Het kolkt bij mij alle kanten op

Mark Rietman (51) is acteur. Hij speelt op dit moment King Lear bij Het Toneel Speelt. Vanaf 6 september is hij te zien in de film De Verbouwing. „Ik kan op toneel makkelijk uit het driftvaatje tappen.”

Afscheidsvoorstelling

„Tien jaar geleden wilde ik stoppen met acteren. Technisch was het goed, mensen vonden het mooi, maar ik was zelf niet tevreden: ik was een degelijke middenvelder. Na de toneelschool kreeg ik mooie rollen en kon ik meteen bij Toneelgroep Amsterdam aan de slag. Maar het voelde als overleven.

„Ik ben een jaar gestopt. Bij het spelen van mijn zogenaamde ‘afscheidsvoorstelling’ voelde ik al dat er iets anders was. Ik was een beetje shaky en sentimenteel, en daardoor speelde ik opeens heel vrij. Het kon me niet meer zoveel schelen, op een goeie manier. Toen dacht ik al: Jezus, als het zó kan...”

Rijkman Groenink

„Dit jaar speel ik een paar heel mooie rollen. Ik kreeg een Louis d’Or-nominatie voor Gekluisterd, ik speelde Gijsbrecht, nu Lear, en er was de rol van Rijkman Groenink in De Prooi, over de ondergang van ABN Amro.

„Groenink wilde niet op de première komen maar is later wel geweest, in het geheim, via de artiesteningang naar een verborgen nisje in de zaal. Een paar collega’s van me heeft-ie niet al te vriendelijk te woord gestaan. Maar ik ben op hem afgestapt en zei: ‘Wat moedig dat u hier bent.’ Hij zei dat hij een pijnlijke avond had gehad. En dat het in het echt heel anders was gegaan.

„Ik begreep wel dat het moeilijk voor hem was; je zet iemand neer die nog leeft en je interpreteert hem. Wij gaven hem een binnenwereld die wellicht helemaal niet de zijne is. Het had iets vreemds, iemand te spelen die nog rondloopt.”

Schandpaal

‘Dankjewel voor deze schandpaal met twee lellen van foto’s erbij.’ Dat sms’te ik jou na je recensie van de Gijsbrecht van Het Toneel Speelt. Het ging mij vooral om de opgeblazen opmaak: een grote foto van mij op de voorpagina, met daarnaast: ‘Dit is niet de Gijsbrecht’. Dat voelt als een aanval op mij persoonlijk: jongens, dit is het écht niet.

De recensent is vaak het eindstation van wat er over een voorstelling wordt gezegd. Dat vind ik soms oneerlijk; dan wil ik iets terugzeggen. Jullie mogen toch ook wel eens kritiek krijgen? Natuurlijk, ik sta daar, op toneel, kritiek hoort erbij – dat weet ik. Maar voor mij hoort er ook bij dat ik soms even van me af schop.”

Impulsief

„Ik ben een emotioneel iemand, en handel impulsief. Ik vind het ook niet erg om even ongenuanceerd te zijn. Achteraf denk ik dan weer: ach. Bied ik mijn excuses aan. En als ik ergens blij mee ben, stuur ik net zo goed een dankbare, warme sms. Het kolkt bij mij alle kanten op.

„Ik heb een opvliegend karakter, maar het blijft lang verborgen. De erupties zijn daardoor wel een beetje buiten de maat, soms. Maar ik blijf niet in de waanzin steken. Vaak levert het iets op; je komt met elkaar in gesprek. Het dient kennelijk ook om mijn gedachten te scherpen. En anders zit ik er maar mee.

„Een paar jaar geleden ben ik met mijn toenmalige vriendin Katja Herbers uit de Amsterdamse schouwburg gezet. We wilden – zonder kaartje – een stukje zien van een voorstelling van NT Gent waar zij toen bij speelde. Toen ben ik ontploft; riep dat ik er nooit meer zou komen. Ik vond dat zo lullig, zó kinderachtig. Ik speel al 25 jaar in de schouwburg en schoof, net als veel anderen, vaak even binnen om collega’s te zien spelen. Er hing daar een portret van mij, dat heb ik van de muur gepakt en omgekeerd op de grond gezet. Niet om het te mollen ofzo. Achteraf denk ik: uit schaamte. Schaamte dat ik in die situatie was beland, terwijl daar een schilderij van mij hangt.”

Anger management

„Wat gebeurt er op zo’n moment? Geen idee; je voelt dat je hoofd niet meer helemaal redelijk reageert, er zijn andere chemische processen aan de hand. Ik heb nooit overwogen iets als ‘anger management’ ofzo te doen. Ik hoef er niet vanaf te komen, nee, ik heb er juist iets aan. Als acteur kun je uit dat gevoel putten hoe het is om een moord te begaan. Ik kan op toneel makkelijk uit het driftvaatje tappen.”

