Pornocraten, sadisten en uitgeputte dieren

Voor de vakantiekoffer maakt Michel Krielaars een keuze uit het aanbod midprice-boeken over Europese geschiedenis. Twee millennia vernietigingsdrift en dadendrang.

De Europese geschiedenis lijkt vaak op een permanente afwisseling van grote vernietigingsdrang en dynamische wederopbouw. Dat blijkt uit het imponerende en vuistdikke Barbarij en beschaving. Een geschiedenis van Europa in onze tijd (Vert. Toon Dohmen, Chiel van Soelen en Pieter van der Veen, Nieuw Amsterdam, 976 blz., €25), waarin de eminente Britse historicus Bernard Wasserstein het Europa van de roerige 20ste eeuw in al zijn aspecten onder de loep neemt. Zo schrijft hij onder meer dat er in 1914 een diepe economische en sociale scheidslijn was te trekken tussen het noordwesten en de rest van dat werelddeel. Het kost weinig moeite een angstwekkende parallel te trekken met het Europa van nu, dat eveneens aan jarenlange onderhuidse spanningen ten onder dreigt te gaan. De Duitse kanselier Merkel laat zich bij Wasserstein makkelijk vergelijken met briljante politici als Walther Rathenau of Gustav Stresemann, die de Weimarrepubliek politiek uit het slop wisten te trekken en – tijdelijk – erger wisten te voorkomen.

Een kleine rol in Wassersteins boek wordt gespeeld door kardinaal Pacelli, de latere paus Pius XII, die in 1933 een concordaat tussen het Vaticaan en Duitsland smeedde, omdat het Vaticaan de nazi’s als laatste redmiddel tegen het goddeloze communisme zag. Als Pius XII duikt hij uitvoeriger op in het magistrale De pausen. Een geschiedenis (Vert. Roland Fagel, Bert Bakker, 565 blz., €15) van de Brit John Julius Norwich, die eerder boeiende monografieën schreef over Byzantium en Venetië. Norwich beschrijft op lichtvoetige en humorvolle wijze alle 264 kerkleiders vanaf de stichter van de leer, apostel Paulus, inclusief de tegenpausen die tijdens de kerkelijke schisma’s op de Heilige Stoel zijn geklommen. Met veel oog voor absurdistische details en gebruikmakend van talloze anekdotes ontmaskert Norwich deze absolute monarchie als een primitieve dictatuur van dwazen en egoïsten die slechts oog hebben voor hun persoonlijke lusten, zoals Johannes XII, die hij een ‘pornocraat’ noemt. En tegelijkertijd prijst hij de briljante uitzonderingen, zoals Leo I, Marcellus II en Leo XIII, om de Poolse paus Johannes Paulus II vervolgens als een verbeten reactionair neer te zetten.

De barbarij van Europa komt nergens zo indrukwekkend tot uiting als in Anna Seghers’ Het zevende kruis (Herziene vertaling van Nico Rost door Elly Schippers, Van Gennep, 392 blz., €12,50). In deze roman uit 1942 verhaalt de in 1983 overleden schrijfster over zeven gevangenen die in 1937 – de sadistische nazi’s hebben Duitsland al geheel in hun greep – uit een concentratiekamp ontsnappen. Zes worden al snel weer opgepakt, maar de zevende, de communistische automonteur Georg Heisler, weet uit de klauwen van de Gestapo te blijven. Seghers vergelijkt hem met een gewond, hongerig en uitgeput wild dier dat her en der probeert te schuilen, onder meer bij een vriend uit zijn jeugd, wiens vriendin hij ooit heeft afgepakt. Ze betreedt boeiende zijpaden, waardoor je de angst en en het wantrouwen van die tijd bijna aan den lijve voelt.

Dat in Duitsland ook na 1945 de barbarij bleef bestaan, op een subtiele manier, blijkt uit Christa Wolfs autobiografische roman Stad der engelen of The overcoat of Dr. Freud (Vert. Gerrit Bussink, Van Gennep, 375 blz. €12,50). De in 2011 overleden communistische schrijfster Wolf, van wie na de Wende uitkwam dat ze in de jaren vijftig en zestig informant van de Stasi was geweest, laat zien hoe dubbelzinnig veel communisten over de DDR dachten, omdat ze geloofden dat hun nieuwe vaderland het beste van twee kwaden was. Wolf blikt in Stad der engelen terug op de Tweede Wereldoorlog, de idealistische beginjaren van de DDR en haar verdediging van de door het regime ‘uitgeburgerde’ zanger Wolf Biermann, en legt zo verantwoording af voor haar daden. Een briljanter voorbeeld van zelfafrekening en -onderzoek heb ik zelden gelezen.

Dat barbarij in Europa niet alleen van de 20ste eeuw of het pauselijk rijk is, blijkt uit Hillary Mantels Wolf Hall (Vert.Ineke Willems, Signatuur, 672 blz., €15,-), dat in 2009 de Booker Prize won. Deze roman beschrijft de opkomst van Thomas Cromwell (ca. 1485-1540), de vertrouweling en latere plaatsvervanger van Hendrik VIII. Wreedheid, ambitie, het menselijk tekort en het verlangen om goed te doen wisselen elkaar af en geven een schitterende kijk op de tragiek van een machtige politicus , zoals dat alleen maar kan in een goede roman.