Help, de zorg vreet de overheid op

Grootste kopzorg van een nieuw kabinet: de steeds duurdere gezondheidszorg. Als het zo doorgaat, geeft een modaal gezin in 2040 de helft van zijn inkomen uit aan zorg. Wat te doen? Meer zelf betalen, of de kosten neerleggen bij de hogere inkomens?

We worden ouder, gezonder en toch gaan we steeds vaker naar de dokter. De gezondheidszorg in Nederland heeft één groot voordeel: de zorg is zeer toegankelijk, voor arm en rijk. De wachtlijsten die er ooit waren, zijn verdwenen.

Maar de uitgaven groeien snel. Er is geen enkele rem op de consumptie van zorg, constateerde een ambtelijke werkgroep in juni. Slechts een kwart van de stijging in de uitgaven is toe te schrijven aan de vergrijzing. De rest komt doordat steeds duurdere zorg wordt verleend aan steeds lichtere patiënten.

Dat is niet vreemd, want de rekening zien patiënten zelden of nooit. Nog een scan? Waarom niet. Betalen voor de zorg doen burgers grotendeels automatisch en onzichtbaar. Via de premie die ze afdragen aan de verplichte zorgverzekering en via de premie die werknemers automatisch van hun salaris afdragen aan de volksverzekering AWBZ.

De dokter heeft ook geen reden om zuinig te zijn: hoe meer behandelingen, des te meer hij verdient. De hoop was dat zorgverzekeraars de uitgaven zouden afremmen door scherp met ziekenhuizen te onderhandelen. Die verwachting is niet uitgekomen.

In totaal geeft de overheid bijna 75 miljard euro aan de zorg uit. Grofweg 60 procent daarvan gaat naar medische zorg (ziekenhuizen, huisartsen). De rest gaat naar verzorging van mensen in verpleeghuizen, bejaardentehuizen en psychiatrische instellingen, betaald uit de AWBZ.

Vooral aan die langdurige verzorging geeft Nederland veel geld uit, in vergelijking met andere landen. Dat komt omdat de eigen betalingen veel lager zijn. Diverse kabinetten versoberden de AWBZ, desondanks stegen de uitgaven sinds 1999 van 12 naar 27 miljard euro. Oorzaak: de vergrijzing, een ruimer indicatiebeleid en de populariteit van het persoonsgebonden budget.

Volgens alle ramingen stijgen de kosten van de hele gezondheidszorg verder door tot de vergrijzing in 2040 op haar hoogtepunt is. Dat stelt politiek voor twee vragen: kan de uitgavengroei worden afgeremd? Zo nee, wie gaat wat betalen? Betaalt rijk steeds meer voor arm, en gezond voor ziek? Of gaan arm en ziek onvermijdelijk ook meer betalen?

Als de groei doorzet, dan geeft Nederland in 2040 een kwart van het bruto binnenlands product uit aan de zorg, tegenover eentiende nu. Dat betekent óf minder uitgeven aan andere zaken, óf meer belasting betalen. In dat laatste geval moet de belastingdruk fors stijgen. Nu geeft een gezin (inkomen anderhalf keer modaal) 20 procent van zijn inkomen uit aan zorg, dat wordt 50 procent in 2040.

Die hogere belastingdruk tast de concurrentiepositie van Nederland aan. Bovendien kan het de vraag oproepen hoe ver solidariteit met zieken gaat. Moeten rokers een hogere zorgpremie betalen? Mag iemand van 85 met hartproblemen een nieuwe heup krijgen? Nu al vindt meer dan de helft van de Nederlanders dat rokers en drinkers een hogere premie moeten betalen.

Daarom zoeken alle partijen ook naar andere oplossingen. Ze hopen de uitgavengroei te stoppen door de zorg anders te organiseren. Dichterbij huis bijvoorbeeld, met behulp van wijkverpleegkundigen en de gemeente. Dat is goedkoper dan in ziekenhuizen.

Opvallend is dat alle partijen, behalve de SP en de PVV, net als het gevallen kabinet-Rutte vinden, dat wonen en zorg gescheiden moeten worden. Daarmee bedoelen ze dat patiënten in instellingen huur moeten betalen.