'Ik zit hier niet omdat het goed ging'

Ton Heerts, interimvoorzitter van de FNV, is even klaar met polderen. Daarvoor is de grootste vakbond van Nederland te vaak ‘belazerd’ de afgelopen jaren. In deze verkiezingscampagne is de FNV ook bewust stil richting politieke partijen. „We zitten in een diep dal.”

Tijdelijk voorzitter Ton Heerts van de vakcentrale FNV heeft het drie maanden na zijn aantreden helemaal gehad met de steunbetuigingen uit verdachte hoek. De telefoontjes of briefjes van premier Mark Rutte of oud-premier Ruud Lubbers met de vraag of ze hem kunnen helpen met het optuigen van de FNV. „Dat soort gesprekken. Daar ben ik gewoon helemaal klaar mee.”

Heerts probeert een uitgewoond huis weer op orde te brengen, een vakbondsorganisatie met 1,2 miljoen leden. Of hem dat lukt, is maar de vraag. Tot die tijd is de FNV een gemankeerde gesprekspartner in het sociaal overleg. Die boodschap heeft hij de afgelopen week ook afgegeven in ‘het Haagse circuit’. „We zitten in een diep dal en we moeten nog een stevige bocht maken. Of dat lukt? Dat moeten we maar zien.”

Dit zijn de weken waarin sociale partners traditiegetrouw proberen de verkiezingscampagne te beïnvloeden, net als de aanstaande formatie van een nieuw kabinet. Maar voor overleg met de politiek heeft de FNV, de grootste vakcentrale van Nederland, even geen tijd. En ook voorzitter Bernard Wientjes van de werkgeversorganisatie VNO-NCW moet volgens Heerts maar wachten totdat de FNV weer een serieuze gesprekspartner is. Voorlopig valt er met de politiek of de werkgevers weinig te ‘polderen’.

„Wientjes denkt dat wij er als vakbeweging nog zijn. Maar dat is een misverstand. We zíjn er voor een belangrijk deel niet meer. Dat heb ik vorige week de nieuwe voorzitter van de Sociaal Economische Raad ook uitgelegd. Als de koepel straks zonder leden staat, hebben we weinig meer in te brengen. We moeten onszelf opnieuw uitvinden. Ons bestaansrecht opnieuw bewijzen. Ik zit hier aan het roer, maar mijn belangrijkste opdracht is vernieuwen. Het voorzitterschap van de FNV is maar een bijbaantje. Want we hebben forse deuken opgelopen in ons imago. Met dank aan alles en iedereen. Daar moeten we zien uit te komen. Voorlopig past ons bescheidenheid.”

Of de kans bestaat dat er straks helemaal geen bond meer is? „Het is ‘de dood of de gladiolen’. Iedereen kan de FNV naar de klote schrijven, maar ik vertel het verhaal gewoon eerlijk. We hebben een structuur nodig om onze stem te organiseren. Aan de cao-tafel. Of in onderhandelingen met Brussel en Den Haag. Daar zijn we mee bezig. We zijn geen anarchistische beweging.”

Duurt die reorganisatie niet een beetje lang? De FNV heeft al een jaar ruzie, twee bemiddelingspogingen door Herman Wijffels en Han Noten en tot voor kort door Jetta Klijnsma mondden in weinig uit. „Ik vind het allemaal best snel gaan. Ik heb een strak tijdspad, want mijn arbeidscontract loopt af op 30 april 2013. Het wordt nooit meer zoals het was. Het is ‘dood’ als het op 13 april echt mislukt is. Dan hebben degenen die de vakbeweging naar het graf wilden dragen, hun zin gekregen. Want dan is de derde poging om de crisis op te lossen, mislukt. Terwijl ik niet meer doe dan een door die bonden zelf opgelegde opdracht uit te voeren.”

Drie bonden hebben aangegeven niet mee te willen gaan. Als er niets gebeurd, zijn ze per 31 december 2012 weg.”

Heerts trad op 23 juni aan als voorzitter van de FNV. Op het schild gehesen door zijn voormalige collega’s van de politiebond, NPB. Terwijl hij vlak daarvoor nog had overwogen om zijn lidmaatschap op te zeggen, vanwege de verziekte omgangsvormen binnen de FNV. Op de dag van zijn aantreden haakten drie bonden af, waaronder de seniorenorganisatie ANBO, de op twee na grootste bij de FNV aangesloten bond. In een interne risicoanalyse van vorige maand waarschuwt Heerts voor nog meer afhakers. Voor verdere escalatie van het onderlinge wantrouwen én voor negatieve beeldvorming vanuit de pers. „Ik kan moeilijk zeggen dat het hier leuk is geweest. Ik zit hier niet omdat het goed ging.”

Het is verkiezingstijd. Daarna volgt de formatie. Dan is een zichtbaar aanwezige vakbeweging toch nodig?

„Ik wil alleen overleggen als het voor ons zin heeft. Neem hét overlegorgaan van de polder, de SER. Dat instituut moet ook eens radicaal veranderen. Ik vind het een gotspe dat gemeentes niet meer vertegenwoordigd zijn in het centraal overleg. Terwijl ze wel over de uitvoering van de sociale zekerheid gaan. En die cultuur! Ik was gister bij een vergadering. Driekwart van de stukken lees ik niet. Daar wordt toch nooit overeenstemming over bereikt. Ga ik geen mensen voor naar het SER-gebouw in Den Haag sturen. Dat geld en die mensen zet ik liever in voor organising, voor wervingsacties voor nieuwe leden.”

