Rechts: kleinere overheid

De rechtse partijen hebben weinig geduld met de opgelopen staatsschuld. Dat is het verschuiven van de rekening naar de toekomst, vinden zij. Die staatsschuld moet omlaag. Rente is weggegooid geld, in de woorden van de VVD.

Rechtse partijen zien in de crisis een mooie kans om de overheid kleiner te maken en de sociale zekerheid ‘activerender’. De overheid beslaat bijna de helft van de economie. Dat kan best wat minder. ‘Het probleem is niet dat de overheid te weinig belasting heft, maar dat ze te veel uitgeeft’, is een favoriete mantra van VVD én CDA. Overigens nam de lastendruk onder het kabinet-Rutte van VVD en CDA louter toe.

Rechtse partijen willen dan ook dat het structurele begrotingstekort in 2017 nul is. Daarvoor moeten zo min mogelijk lasten worden verzwaard en moet zo veel mogelijk worden gesneden in de overheid en in sociale voorzieningen. Zo moet de WW korter duren, en de bijstand activerender. Dat is ook goed voor de economie, want daardoor zullen meer mensen gaan werken. Werken moet bovendien lonender worden door de belasting te verlagen.

Investeren willen de rechtse partijen ook (de VVD bijvoorbeeld 3 miljard euro). Dat verbetert de verdienkracht van de economie, maar op bescheiden schaal. Want het is niet de overheid die de economie laat groeien, dat doen mensen en bedrijven zelf. Vooral onderwijs is een populaire post om in te investeren, net als duurzame energie.

De rechtse partijen zijn erg voor het handhaven van de Europese limiet van 3 procent voor het begrotingstekort, ook in Zuid-Europese probleemlanden. Een ordelijk huishoudboekje is de enige manier om uit de crisis te komen.

Of zoals D66 het formuleert: „Gezonde overheidsfinanciën en het in de hand houden van uitgaven en de lastendruk is goed voor onze samenleving. Het is geen ‘straf’ die ons van buiten wordt opgelegd maar een normaal grondbeginsel van ieder huishoudboekje.”