angliru heeft hij al helemaal nooit gehoord.

Spanjaarden beklimmen in wilde drift zichzelf, in de Vuelta. En dat is mooi. Ook daarom heb ik zo’n hekel aan Team Sky. Dat seksloze, dat berekende, die misselijkmakende chromen bluf rond nuttige idioten. De kromme dwerg Froome als halfgod.

Spanje: dopingland, zegt men. En jawel, Valverde en Contador hadden in het verleden een probleempje. Maar vergeleken met Lance Armstrong zijn het farmaceutische keutelboeren. De Amerikaan dreigt zijn zeven Tourzeges kwijt te raken.

Eindelijk de hypocrisie doorbroken. Ik juich niet bij de val van Armstrong. Een scheut epo kan mijn bewondering voor een epos niet wegnemen. Drie druppels clenbuterol al helemaal niet? Of dacht u dat Eddy Merckx vijf Tourzeges heeft binnengehaald op spek en eieren?

Ik weet beter.

Vroeg of laat wordt in deze Ronde weer een dopingzondaar uit de koers gehaald. Misschien wel een Raborenner. Mij niet gelaten. Ik blijf stoïcijns kijken en genieten. En straks bewonder ik me gek aan de winnaar. Want over alle chemische cocktails heen, hij had wel de benen om zeven bergen te beklimmen.

Zelf was ik op de eerste heuvelrug al doodgevallen.