Hij gaf ze een zetje, maar hij was ook streng

Op een koude decemberdag in 1989 belde Rachid Jamari aan bij zijn vriend Siep van der Werf. De vrouw van Van der Werf was twee dagen eerder overleden. Haar man bleef achter met hun zoontje van vier. Rachid Jamari wilde weten of hij wat kon doen. Graag, zei Van der Werf. Voor zijn zoontje moest er een kerstboom komen. Zijn hoofd stond er niet naar. Rachid zorgde ervoor. Even later stond hij samen met het jongetje de kerstboom op te tuigen.

Zo’n man was Rachid Jamari. Een moslim die Kerst ook prima vond.

Hij kwam uit Tanger, groeide op in een middenklassegezin, met tien kinderen. Zijn ouders waren niet rijk, wel ontwikkeld. Hij studeerde in Tanger. Op z’n 25ste bezocht hij Amsterdam. De stad maakte een verpletterende indruk, voelde vrij en feestelijk. „Het was alsof ik frisse lucht opsnoof”, zei hij eens.

Jamari besloot er zijn master in de ontwikkelingseconomie te halen. Hij viel op aan de Universiteit van Amsterdam als eerste Marokkaanse student. De Marokkanen in Amsterdam in die tijd waren vrijwel allemaal gastarbeiders.

Zijn leven zou in het teken staan van die gastarbeiders. Eerst indirect, als docent aan de Sociale Akademie, waar hij ook Siep van der Werf leerde kennen. Daar bereidde hij de studenten personeelswerk voor op sollicitanten met een niet-Nederlandse achtergrond. Niet altijd makkelijk, ondervond hij. Hij kreeg een briefje met de tekst: ‘Marokkanen terug naar eigen land. Jamari, jammer dan.’

Een softe welzijnswerker was Jamari niet. Met slachtofferschap had hij niets. Hij vond dat Marokkaanse Nederlanders kritisch naar zichzelf moesten kijken. Niet blijven hangen in patriarchale man-vrouwverhoudingen, maar kansen zien en kansen grijpen. Hij zag wel dat het lastig was. „De tweede generatie is dan misschien niet meer analfabeet maar wel semianalfabeet. Die traditionele gewoonten worden in stand gehouden door groepsgedrag”, zei hij in 2006 tegen Elsevier. Ze mochten best een zetje krijgen.

Dat zetje gaf hij hun als coördinator van de migrantenwinkel, een project van het toenmalige Amsterdam Centrum Buitenlanders. Werkloze buitenlanders die op de Nieuwmarkt rondhingen werden geronseld. Ze kregen hulp bij het zoeken naar een baan door eigen mensen. Dat werkte beter dan een briefje van de sociale dienst. Nog weer later ging hij in de politiek. Vanaf 2001 tot 2006 zat hij in de Amsterdamse gemeenteraad voor de Partij van de Arbeid. Hij zette zich in voor de zwakkeren in de maatschappij – niet alleen voor de buitenlanders.

Hij sloeg zichzelf niet op de borst. Vrienden en collega’s noemen hem integer en bescheiden. Een onbaatzuchtige, harde werker. Hij was ook trots. Soms vond hij dat hij te weinig waardering kreeg. Dat schemerde door in zijn afscheidsspeech als raadslid. Daarin zei hij dat hij al die dingen die hij deed niet zal noemen. Om ze vervolgens toch op te sommen.

Rachid Jamari overleed op 28 juli. Hij is begraven in Marokko. Jamari was getrouwd, heeft een dochter en een zoon.