Niet Facebook, maar meidenvenijn

Leidde Facebook tot de moord op Joyce Hau? Linda Duits zoekt het liever in de verwarrende, pijnlijke meisjescultuur. Constant spiegelen en roddelen, vooral over seksualiteit.

In januari werd de 15-jarige Joyce Hau vermoord. De omstandigheden van de moord staan deze week volop in het nieuws omdat de rechtszaak is begonnen. Drie minderjarige verdachten staan terecht. Zaken met minderjarigen zijn meestal niet publiek, maar het Openbaar Ministerie (OM) verzocht de rechtbank om openbare behandeling. De moord staat inmiddels bekend als de Facebook-moord en het OM ziet in de populariteit van Facebook onder jongeren een speciaal belang om de zaak in het openbaar te behandelen. Is deze veronderstelling dat Facebook de zaak bijzonder maakt wel terecht?

De mechanismen die ten grondslag liggen aan deze moord staan los van sociale netwerken. Waar Facebook een relatief nieuw verschijnsel is, wordt er al sinds de jaren zeventig onderzoek gedaan naar meisjescultuur. Een aantal aspecten aan de moordzaak is kenmerkend voor deze cultuur, maar blijft in de maatschappelijke discussie vrijwel onbesproken. Zo wordt de ruzie die voorafging aan de moord onbenullig en onbeduidend genoemd. Dit is een bizarre reductie en een grove miskenning van de gevoelens van de betrokken meisjes.

Vriendschap tussen tienermeisjes is intens en kan van zware liefde opeens 180 graden omslaan in hevige animositeit. Niets in meisjescultuur is dan ook onbenullig. Iedere gedraging, ieder aspect van uiterlijk, ieder incident wordt uitentreuren besproken en beoordeeld. De constante surveillance waar meisjes zichzelf en iedereen om hen heen aan onderwerpen, is geen nieuw fenomeen dat zich met de komst van sociale netwerken heeft voorgedaan. Het is de dagelijkse realiteit van opgroeiende meisjes, nu, maar ook dertig jaar geleden. Op het schoolplein, per telefoon en via briefjes in de klas bespreken ze het gedrag van anderen. Roddel speelt een centrale rol. Op deze manier leren meisjes reflexief over gepast en ongepast gedrag in onze maatschappij. Door voorbeelden uit hun eigen kring, maar ook uit bijvoorbeeld de entertainmentwereld, te be- en veroordelen. Met name roddel over seksualiteit is vormend in hun identiteitsconstructie.

Feministisch onderzoek wijst al vanaf de jaren zeventig op de worsteling van meisjes met seksualiteit. De angst om hoer of slet genoemd te worden zorgt niet alleen voor gedragsbeperkingen opgelegd door familie, maar de internalisatie van deze normen zorgt ook voor zelfdisciplinering in het eigen gedrag. De angst voor sociale schade door roddel over (vermeend) seksueel gedrag moet niet onderschat worden. De wens van Polly haar vriendin het zwijgen op te leggen is daarvan een extreme uiting, maar zulke verlangens zijn geen uitzonderlijk incident.

De zaak neemt vervolgens een afschuwelijke wending. Polly klaagt tegen haar vriend Wesley over de roddels over haar seksuele escapades. Samen vinden ze Jinhua bereid iets aan Joyce te doen. Hier wijkt de zaak wél af van wat gangbaar is in ‘normale’ jeugdcultuur. Jinhua is namelijk geen gewone jongen. Volgens deskundigen heeft hij een persoonlijkheid met psychopathische trekken en inmiddels is hij verminderd toerekeningsvatbaar verklaard.

Deze omstandigheden vormen de achtergrond van de moord. Ze doen zich niet zomaar voor in de jongerencultuur en staan volledig los van het communicatieplatform waaraan jongeren in een bepaalde tijd de voorkeur geven. In het publieke debat wordt erop gewezen dat de wereld van Facebook voor ouders afgesloten is. Dat is precies wat de meeste tieners willen: privacy van hun ouders, een plek om alleen te zijn, weg van de surveillance van ouders. Zolang meisjes binnen blijven, voelen veel ouders zich zekerder – en dit geldt absoluut niet alleen voor allochtone ouders. De komst van sociale media heeft ouders het gevoel gegeven dat meisjes binnen niet meer veilig zijn, omdat hun wereld – met al die roddels en ruzie – via het internet alsnog het huis in komt. De gedachte dat die cultuur vroeger niet binnenkwam, is echter foutief. Toen gebeurde dat met de telefoon, door brieven te schrijven en door bij elkaar op bezoek te gaan. Meisjes hebben geen state-of-the-artcommunicatietechnologie nodig om voortdurend met elkaar bezig te zijn.

Het OM heeft dan ook een verkeerde keuze gemaakt door deze zaak zo op te hangen aan Facebook. Het zorgt voor nog grotere onrust onder ouders die sociale media toch al eng vinden. Het enige maatschappelijk belang dat door openbaarheid van deze zaak gediend zou kunnen worden, is wanneer Facebook expliciet vrijgesproken wordt. De verdachtmaking van Facebook als bron van het kwaad in deze moord verlegt niet alleen de aandacht van de wezenlijke problemen van deze specifieke dadergroep, maar weerhoudt ons ook van het bespreken en oplossen van de wezenlijke problemen waarmee meisjes dagelijks stoeien.

Een gemakkelijke zondebok zorgt ervoor dat we niet verder hoeven te zoeken naar complexere oorzaken. De overheid hoeft geen extra geld aan jeugd- en geestelijke gezondheidszorg te geven. In plaats daarvan volstaat een cursusje mediawijsheid op school en klaar is Kees. Ouders en andere opvoeders hoeven geen lastig gesprek aan te gaan dat nadenken over de eigen normatieve ideeën rond seksualiteit van meisjes vereist. In plaats daarvan volstaat een gesprekje over Hyves.

De nadruk op Facebook heeft als gevaarlijk risico dat we het probleem uit het oog verliezen. Meisjes worden dagelijks geconfronteerd met roddel en ruzie. Ze moeten tegenstrijdige waarden balanceren: aardig maar niet gedwee, sexy maar niet preuts. Deze worsteling leidt zelden tot moord, maar is wel degelijk pijnlijk. De discussie naar aanleiding van de Facebook-moord moet dan ook niet gaan over omgang met sociale media. Veel nuttiger is het om te praten over de verwarrende genderrollen en verwachtingen over seksualiteit die we aan de jeugd meegeven.

Linda Duits is communicatiewetenschapper en promoveerde op meisjescultuur.