Column

Gij zult een bron bij al uw citaten vermelden... Ja, maar hoe precies?

Hoe origineel moet je zijn als journalist?

Het kortstondige schandaaltje in Amerika rond de columnist Fareed Zakaria geeft te denken. Hij had toegegeven een alinea te hebben overgeschreven, en dat is een zware journalistieke fout. Maar hij werd er ook al van beschuldigd dat hij verwees naar „een interview”, zonder erbij te zetten wie dat interview eigenlijk had gemaakt.

Het eerste is plagiaat, en dat mag niet. Helder. Maar het tweede?

Dat lijkt me spijkers op laag water zoeken. Zakaria’s schorsing bij zijn werkgevers CNN en Time is inmiddels alweer ongedaan gemaakt, met een wat merkwaardige verklaring (zijn plagiaat was een „onbedoelde vergissing”, aldus Time).

Plagiaat is het zonder bronvermelding overnemen van andermans werk met de bedoeling het te doen voorkomen als eigen werk.

Dat is bedrog. Zoiets kan ook voortkomen uit luiheid, of paniek onder tijdsdruk, maar het gaat altijd ten koste van de kwaliteit die lezers mogen verwachten. Zeker nu journalisten bijna standaard hun naam bij een verhaal zetten, moet je erop kunnen vertrouwen dat de grasmaaier niet heimelijk over het gazon van de buren is gegaan. Maar is er ook al iets mis met een summiere bronvermelding, zoals een verwijzing naar „een interview”, of „een persconferentie”?

Ik kreeg een mooie formulering van een collega die bestuurslid is geweest van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), een lange staat van dienst heeft bij de krant, waar hij onder meer chef internet en chef Economie was en nu werkt als projectmanager, de 53-jarige Dick van Eijk (ik vermeld de bron maar even goed, je weet nooit). Hij e-mailde mij, op donderdag 16 augustus 2012, om 10.55 uur: „Schrijven dat iemand iets in een interview heeft gezegd is zeker geen plagiaat, want de auteur claimt niet dat hij de interviewer was. Kan de bronvermelding uitgebreider? Ja. Moet dat ook per se? Nee. Journalistiek is geen metier met voetnoten.”

Het hangt natuurlijk ook van het genre af, zegt hij. In veel artikelen zijn simpele verwijzingen als „zei in een interview” afdoende. Maar in een portret of een analyse van iemands gedachtegoed is meer detail nodig (waar en wanneer zei hij iets? op welke persconferentie?).

Ik vind dat een goede vuistregel. Het uitgangspunt blijft: citeren en aanhalen moet met bronvermelding. Maar hoe gedetailleerd, dat hangt er vanaf. Bij NRC Handelsblad werd overigens afgelopen jaar één redacteur bestraft voor het achterwege laten van afdoende bronvermelding, in een kort nieuwsbericht.

Soms kan dat vermoeden ook ten onrechte ontstaan omdat journalisten op een idee komen dat iemand anders eerder al eens had. Een economisch wetenschapper legde mij onlangs de vraag voor of een recent artikel van twee Haagse redacteuren (Begroten à la Den Uyl was zo gek nog niet, 6 juni) misschien was gebaseerd op een publicatie van zijn hand in het blad Intermediair, uit 2007. Collega’s hadden hem op de gelijkenis geattendeerd.

Erik van der Walle en Derk Stokmans koppelden in hun stuk, op basis van CBS-cijfers, de ontwikkeling van het begrotingstekort aan de prestaties van diverse kabinetten; de econoom had in Intermediair iets dergelijks ook al eens gedaan, met de staatsschuld. Maar de redacteuren kenden dat stuk niet. En zo gek is het nu ook weer niet dat zo’n politieke vergelijking al eens eerder, in dit geval vijf jaar eerder, is gemaakt. Geen plagiaat, dus.

Dan een complicatie: hoe doen journalisten van NRC Media dat eigenlijk onderling?

Op de site nrc.nl leest u vaak stukken die zijn geschreven door een lid van de webredactie, maar waarin dan een verslaggever van NRC Handelsblad wordt geciteerd om een „snelle duiding” bij het nieuws te geven. Dat werkt vaak heel goed.

Alleen, webredacteuren schrijven wel (heel veel) stukken, maar zijn geen verslaggevers: ze bellen niet vaak rond en gaan niet naar persconferenties. Daar hebben ze ook geen tijd voor, want de site moet continu worden gevoed met kopij.

Wat doe je dan met redactionele tekst uit je eigen krant? Die is onderdeel van hetzelfde bedrijf, dus waarom zou je die niet gewoon mogen gebruiken? Dat gebeurt ook, zegt adjunct-chef David Haakman van de site, maar ook dan geldt: citeren moet mét bronvermelding.

Die regel is laatst herbevestigd, omdat een webredacteur delen van een stuk uit de bijlage Lux online had gezet onder haar eigen naam. Letterlijke zinnen uit een artikel van Frans van der Helm (De zon zien opgaan, 14 juli) waren in haar stuk beland (Oproep: wat moet elk kind doen voor zijn twaalfde, 16 juli).

Dat was geen boze opzet of luiheid van de redacteur. Er was afgesproken dat de site die actie van Lux zou overnemen, en in het stuk werd ook wel, twee keer zelfs, verwezen naar ‘NRC Lux’. Maar dat maakte nog niet duidelijk dat zinnen in het stuk ook letterlijk uit die bijlage afkomstig waren. Te summier dus.

Nadat de redactie van LUX daar bezwaar tegen had aangetekend, is een en ander verduidelijkt. Er staat nu ook nog, een derde keer, „NRC Lux vroeg...” voorafgaand aan enkele korte interviews, waardoor je beseft dat de auteur daarna het artikel uit die bijlage citeert. Toch vind ik dat nog te summier, want de eerste zinnen lijken nog steeds van de webredacteur afkomstig, en de auteur van het oorspronkelijke stuk wordt nergens genoemd. Extra relevant, omdat Van der Helm geen redacteur is, maar een freelancer.

De les voor de site lijkt mij, dat de regels blijkbaar nog niet duidelijk genoeg waren. Ook journalisten die voor dezelfde krant werken hebben recht op bronvermelding.