Rechts: huursector aanpakken

„De markt voor gesubsidieerde huurwoningen is ziek.” Een zin uit het VVD-verkiezingsprogramma.

Het probleem van de woningmarkt is volgens rechts dat een onevenredig groot deel van de bevolking in een sociale huurwoning woont; een op de drie huizen is een sociale huurwoning. Dat zijn niet alleen mensen met lage inkomens. Het gaat ook om mensen met een hoger inkomen die blijven zitten omdat ze nu weinig huur betalen: de scheefwoners. Sociale huisvesters moeten zich weer op hun kerntaak richten: woningen verhuren aan de laagste inkomens.

Met de sector is veel mis, vindt rechts. Huren worden kunstmatig laag gehouden, omdat ze niet harder mogen stijgen dan de inflatie. De huur is niet afhankelijk van de locatie van een woning. Voor een huis in een populaire stad betaal je net zoveel als voor precies dezelfde woning in bijvoorbeeld Oost-Groningen. De huursector kent lange wachtlijsten, tien tot vijftien jaar is geen uitzondering.

Een beter functionerende huursector is goed voor de gehele woningmarkt. Hogere huren betekent dat meer mensen doorstromen naar een duurdere huurwoning of koopwoning, zodat goedkopere huizen vrijkomen voor de laagste inkomens. Ook het verkopen door corporaties van huurhuizen aan huurders draagt bij aan het verkleinen van de huursector. En het is beter voor de buurt, want mensen zorgen beter voor een woning als die van henzelf is, zo is het idee.

Op de koopmarkt hoeft niet veel te veranderen. Dankzij het huurbeleid stromen meer mensen door naar de koopsector en komt de markt daar weer op gang. De hypotheekrenteaftrek dient dan als een steuntje in de rug. Voor bestaande gevallen moet de aftrek in stand blijven, want huiseigenaren zijn langlopende verplichtingen aangegaan en moeten kunnen rekenen op een betrouwbare overheid die niet tussentijds de regels verandert.