Ik zoek ruimte in iemands Godsbeeld

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

In juli en augustus in deze rubriek: de ervaringen van hulpverleners aan mensen in hun laatste levensfase.

Wie sterft, kan steun en troost vinden bij een liefdevolle God. Evenzogoed kan Hij een totaal andere gedaante aannemen: die van wrekende God, die straft met eeuwig branden in de hel. Bij stervenden kan dit dan een ware doodsstrijd opwekken.

Ds. Marcel Wielhouwer is opgegroeid in een gereformeerde traditie die rechtzinniger is dan die van de protestantse eenheidskerk PKN maar minder orthodox is dan van Gereformeerde Gemeenten die vooral te vinden zijn op de Nederlandse ‘bible belt’. Zijn werkgebied, de zuidelijke rand van de Veluwe, is onderdeel hiervan. Wielhouwer heeft aan het sterfbed gezeten van mensen die van diepe angst voor de dood vervuld zijn. Hij zegt: „De kernvraag is: wat is iemands Godsbeeld? Wie God als almachtige Rechter ziet, kan zijn oordeel vrezen.”

God straft toch niet z’n trouwste dienaren?

„Dat zou een redenering kunnen zijn. Maar het helpt niet om dat te zeggen tegen iemand die diepe angst voelt voor het Oordeel Gods. De vraag van deze mensen is: ‘Zal ik vrijspraak krijgen? God zal elk woord wegen dat ik ooit op aarde heb gesproken – elke daad, elke gedachte telt mee. Heb ik genoeg gedaan om Hem te dienen?’ Men torst de erfzonde van Adam en Eva met zich mee. Het is een juridisch Godsbeeld, waarin iedereen per definitie schuldig is tot het tegendeel bewezen is.”

God heeft, in die traditie doorgedacht, zijn enige Zoon gestuurd om aan mensen voor te leven hoe ze de erfzonde kunnen afleggen. Wie Christus’ pad heeft gevolgd, hoeft toch niets te vrezen?

„Op zichzelf kan iemand dat voor zichzelf concluderen. Tegelijk zijn er christenen die er diep van overtuigd zijn dat ze zo’n oordeel niet zelf mogen vellen. Ze wachten op een teken van de Here dat Hij hen in liefde zal aannemen.”

Een teken? Nog in ’t ‘hier en nu’?

„Ja, daarover spreekt men dan. Men wacht erop dat God zijn genade tot uitdrukking brengt. Wie dat al heeft ervaren, spreekt vaak van een bijzondere waarneming: schitterend licht, een gevoel van gelukzaligheid, een stem die bemoedigend sprak.

„In orthodoxe kring is het gebruikelijk dat vertegenwoordigers van de kerk op bezoek gaan bij stervenden om hen ‘te bevragen’, zoals dat heet. Men wil weten ‘of het al goed is tussen God en u’, of Hij zich al ge-openbaard heeft.”

En als het antwoord ‘nee’ is?

„Als zo’n teken niet is waargenomen, kan dat de doodsstrijd loodzwaar maken. Mensen kunnen pijnstillers weigeren, of palliatieve sedatie (met morfine buiten bewustzijn gehouden worden, red.), omdat zij menen dat ze helder moeten blijven om het teken Gods niet te missen.”

Hoe reageert u als een terminaal zieke man of vrouw u dit vertelt?

„Allereerst probeer ik mensen erkenning te geven voor de angst die zij ervaren. Het zou niet effectief zijn, en ook niet van respect getuigen, wanneer ik zou zeggen: ach, het zal wel loslopen, God is heus barmhartig. Mensen dragen hun Godsbeeld een leven lang met zich mee, ze komen uit een milieu met vast omlijnde opvattingen en omgangsvormen. Die kunnen ze op hun sterfbed niet zomaar naast zich neerleggen.”

Erkenning geven: kan dat angst wegnemen?

„Het is een vorm van bevestiging, van begrip tonen voor het feit dat mensen angstig zijn. Het kan al verlichting geven wanneer mensen erover praten, wanneer ze oorzaken voor hun angst kunnen benoemen. Ze zijn onzeker. Leven met onzekerheid is sowieso al moeilijk. Nadenken over het eeuwige leven kan dan helemaal een beproeving zijn.”

Het klinkt als een vorm van debriefing na een traumatische ervaring. Is het voldoende om doodsangst dragelijk te maken?

„Nee, maar het kan een basis van vertrouwen geven om verder met elkaar in gesprek te gaan. Vervolgens zoek ik naar ruimte in iemands Godsbeeld: zijn daarin ook andere accenten te plaatsen, zijn visies mogelijk waaruit iemand hoop kan putten?”

Het antwoord zal ‘nee’ zijn wanneer iemand ervan uitgaat dat hij door z’n geboorte al schuldig is en geen Goddelijk teken van het tegendeel heeft gekregen.

„Mensen halen vaak Bijbelteksten aan om te illustreren waarop hun angst gebaseerd is. In Openbaringen, in de brief aan de Hebreeën: er zijn verschillende passages over een straffende God te vinden. Dan probeer ik de aandacht te richten op de genadige kant van dezelfde God. Zoals de moordenaar bij het kruis van Jezus: ook voor hem was er een toekomst na dit leven, ondanks zijn misdaad. De vraag wordt dan of iets zó erg kan zijn dat er geen vergeving van God mogelijk zou zijn.”

Waarmee u zegt: de Bijbel is voor velerlei uitleg vatbaar, u moet het niet zo letterlijk nemen?

„Nee, zeker niet. Dan zou ik aan het fundament van iemands geloof komen. Het enige wat ik hoop, is dat ik mensen die in doodsangst verkeren, die letterlijk doodsbenauwd zijn, een ander inzicht kan bieden.”

Bent u zelf bang voor de dood?

(denkt na) „Ik twijfel tussen twee antwoorden: ‘soms’ en ‘niet meer’. Door dit werk maak ik ook persoonlijk een ontwikkeling door. Ik ben opgegroeid in een traditie met heldere beelden: van een Hemel met een zingend engelenkoor en een Hellevuur. Gaandeweg ben ik meer gaan interpreteren. De kern van christelijk geloof is voor mij dat dit leven in een groter verband, in een bredere dimensie staat. Het leven draait voor mij nu minder om ‘goed of fout’ en meer om ‘geloven of niet geloven’.”

Wie gelooft, zal voortbestaan na de dood? To be or not to be?

„Het is voor mij een belangrijke vraag of dat het verschil maakt, inderdaad.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord