Na deze week staan weinig politici in het krijt bij Rutte

Op de vloer van dat NOS-debat, woensdag, kon je zien dat de persoonlijke relaties van veel lijsttrekkers onveranderd voortreffelijk blijven. Als ze niet aan de beurt waren, keken ze ergens in een hoekje op een tv naar de collega’s. Je zag hoe Marianne Thieme en Kees van der Staaij met elkaar meeleefden. Toen Samsom even wegkeek om zich, colaatje in de hand, in zijn teksten in te leven, lieten de anderen hem goeiig begaan. En toen Buma de toelichting van zijn persoonlijke inspiratiebron (de Britse premier David Cameron) achter de rug had, stak Samsom zijn duim naar hem op. Goed gedaan man.

Dit is minder triviaal dan het lijkt. Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 hoefde je geen insider te zijn om te zien dat de meeste Republikeinse kandidaten Mitt Romney een kwal vonden. Onuitstaanbaar zelfingenomen. Dus toen het uitliep op een tweestrijd McCain-Romney, steunden dat jaar bijna alle afgevallen kandidaten John McCain.

Obama was slimmer, die stak opponenten de helpende hand toe. Het mooiste voorbeeld voltrok zich in een van de eerste debatten om de Democratische nominatie, toen er nog acht kandidaten waren. Als een van acht in beeld was doodden de andere zeven de tijd met gebbetjes. Dus een van de kandidaten, Bill Richardson, de oud-VN-ambassadeur van Bill Clinton, lette niet op toen ineens een vraag op hem afkwam. Obama stond ernaast. „Hij had me kunnen vloeren”, zei Richardson later. In plaats daarvan fluisterde Obama hem gauw het goede antwoord in. Later zou Richardson, destijds de machtigste latino-politicus van de VS, zijn goede relatie met de Clintons verbreken en alsnog de zijde van Obama kiezen.

Dus ook in campagnes kunnen persoonlijke relaties gemaakt en gebroken worden, met soms vergaande gevolgen.

In dit opzicht waren de keuzes van de VVD en Mark Rutte deze week wonderlijk. Rutte is zoals bekend zo’n man die eigenlijk bij iedereen goed ligt. Journalisten, met hun kwetsbare ego’s, mogen je graag vertellen dat hij je zomaar belt om een complimentje uit te delen. In tijden van somberte en argwaan heeft hij een kwaliteit die gemakkelijk onderschat wordt: optimisme is belangrijke symboliek als het land jarenlang is gedomineerd door politici die doen alsof het einde der (Nederlandse) tijden nabij is.

Rutte wilde per se laat beginnen aan de campagne, en alles beperken tot tweeëneenhalve week. Een positie die zittende premiers vaker innemen. De peilingen zijn goed en je claimt dat de staatszaken geen ruimte laten voor dat gedoe met ballonnen en beloften.

Bij het CDA, Ruttes coalitiepartner de laatste jaren, mopperden ze vorige week al dat de VVD-leider te lang afzijdig bleef. Zonder deelname van Rutte kan Buma amper bij het VVD-electoraat inbreken, en daar zitten Buma’s beste kansen. Dus met zijn hopeloze peilingen begon Buma maar wat beloften rond de strooien. Zoals in dat debatje waar hij het einde van de langstudeerboete aankondigde. De rest van dit kleine campagnedrama is bekend. Toen het er donderdag in de Kamer op aankwam kon hij zijn woord niet waarmaken, mede omdat de VVD (én CDA-minister De Jager van Financiën) hem niet te hulp schoten.

De grootste streek haalde Rutte een dag eerder uit: de belofte, gebracht via De Telegraaf, dat ‘de hardwerkende Nederlander’ op duizend euro lastenverlichting van de VVD kan rekenen. De rug van Rutte. En ’s avonds was er dat eerste televisiedebat bij de NOS, waaraan hij niet meedeed omdat hij te veel staatszaken aan het hoofd had. Dus Bram Schilham, de Haagse chef van de NOS, belde die woensdag rond half één met Stef Blok, de campagneleider van de VVD. Schilham hield Blok voor dat de VVD zijn opvattingen over de duur van de campagne kennelijk had herzien: Rutte was nog steeds van harte uitgenodigd. Maar nog steeds was de premier niet van plan zijn ideeën aan openbare concurrentie bloot te stellen. Twee dagen eerder, bleek achteraf, had Rutte wel tijd voor een biertje met de royaltywatcher van RTL Boulevard, die de foto zelf op Twitter zette: Peter van der Vorst op terras met hardwerkende staatsman.

