Mitt Romney, rechtse student in linkse tijd

Deze week wijst de Republikeinse partij Mitt Romney formeel aan als kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Waar ontbrandde zijn politieke vuur? Zijn roommate op Stanford University was erbij toen het gebeurde. „En dan zie je Mitt met zo’n bord staan.”

Mitt Romney, helemaal rechts, protesteert tegen de bezetting van het kantoor van de rector van Stanford, 1966.

Het politieke ontwaken van Willard Mitt Romney heeft een datum: de vroege ochtend van 20 mei 1966. Er is ook een exacte plek: de campus van Stanford University, voor de ingang van de boekwinkel. Die nacht had bijna niemand op de dure privé-universiteit in Californië geslapen. Opwinding alom. Tientallen studenten hadden het kantoor van de rector magnificus bezet uit protest tegen een regeling die het mogelijk maakte studenten op te roepen voor de oorlog in Vietnam. Studenten mochten niet langer op de universiteit blijven plakken om onder dienstplicht uit te komen. Een demonstratie was min of meer per ongeluk geëindigd in een geïmproviseerde sit-in.

In de ochtend verzamelt zich even verderop, bij de boekwinkel, een tweede groep studenten, een man of 75. Hun kleding – gestreken overhemden, colberts, gepoetste schoenen – wijkt af van de studenten in spijkerpak die het kantoor van de rector bezet houden. Ze staan in de rij, met beschilderde borden, en roepen dat ze de rector steunen. Een lange jongen, zijn donkere haar strak in een scheiding, neemt het woord. Hij draagt een bord: ‘Speak Out, Don't Sit In’ (Spreek je uit, houd geen sit- in). Een paar journalisten noteren zijn woorden. Hij richt zich tot de activisten. „Kom dat kantoor uit en laat de lessen weer doorgaan.”

Het begin van Romneys politieke carrière is tevens het einde van een vriendschap die toch al enigszins bekoeld was. Romneys huisgenoot en mentor David Harris is één van de bezetters van het kantoor en pendelt als onderhandelaar tussen de activisten en het razende universiteitsbestuur. Harris: „En dan zie je Mitt met zo’n bord staan. Ik sliep een jaar lang bijna naast die jongen, altijd hadden we het erover kunnen hebben. Dat heeft hij nooit gedaan.”

Berekening

David Harris (66), nu schrijver, is een boomlange man met heldere, indringende ogen. Hij woont in de bergen ten noorden van San Francisco, dichtbij de Golden Gate Bridge. Hij was Romneys mentor en huisgenoot. Ze aten samen, voerden gesprekken. Ze waren vrienden. Bijna onvoorstelbaar, gezien hun verschillende levensloop. Romney wordt deze week, op de Republikeinse Conventie in Tampa, officieel gekozen als de Republikeinse uitdager van president Barack Obama. Harris werd Amerika’s bekendste anti-Vietnamactivist, was het symbool van burgerlijke ongehoorzaamheid, zat in de gevangenis.

Harris’ baard is verdwenen, hij praat onderuitgezakt op zijn bank over die onrustige dagen op Stanford. Hij zit nog altijd met vragen over zijn roommate. De belangrijkste was: waarom werd Mitt Romney, die nooit echt interesse toonde in politiek, plotseling activist?

Het is geen toeval, zegt Harris, dat de jaren zestig de meest bepalende generatie Amerikaanse politici sinds decennia heeft voortgebracht: George W. Bush, Bill Clinton, Al Gore, John Kerry, Mitt Romney. Het land raakte in de jaren zestig tot op het bot gepolariseerd. De burgerrechtenbeweging vocht voor gelijke rechten tussen blank en zwart. De oorlog in Vietnam verdeelde de Amerikanen automatisch in voor- en tegenstanders van de oorlog. „Dat waren de jaren dat het er echt op aankwam. Iedereen was gedwongen radicale keuzes te maken, want de oorlog hijgde in onze nek. Op een dag was je aan de beurt en moest je naar Vietnam. Dat maakte politiek belangrijk, al het andere was irrelevant. Ik werd progressief, Mitt conservatief. Iedereen koos partij.”

Polygamie

Tot zijn inschrijving op Stanford in 1965 was alle rumoer van de sixties volledig aan Mitt Romney voorbijgegaan. Hij was de jongste van vier kinderen in een traditioneel mormoons gezin. Hij groeide beschermd op in de slaperige buitenstad Bloomfield Hills, in Michigan. Vader George Romney, schatrijk geworden in de auto-industrie en nu gouverneur van Michigan, was als zoon van een vluchteling geboren in Mexico. Zijn familie behoorde in de VS tot de eerste mormonen; het mormoonse geloof werd rond 1830 in New York gesticht door Joseph Smith. De Romneys hadden gemeenschappen gesticht in Michigan en het westen. Maar in de negentiende eeuw werd polygamie, geaccepteerd en zelfs aangemoedigd onder mormonen, verboden. Mormonen werden steeds vaker verjaagd. De opa van George Romney, die drie vrouwen had, hing een celstraf boven het hoofd en vluchtte naar Mexico.

