Regeren met VVD én SP – kan dat?

SP en VVD leiden in de peilingen. Is een coalitie met deze twee partijen straks denkbaar? Het is overzichtelijker dan samenwerking tussen heel veel klein partijen. Maar ideologisch staan de twee mijlenver van elkaar.

Stel: de kapitalisten van de VVD en de socialisten van de SP vinden elkaar in een regeerakkoord. Hoogleraar overheidsfinanciën Bas Jacobs moet er hartelijk om lachen: „Ik kan bijna geen onderwerp bedenken waar ze niet diametraal tegenover elkaar staan. Begrotingspolitiek, zorg, pensioenen, arbeid, belastingen, de huizenmarkt.”

De vraag naar samenwerking tussen SP en VVD lijkt overbodig: in normale tijden zouden de partijen er niet aan denken een coalitie te vormen. Toch is deze regeeroptie in de aanloop naar de verkiezingen de laatste maanden terugkerend onderwerp van gesprek in Den Haag. Deels wordt dat aangewakkerd door de kleinere partijen, die zich buitengesloten voelen in de tweestrijd die zich ontspint tussen VVD-leider Mark Rutte en SP-leider Emile Roemer. De kleine partijen doen het voorkomen dat het net zo zal gaan als in 2006: PvdA-leider Wouter Bos en CDA-leider Jan Peter Balkenende bestreden elkaar tot het uiterste, maar vormden toch een regering. Zo zegt D66-leider Alexander Pechtold dat je bij de VVD de kans loopt dat je de SP erbij krijgt.

Maar het is niet alleen suggestie. Ook de peilingen voeden deze gedachte. Net als in 2010 zou het nieuwe parlement wel eens uit een grote hoop middelgrote partijen kunnen bestaan. Dat maakt coalitievorming zo lastig, dat gekke combinaties in beeld komen.

Het is veelzeggend, zegt VVD-coryfee Hans Wiegel, dat de SP en de VVD elkaar niet uitsluiten. En het is ook verstandig: „Als je dat doet, ben je tijdens de formatie overgeleverd aan de rest. Dan heb je bijna alle kleinere partijen uit het tweede echelon nodig voor een meerderheid. Dat geeft die partijen een enorme machtspositie.”

Met SP en VVD samen kom je met een beetje geluk al op de zeventig zetels uit, en heb je nog maar één partij nodig voor een meerderheid, zegt Wiegel: „Neem het CDA erbij, die zitten toch altijd ergens in het midden.”

SP-ideoloog Ronald van Raak wil niets van dit soort speculaties weten: „Het is een volstrekt onlogische gedachte.” Zijn partij en de VVD, zegt hij, staan voor totaal verschillende maatschappijen. „Rutte heeft het twee jaar mogen proberen, en het land staat er slechter voor.” Mensen hebben nu echt wat te kiezen, stelt Van Raak. „En in dit geval ligt de waarheid niet in het midden.”

Toch wordt er achter de schermen bij beide partijen wel degelijk over nagedacht. Onder VVD’ers circuleert de volgende redenering. Met de PVV van Geert Wilders wil zelfs de VVD niet meer regeren. Maar als Rutte de verkiezingen wint, kan de partij het zich niet permitteren de ‘populistische stem’ helemaal van het landsbestuur uit te sluiten. Dan blijft de SP als vertegenwoordiger van de populistische stem over. Of dat ook tot formatiebesprekingen met de SP zou moeten leiden, is niet duidelijk. Wat voor VVD’ers wel volstrekt duidelijk is: onder een SP-premier gaat de VVD nooit in een kabinet zitten.

Bij de SP bestaat het besef dat een coalitie met de VVD misschien niet te vermijden is. Prominente SP’ers worden niet moe te zeggen hoe graag ze eens willen regeren. En als de VVD weer de grootste wordt, dan loopt, zeker in eerste instantie, de weg naar regeringsdeelname via Rutte en de zijnen.

Hoewel niemand van de betrokkenen erop zit te wachten, is het dus niet ondenkbaar dat SP en VVD met elkaar aan een formatietafel belanden. Wat zou er dan gebeuren? De verschillen lijken onoverkomelijk. Neem voor het gemak het belangrijkste thema van de verkiezingen, het saneren van de overheidsbegroting. De VVD heeft snel terugbrengen van het begrotingstekort zowat tot raison d’être uitgeroepen. De SP lijkt zich er niet heel druk over te maken. Pas in 2015 hoeft het tekort van de socialisten onder de 3 procent te duiken, en over begrotingsevenwicht zegt de partij niet meer dan dat „op termijn” nodig is.

Wiegel, sussend: „De verschillen zijn groot, dat moet je niet ontkennen. Maar compromissen worden er in de Nederlandse politiek altijd gesloten.” Welke dat moeten zijn, daar waagt Wiegel zich niet aan. Hij wordt tenslotte beschouwd als VVD-insider. „En alles wat je in het openbaar voorstelt, ben je aan de onderhandelingstafel al kwijt.”

De vraag is of Wiegels pragmatische houding in deze tijd wel zo makkelijk te volgen is. Ten eerste is compromissen sluiten makkelijker met smeergeld. En dat is er niet. Ten tweede hebben VVD en SP de afgelopen jaren besteed aan het besmeuren van elkaars maatschappijvisies. Ten derde halen ook SP en VVD samen geen parlementaire meerderheid. Er moet minimaal één andere partij bij, ook nog met eigen wensen.

Kortom, zoals een VVD’er zegt: „als we ooit met de SP aan tafel belanden, dan zou de formatie heel lang kunnen duren”. Tijdens een achtergrondgesprek opperde een SP’er onlangs een onorthodoxe manier om de grote onderlinge verschillen te overbruggen: een kabinet van technocraten, met parlementaire steun van VVD en SP en wat anderen. Als dat de uitkomst is, wordt het nog gekker dan in 2006. Je stemt op Rutte of Roemer, maar krijgt geen van beiden.