Pro EU: samen maar met mate

Nog altijd bestaat in de Tweede Kamer een ruime meerderheid voor de wijze waarop Europa met de opeenvolgende miljarden kostende steunoperaties aan zuidelijke landen de schuldencrisis probeert te bestrijden. Van harte gaat het niet; leidend is de overtuiging dat er geen alternatief is.

Over de manier waarop Europa te werk moet gaan, denken PvdA, CDA D66 en GroenLinks min of meer hetzelfde. Voor alle lidstaten zijn strenge begrotingsregels het uitgangspunt, maar sterke landen moeten zwakke landen uiteindelijk te hulp kunnen schieten. Er moet één Europees financieel toezicht komen, één Europees depositogarantiestelsel, één Europees bankennoodfonds, en onder strikte voorwaarden Europese obligaties voor specifieke doeleinden. De VVD laat zich in het verkiezingsprogramma niet uit over de te nemen maatregelen op Europees niveau.

Over de vraag tot wat voor Europese samenwerking dit uiteindelijk moet leiden, lopen de opvattingen meer uiteen. Uitgesproken voorstanders van de Europese Unie, zoals D66 en GroenLinks, beschouwen de huidige crisis als mogelijkheid om een grote sprong voorwaarts te maken naar veel nauwere en verplichtender samenwerking tussen de lidstaten. Voor deze partijen is een politieke unie geen taboe, maar een doel.

Anders ligt dit bij de VVD. Deze partij ziet de samenwerking in Europa vooral als een economische, ter bevordering van de welvaart. PvdA en CDA nemen een tussenpositie in. Verdergaande integratie met overdracht van bevoegdheden achten deze partijen onvermijdelijk, maar tevens moet de Europese Unie maat weten te houden.

Voor alle partijen die pro Europa zijn geldt dat het Nederlandse pensioenstelsel een nationale aangelegenheid moet blijven. Ook vinden zij dat de Nederlandse bijdrage aan de gezamenlijke Europese begroting omlaag kan.