Toen George Romney naar de VS terugkeerde was het taboe er nog altijd. Tot op de dag van vandaag spreekt Mitt Romney alleen in algemeenheden over zijn geloof.

Toen hij naar Stanford vertrok had Romney geen duidelijke toekomst voor ogen. Hij praatte veel over auto’s en over zijn vriendin Ann, zijn huidige vrouw. Veel kinderen van rijke ouders deden het ‘freshman’-jaar, waar ook Romney zich voor inschreef. Stanford gold als de conservatieve, traditionele tegenhanger van het vrijzinnig-linkse Berkeley in Oakland.

Romney kreeg een kamer op de derde verdieping van de studentenflat waar David Harris woonde. Harris werd aangewezen als zijn mentor. Hij moest hem begeleiden met dagelijkse, praktische problemen. „We hadden geanimeerde gesprekken over politieke thema’s”, zei Romney later in een interview over Harris. Ook Harris kwam uit een rijk, gematigd-conservatief gezin. Zijn vader was overtuigd Republikein, en een hoge officier in het leger. Romney kwam op Harris sympathiek over, goedgeluimd, maar een tikje naïef. Zijn studentenkamer, circa twaalf vierkante meter, deelde Romney met Mark Marquess, nog steeds een goede vriend. Hij onttrok zich volgens zijn biografen Michael Kranish en Scott Helman (auteurs van de biografie The Real Romney) de eerste maanden aan het studentenleven.

Roddelen

Drank of drugs mocht Mitt Romney niet gebruiken. Hij hing een foto van zijn ouders aan de muur en spaarde geld om heen en weer te vliegen naar Ann. Hij ging met haar naar The Sound of Music. Zijn ouders mochten niet van de reisjes weten. Vader George Romney, die iets vermoedde, kwam poolshoogte nemen op Stanford. Harris herinnert zich hoe iedereen op de campus roddelde over het bezoek van Romneys beroemde vader, die kwam checken of zijn zoon wel in zijn eigen bed sliep. „Op de universiteit was dat iets groots: George Romney, de toekomstige president, is op Stanford. Studenten probeerden met hem in debat te gaan. Voor mij was hij irrelevant, dus ik liet hem links liggen.”

Op Stanford begon Harris demonstraties te organiseren tegen de Vietnam-oorlog. Seks, drugs en politiek begonnen zijn studententijd te overheersen. Californië raakte in de ban van de Flowerpower en Harris werd het gezicht van die beweging op Stanford. Hij regelde een geluidsinstallatie bij zijn vrienden van rockband Jefferson Airplane, in ruil voor een partij hasj, en sprak over burgerlijke ongehoorzaamheid. „Na ons afstuderen wachtte ons de oorlog in Vietnam. Niemand zag het nut van deze oorlog, maar de sfeer was nog steeds die van de Tweede Wereldoorlog: kritiek op de regering is in oorlogstijd verboden.”

De sfeer op Stanford sloeg om. Op de campus was de muziek van The Grateful Dead te horen, de colberts werden in snel tempo vervangen door spijkerpakken. De demonstraties van Harris werden steeds groter, en Harris werd tot verbijstering van de universiteit, en hemzelf, gekozen tot voorzitter van de studentenraad. „Het kan niet anders of Mitt voelde zich bedreigd door deze omslag, al zei hij dat nooit. Het stond hem tegen, omdat het niet was wat zijn vader hem had geleerd.”

Breekpunt

Op een avond werd Harris belaagd door een groepje gemaskerde conservatieve studenten. Ze namen hem mee en schoren zijn baard af. Een foto van de geschoren Harris stond in alle regionale kranten. Maar het maakte hem alleen maar beroemder. Time Magazine portretteerde hem als de ster van de landelijke anti-oorlogsbeweging. Romney en Harris groeiden uit elkaar, zegt de activist nu. Romney kreeg meer vrienden in de conservatieve kringen van de campus, en ging regelmatig naar avonden van de Republikeinse Club. De sit-in in het kantoor van de rector was het breekpunt. Harris zocht lang naar een verklaring waarom Romney zich tegen de demonstranten keerde. Zijn antwoord is nu, na 46 jaar: „Het was opportunisme. Mitt wilde zijn vader helpen.”

Die vader, George Romney, was een rijzende ster in de Republikeinse Partij. Op het moment van de sit-in was de gouverneur van Michigan de grote favoriet om de Republikeinse presidentskandidaat te worden. Hij presenteerde zich ten opzichte van zijn tegenstanders Richard Nixon en Barry Goldwater als een gematigde, liberale Republikein. George Romney werkte ook aan verbreding van zijn conservatieve basis door een uitgesproken voorstander van de oorlog in Vietnam te worden. Onder grote aandacht van de landelijke pers bezocht hij Vietnam, waar hij de Amerikaanse oorlog voluit steunde.