King Lear

„Lear is een man die geleid wordt door driften. Hij is een despoot die in de macht verstrikt is geraakt. Als hij die macht kwijtraakt, doet hij niets anders dan vloeken en tieren. En dan knapt het, en komt hij tot inzicht – dan realiseert hij zich hoe het zit met die driftige sms’jes; wat er bij hem aan de hand is.

„Ik moet bij hem denken aan mannen als Gaddafi en Berlusconi, die uitgespeeld zijn maar dat niet toe willen geven. Een ander voorbeeld is mijn vader. Dat was ook een driftige man, tot het eind van zijn leven. Hij was een zware hartpatiënt en onderging op zeker moment een openhartoperatie. Toen ging zijn borst letterlijk en figuurlijk open en kwamen de traantjes, werd hij kwetsbaar, sentimenteel.”

Blote gat

„Bij een try-out in Osdorp vroeg ik me wel af of dit stuk echt iets is voor een Nederlands publiek. Stond ik daar in mijn blote gat mijn wanhoop uit te schreeuwen in de storm, en voelde ik uit de zaal iets van ‘nou, nou’. Nederlanders hebben iets muizigs in de verbeelding; de hartstocht ontbreekt. Maar dat kan ook aan ons liggen, hoor, dat de dosering niet klopt.”

Nette heer

„Victor Löw heeft me tien jaar geleden uit mijn speeldip gecoacht. We repeteerden een stuk en ik moest alles groter maken, de grenzen opzoeken, trekken aan het personage. Dat vond ik leuk, het plezier kwam terug. Vroeger was ik een te brave acteur. Ik hield me te veel aan de afspraak: dan pak je je glas en dan word je verdrietig. Terwijl het soms vloeiender, intuïtiever moet; ergens in dat gebied komt dan het verdriet.

„Ik moest mijn emoties durven inzetten. Ik heb dat lang niet toegelaten; altijd bang om in een gevoel te verdwijnen. Dat borrelende vat was er wel, maar er zat ook altijd die nette heer omheen, die het in toom probeerde te houden. Terwijl een goede acteur het misschien wel allemaal moet voelen: diepe eenzaamheid, diep verdriet, diepe liefde ook.

„Tegelijk is er dat acteursoog: je leeft en je kijkt ernaar. Ik herinner me een film van Alain Resnais, met John Gielgud. Die speelt een man, een schrijver, wiens vrouw zelfmoord heeft gepleegd in bad. Hij vindt haar en kijkt dan in de spiegel om te zien wat voor gezicht hij trekt. Dat is ergens herkenbaar. Niet altijd hoor, in de liefde ben ik niet zo’n beschouwer. Ja, achteraf.”

Boetekleed

„Ik had vijftien jaar een relatie met Marieke Heebink, we hebben twee dochters. We hebben een goede verstandhouding, maar dat is wel eens anders geweest; we gingen niet op zo’n goeie manier uit elkaar. Ik ging vreemd, ja. Daar heb ik het boetekleed voor aangetrokken, en dat is nu schoon – het is acht jaar geleden.

„Vorig jaar gaf ze een interview aan Volkskrant Magazine waarin ze het allemaal wéér uit de doeken deed, met naam en toenaam. Ik was kwaad, dacht: moet ik nu weer met een plak poep op mijn hoofd rondlopen? Ik heb het bij de krant nog proberen tegen te houden, maar helaas. Voor haar was het denk ik therapeutisch – de pijn is eraf. We gaan nu objectiever met elkaar om. Het heeft onze relatie beter gemaakt.

„Wat er in de kern fout ging tussen ons is dat ik niet aankaartte wat me niet beviel in de relatie. Ik ging het niet aan, maar stortte me in een andere wereld. Het was een soort vlucht. Ik heb ervan geleerd om moeilijke dingen eerder te bespreken.”

Langzame jongen

„Zo’n inzicht komt mettertijd; ik ben een beetje een langzame jongen. Ik heb de nodige therapie gehad; lang geleden nog van Jan Foudraine, die was heel goed in de psychoanalyse. Je moet toch iemand tegenover je hebben van wie je denkt: die is slimmer dan ik. Het is ook een beetje sparren; een betaald goed gesprek.

„Ik sprak een keer met iemand die meteen met een geboortetrauma kwam. Dat hoeft voor mij niet. Je kunt wel blijven analyseren waar je vandaan komt, uit welk putje, maar het gaat erom dat je iets verandert in het nu. Ik ga al vier, vijf jaar niet meer. Mij gaat het goed nu.”