Dat dit andere partijen enorm irriteerde kon je ze moeilijk kwalijk nemen. De vraag bleef hangen of deze premier, als het erop aankomt, fair met zijn opponenten omgaat. In elk geval zullen weinig potentiële coalitiepartners afgelopen week hebben gedacht dat ze bij Rutte in het krijt staan. En je zag dat er ook buiten de politiek twijfel groeit over het leiderschap van de premier.

Omdat Rutte (en Roemer) de campagne zo kort houden is er in de topdrukte van de laatste zeventien dagen amper tijd voor twee elementaire zaken: verantwoording voor de afgelopen kabinetsperiode en, belangrijker, een test van politiek leiderschap. Ga maar na. Vandaag begint de VVD zijn campagne, zondag is het ‘premierdebat’ van RTL, en maandag presenteert het CPB zijn doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s. Dus het restant van de stembusstrijd wordt vooral gevuld met politici die pronken met CPB-cijfers.

In de VS hebben ze zoveel scepsis over dit soort plannen dat zo’n campagne eigenlijk alleen nog een leiderschapstest is. Daarom duurt het daar zo lang, met alle nadelen van dien. Hier hebben we eigenlijk alleen tijd voor een CPB-testje van de plannen, daarna is het bijna al voorbij. Het gevolg is dat we leiders zelden beoordelen op hun gedrag en prestaties, en vooral hun uitspraken.

En in de nieuwe mediacultuur is het allang niet ongewoon meer dat zwak leiderschap amper bestraft wordt. Zie het geval Wilders, die zich vrijdag weer gemeld heeft. Reken maar dat die grote mond, waarmee hij al jaren krachtig leiderschap suggereert, de komende weken niet meer op slot gaat.

Met collega Huib Modderkolk onderzocht ik eerder dit jaar hoe hij de PVV intern leidt. In de praktijk bleek hij vooral weg te duiken als intern een pijnlijke kwestie opspeelde. In het openbaar het hoogste woord, binnenskamers mooipraten en aarzelen. Het laatste voorbeeld komt van Jhim van Bemmel, die uit de PVV stapte toen Wilders hem van de kandidatenlijst verwijderde. Van Bemmel beschikt over een transcriptie van het telefoontje dat hij daarover van Wilders kreeg, en deelde die met deze krant. Op het echt spannende moment, toen Wilders toelichtte waarom hij Van Bemmel van de lijst afvoerde, sprak de leider zo:

,,(…) ik zeg ook niet dat je een slecht Kamerlid bent geweest, want dat is helemaal niet het geval, alleen, ja, we willen een stukje vernieuwing, uh uh uh uh. Niet dat we enorme vernieuwing hebben, we willen wel wat vernieuwing en in dat nieuwe plaatje, ja daar, daar - daar zien wij geen plek voor jou. Er is natuurlijk ook in het verleden een en ander gebeurd maar daar wil ik het niet alleen op gooien hoor, maar we willen ook gewoon een nieuwe lijst, en, uh, ja, dan, dan daar hoort bij dat sommige nieuwe mensen komen en sommige oude afvallen ik kan het niet mooier maken dan dat het is.’’

En deze man wist de laatste twee campagnes te verkopen dat hij, als leider,voor niemand bang is. Wij houden onszelf graag voor dat Nederland, en Nederlandse campagnes, veramerikaniseren – zie Quote deze week. Polarisatie is in, de televisie en het web versterken dit, de flanken groeien, het midden valt weg, wantrouwen en populisme winnen terrein. Allemaal waar. In Amerika hebben ze ervan geleerd dat je leiders alleen kunt testen als je er een jaar voor neemt. En wij maar doen alsof zeventien dagen genoeg is.