Niet gek, wel gevaarlijk

De xenofobe tempelier en massamoordenaar Anders Breivik is wel degelijk bij zinnen. De rechtbank in Oslo heeft dat gisteren vastgesteld over de man die 22 juli vorig jaar 77 Noren doodde en 242 verwondde, vooral jonge socialisten op eiland Utøya. Breivik heeft 21 jaar celstraf gekregen.

Voor Breivik(33), die Noorwegen met zijn moordpartij wilde bevrijden van vermeende ‘multiculturele landverraders’, is dit vonnis een overwinning. Hij beschouwt zichzelf niet als ontoerekeningsvatbaar, zoals de openbare aanklager wel deed, maar als een partizaan in een ‘burgeroorlog’.

De slachtoffers en nabestaanden kunnen zich, voor zover dat kan na zo’n drama, vinden in dit vonnis. Hun leven blijkt niet verwoest door een eenzame gek maar door een gekke ideoloog. Dat maakt de vraag naar het waarom van Breiviks daad net iets rationeler.

Dat geldt ook voor de vraag of en in welke mate de autoriteiten verantwoordelijkheid dragen voor de massamoord. Onafhankelijk onderzoek wijst vooralsnog uit dat politie, zowel de inlichtingendienst als de operationele eenheden, voor en op 22 juli 2011 steken hebben laten vallen. Ze had eerder kunnen ingrijpen.

Met dit vonnis kan een eerste hoofdstuk worden afgesloten. Over het algemeen was het proces tegen Breivik een toonbeeld van ordelijkheid. Breivik heeft een zorgvuldig proces gekregen. Hij kon in woord en gebaar zoveel doen en laten dat het soms ondraaglijk was voor zijn slachtoffers. Die hebben zich op hun beurt wel ingetogen gedragen. Het bleef bij een schoen die Breivik naar zijn hoofd gegooid kreeg. Eigenlijk was alleen de stelligheid waarmee het Openbaar Ministerie vroeg om zijn ontoerekeningsvatbaarheid opmerkelijk, niet zozeer uit juridisch als wel uit maatschappelijk oogpunt.

De behoefte om een massamoordenaar als Breivik buiten zinnen te verklaren, ligt voor de hand. In een burgerlijk democratische samenleving wordt geweld vaak als iets buitenaards ervaren. Er zijn beschaafdere middelen om meningsverschillen te beslechten. Door politiek geweld buiten de orde te plaatsen, kan die vreedzame consensus intact blijven.

Maar dat is uiteindelijk kortzichtig. Toerekeningsvatbaarheid is geen categorie om politiek geweld te isoleren en te voorkomen. Natuurlijk, zonder intrinsieke gekte wordt geen radicale politieke denker daadwerkelijke terrorist. De grens is echter niet zwart-wit. Terrorisme is de laatste fase van een grensoverschrijdend proces dat niet perse het gevolg is van maar wel begint bij ideeën die links en rechts in de samenleving leven. Dat geldt voor Breivik nu net zozeer als het gold voor bijvoorbeeld Bin Laden.

Zonder maatschappelijke context heeft politiek geweld geen schijn van kans. Dat blijkt ook uit de resonans die Breivik na zijn daden vanuit de gevangenis nog steeds teweegbrengt. Als Breivik eerder al geen medestanders had, dan heeft hij ze intussen wel gekregen. Door het milde strafklimaat in Noorwegen kan hij die achterban vanuit de gevangenis ook verder mobiliseren, zoals de Rote Armee Fraktion in Duitsland vier decennia geleden ook kon.

De positieve keerzijde van het Noorse systeem is wel dat de maatschappij zich teweerstelt. Het land, dat zich laat voorstaan op openheid, is meer naar binnen gekeerd. Maar het ‘debat’ over immigratie is in Noorwegen, een van de rijkste landen, niet geradicaliseerd en er rust geen taboe op. Er is meer ruimte voor uitwisseling dan tien jaar geleden in Nederland.

Dat uit zich ook partijpolitiek. Bij de parlementsverkiezingen in 2013 worden de sociaal-democraten van premier Stoltenberg mogelijk afgelost door de conservatieven. Maar dat is een normale omslag. Zelfs de Vooruitgangspartij, waar Breivik lid van was, is niet weggevaagd of populairder geworden.

Breivik wilde een burgeroorlog ontketenen maar lokte vooral gematigdheid uit. Noorwegen is een stabiele maatschappij. In die zin stond Breivik al voor zijn celstraf buiten de samenleving.