Wientjes heeft jullie opgeroepen om een akkoord te sluiten, over het pensioenstelsel of het ontslagrecht. Dat zou dan een front zijn waar geen formateur omheen kan.

„Over het ontslagrecht praat ik niet. We zijn de afgelopen decennia afschuwelijk belazerd nadat we afspraken gemaakt hadden. Met een Haags circuit dat aan cherry picking deed uit akkoorden, zoals het pensioenakkoord, waardoor werknemers voortdurend op achterstand werden gezet. Wientjes heeft vanaf zijn vesting in de Malietoren in Den Haag twee tunnels gegraven. Eén rechtstreeks naar het Catshuis en de andere naar het ministerie van Economische Zaken, zonder dat wij als vakbeweging mochten meelopen. Ja, dan is het niet zo raar dat wij in het overleg binnen de SER niet zo veel meer te zoeken hebben.

„Gelukkig heeft dat Kunduz-akkoord zichzelf inmiddels opgeblazen. Alleen niet in Afghanistan. En die treurbetuigingen van de werkgevers vanaf de Malietoren, die ken ik inmiddels wel. Ze hebben ons met het pensioenakkoord eerst naar de slachterij geleid, en daarna deden ze gewoon lekker zaken met het kabinet zonder ons. Ze hebben flink gelachen om ons, die werkgevers.”

Er klinkt uit uw mond geen poldertoon.

„Nee, maar dat hoeft ook helemaal niet. Ik ben voor het Rijnlandse model maar het is nogal eenzaam als je dat in je eentje bent, als vakbond. Slimme acties, zoals die rond de schoonmakers, daar moeten we het van hebben. Bij zorginstellingen, waar bestuurders meer verdienen dan de Balkenendenorm, zandzakken voor de deur leggen en protesteren maar. Tegen het grote graaien! Wij moeten van huis naar huis, van straat naar straat om leden te werven. We moeten een strijdbare en actievere FNV worden.”

Maar zulke acties als die van de schoonmakers zijn ontzettend duur.

„Nou en? Wat is duur? Er is vermogen zat hier. De organisatiegraad moet uitgebouwd worden.”

Wat vindt u van het plan van de werkgevers om pensioenfondsen hypotheken te laten opkopen om banken lucht te geven?

„Ik weet nu niet wat ik daarvan vind. Ik vind ook niet overal wat van. Daar heb ik geen tijd voor.”

De grootste vakbond van Nederland, mede-beheerder van de pensioenpotten namens werknemers, vindt hier niks van?

„We hebben onze pensioenbestuurder daar gisteren op laten reageren. En de aangesloten bonden geven hun mening over hun eigen fondsen.”

U zit als FNV tegenwoordig erg op de lijn van FNV Bondgenoten. Tegen het beleid van Rutte, tegen de Kunduzcoalitie, die u afbeeldt als de criminele Daltonbroers.

„Dat is geen uiting van de FNV als geheel, maar van Bondgenoten. Die ruimte is er. Maar ik ben tegen politieke actie. We zijn niet voor de SP of tegen de PvdA. Want we hebben onder onze leden bijvoorbeeld óók heel veel PVV-stemmers. We willen wel dat de kiezer goed geïnformeerd naar de stembus gaat. En ná 12 september kijken we hoe ons imago er voor staat en hoe we verder willen. Want we blijven er wel voor werkend Nederland. Komt er een rechts kabinet, dan gaan we in de ‘geoptimaliseerde campagnestand’. Gaat het over links, dan zullen we ons beter in de dossiers kunnen vinden.”

Klijnsma heeft voorgesteld om de macht van de twee grootste bonden, Abvakabo FNV en FNV Bondgenoten, te breken. Die moeten zichzelf opheffen. Abvakabo heeft inmiddels laten weten, dat ‘advies’ naast zich neer te leggen. Waarmee de kern van het conflict binnen de FNV niet opgelost is.

„We moeten ons als federatieraad nog uitspreken over het werk van Klijnsma. Wat al dat papierwerk gekost heeft! Ze heeft best goed werk gedaan en een aantal van haar adviezen nemen we over, we gaan niet alles overdoen. Maar haar rapport is niet meer dan een advies.”

Er komt in oktober een ledenparlement. Het beleid van de koepel, vooraf en achteraf, wordt door dat parlement vastgesteld. Met leden die de sectoren waarbinnen ze werken vertegenwoordigen. Niet de bond waar ze lid van zijn. De federatieraad (het huidige ‘beraad’ van de voorzitters van de 19 bij de FNV aangesloten bonden, red.) heeft dan alleen nog maar adviesrecht.”

Maar in dat ledenparlement hebben Abvakabo en Bondgenoten toch een getalsmatige meerderheid?

„ Ja en nee. Het idee is dat Abvakabo en Bondgenoten zichzelf opheffen. Het kan zijn dat die twee bonden straks nog bestaan, als werkorganisaties. Maar het zijn de leden die in dat parlement straks moeten stemmen. Daar zit geen bondsbestuurder meer bij. Als de bestuurders de leden een briefje meegeven met de boodschap: ‘U moet zus en zo stemmen’, dan is mijn missie mislukt. En dan weet ik zeker dat andere bonden afhaken.”