Volgens zijn biografen speelt bewondering voor zijn vader, overleden in 1995, een hoofdrol in Romneys leven. Hij luisterde altijd naar hem, en volgde zijn carrièrepad: zakenman, gouverneur, presidentskandidaat. Maar Romney heeft volgens hen ook een ander instinct: hij aarzelt als hij stelling moet nemen. Het zit in zijn karakter om „zich in te houden terwijl de wereldgebeurtenissen zich voor zijn ogen afspeelden”. Romney bekijkt de dingen, wikt, weegt en maakt na lang aarzelen zijn keuze. Daarom, vermoeden de biografen, zweeg Romney zo lang. „In de jaren zestig volgde hij zijn gehoorzamende instinct, en koos hij partij voor de autoriteiten. ”

Missionaris

Mitt Romney kon tijdens de demonstratie niet weten dat zijn vader een jaar later een draai zou maken. In 1967 keerde de gouverneur zich onverwacht tegen de oorlog. Hij zei dat hij „gehersenspoeld” was in Vietnam. Als hij president werd zou hij de oorlog beëindigen.

Het was een politieke blunder. In de Republikeinse voorverkiezingen maakte hij geen kans meer tegen Richard Nixon, die hem als beïnvloedbare windvaan kon afschilderen. Vietnam, dat het begin inluidde van de politieke bewustwording van Mitt Romney, was het einde van de carrière van George Romney.

In 1966, een maand na de sit-in, stopte Romney onverwachts op Stanford. Hij vertelde niemand waarom. Harris zegt dat Romney zich er steeds minder thuisvoelde. Hij was een drop-out, en kon binnen drie maanden zijn keuring voor dienstplicht verwachten om daarna naar Vietnam te gaan. Maar Romney werd missionaris in Frankrijk en kreeg om die reden vrijstelling. Hij bleef ruim twee jaar in Frankrijk, en hij bekeerde naar eigen zeggen tien tot twintig Fransen tot de mormoonse kerk. In Frankrijk verdiepte hij zijn geloof, zei Romney.

Oproep verscheuren

In de tijd dat Romney in Frankrijk zat, zat Harris in de cel, soms in een isoleercel, wegens dienstweigering. Hij kreeg drie jaar gevangenisstraf. Harris’ toenmalige vrouw, zangeres Joan Baez, die eerst de vriendin van Bob Dylan was, riep tijdens haar optreden op het Woodstock Festival iedereen op de oproepkaarten te verscheuren. Harris zegt dat hij niet weet of Romney de dienstplicht bewust ontweek of dat hij een oprechte religieuze roeping volgde. „Hoe dan ook: Mitt en ik maakten dezelfde keuze. We ontweken allebei de oorlog. Maar ik ben ervoor gestraft, terwijl hij een geloof liep te verkondigen in Frankrijk. Ik ben er nog altijd kwaad over.”

Romney heeft in interviews gezegd dat het een natuurlijke stap was om mormoons missionaris te worden. Maar hij zei ook dat hij niets voelde voor militaire dienst. „Ik had geen zin om in Vietnam te dienen.”

Romney scherpte in Frankrijk zijn religieuze ideeën aan. Op zijn aandringen bekeerde Ann zich tot het mormoonse geloof.

Terug in de Verenigde Staten ging Romney opnieuw studeren, aan een mormoonse universiteit in Utah en aan Harvard. Hij trouwde met Ann, ze kregen vijf zoons. Aanvankelijk koos hij voor het bedrijfsleven. Romney werd consultant in Boston, en richtte in 1984 het private-equitybedrijf Bain Capital op. Opnieuw deed hij zijn vader na: hij ging in de politiek. In 1994 daagde hij de populaire Democratische Senator Ted Kennedy uit, maar hij verloor de verkiezingen. Nooit meer, beloofde hij zijn omgeving, zou hij iets doen als hij niet zeker wist dat het kon lukken. Hij won de strijd om het gouverneurschap van Massachusetts in 2002, en stelde zich kandidaat voor het presidentschap in 2007. Toen dat mislukte, stelde hij zich na lang aarzelen opnieuw kandidaat in 2011.

Ramp

David Harris volgt Mitt Romney via de televisie. Harris bewondert Romney om één ding, zegt hij: zijn vermogen om politiek te overleven. Harris was korte tijd ook politicus. „Het was een ramp.” Hij probeerde in 1975 Afgevaardigde namens de Democraten te worden in het Congres, maar zijn campagne mislukte. Romney steeg ieder jaar hoger in de partijhiërarchie van de Republikeinen. Het grote verschil tussen de mentor en de voormalige eerstejaars, zegt hij, heeft hij pas onlangs ontdekt. „Je hebt mensen die hun ideeën uitdragen omdat ze het belangrijk vinden om gehoord te worden. En je hebt mensen die alleen ideeën hebben die goed liggen bij anderen, zodat het hen verder helpt in het leven. Ik behoor tot de eerste categorie, Mitt tot de tweede. Hij heeft geen ideeën, maar doet wat nodig is om het ver te schoppen.”