Gevecht tegen de dood, drugs en blessures

Jonathan Reis kwam als talentvolle tiener naar Nederland. De Braziliaan kende hoge pieken en diepe dalen. Van eerste spits tot drugsverslaafde. Bij Vitesse wil hij vooruit kijken. „Ik maak er 34 dit seizoen.”

Het zelfvertrouwen van Jonathan Reis is nog altijd groot. „Ja, ik denk echt dat Vitesse dit seizoen kampioen kan worden. Daar hebben we voldoende kwaliteit voor”, stelt de Braziliaanse spits in het restaurant van Hotel West-End na de training op Papendal koeltjes. „Hoeveel doelpunten ik ga maken? Spelen we 34 wedstrijden? Dan maak ik er 34. Eén per wedstrijd is een mooi gemiddelde toch?”

De 23-jarige Reis heeft het geloof in eigen kunnen nooit verloren. Talloze malen is hij in zijn leven – al dan niet door eigen toedoen – met tegenslagen geconfronteerd. Hij is verschillende keren afgeschreven. De Zuid-Amerikaan knokte zich steeds terug en is ervan overtuigd dat hij zal slagen als voetballer en als mens. Hij laat zich bij Vitesse op zijn weg terug begeleiden door zijn landgenoot Eduardo Santos. Een fysiotherapeut, maar ook een soort mental coach. „Mijn zoon Caique is nu drie jaar. Hij zal een heel ander leven krijgen dan ik. Voor hem doe ik alles”, zegt Reis. „Ik wil een kameraad zijn, maar ook een leermeester. Zo’n vader heb ik zelf altijd gemist.”

Reis oogt ontspannen en cool. Hij draagt een rood T-shirt waar op Football verkeerdom geschreven staat, heeft een korte broek aan en loopt op Braziliaanse teenslippers. Zijn lichaam zit vol met tatoeages. Het past bij de moderne voetballer die Reis wil zijn. De aanvaller, die met rugnummer dertien speelt, bestelt een spa blauw en vertelt openhartig over zijn leven in de favela (krottenwijk), zijn drugsverslaving, zijn zware revalidatie, de breuk met PSV, zijn band met trainer Fred Rutten en zijn toekomstdromen. „Ik heb bewust een half jaar gewacht met dit interview. Ik wilde me eerst goed voelen bij Vitesse en een doelpunt scoren voordat ik mijn verhaal kon doen. Het vertrek bij PSV heeft me pijn gedaan.”

Na een serieuze dialoog volgt al snel de ontwapenende lach op het gezicht van Reis. Het leven lacht hem nu toe. En dat is wel eens anders geweest. Als hij op 6 juni 1989 in de Braziliaanse stad Contagem ter wereld komt is het toekomstperspectief niet groot. Reis groeit op aan de onderkant van de samenleving en wordt al in zijn jongste jeugd dagelijks geconfronteerd met geweld, drugs en de dood. Hij leeft bijna letterlijk op straat en ziet tal van familieleden en vriendjes kapot gaan. „Het slechte pad kiezen is het gemakkelijkste in de favela. Steeds de goede weg blijven volgen is heel lastig”, stelt Reis vast.

Reis beseft dat zijn liefde voor het voetbal zijn redding is geweest. „Van jongs af ben ik gek geweest van futebol. Zonder deze sport was ik nergens geweest. Was ik misschien dood geweest. Vanaf mijn geboorte wilde ik prof worden. Ronaldo ‘het fenomeen’ en Ronaldinho waren mijn voorbeelden. Daar keek ik altijd tegenop. Het zijn spelers die alles in hun carrière gewonnen hebben. Jarenlang hebben ze zich opgeladen, het is logisch dat ze aan het eind van hun loopbaan minder presteerden. Ik heb enorm veel respect voor ze.”

Tot dusver is Reis in zijn geboorteland nog een onbekende voetballer. Als beloftevolle jeugdspeler van Clube Atlético Mineiro uit Belo Horizonte liep hij al op zijn zeventiende stage bij Ajax en PSV. „Ik vond dat eigenlijk helemaal niets”, biecht Reis nu zes jaar later op. „Ik trainde slecht en gooide er met mijn pet naar. Ajax zag ik helemaal niet zitten en PSV vond ik ook maar zo zo. Maar mijn zaakwaarnemer vond dat ik bij PSV moest tekenen. Dat heb ik toen gedaan. Ik kwam opeens in een totaal andere wereld terecht.”

Van miljoenenstad Belo Horizonte naar Eindhoven bleek in vele opzichten een levensgrote stap. „Het leven in Nederland is totaal anders. Daar moest ik enorm aan wennen. Alles is hier heel serieus. Iedereen heeft werk en geld. Maar er is weinig te doen. In Brazilië leef je van dag tot dag. Je weet niet of je de volgende dag nog leeft. Maar er is altijd gezelligheid. Muziek. Een barbecue. Voetbal. De zon. Dat miste ik enorm. Nu zie ik ook de voordelen van Nederland in. Het is veel minder gevaarlijk. Als je vader van een kind bent ga je toch anders tegen het leven aankijken.”

Reis bouwt bij PSV een haat-liefdeverhouding op met de clubleiding, de trainers en de fans. Iedereen is zo overtuigd van zijn kwaliteiten, dat zijn gebrek aan discipline hem vaak wordt vergeven. Het blijkt een valkuil voor Reis, die alles behalve een modelprof is. Zo haalt hij na een breuk eigenhandig het gips te vroeg van zijn voet, weigert hij mee te doen aan een jeugdtoernooi en is hij een veel geziene gast in het Eindhovense nachtleven. In 2009 lijkt zijn carrière in de knop gebroken als hij wordt verhuurd aan het Braziliaanse Tupi FC. „Dat heeft me aan het denken gezet. Ik ben toen voor het eerst wakker geschud”, zegt hij. Lachend: „Ik kwam erachter dat ik buiten het voetbal niets kan. Ik kan nog geen spijker in de muur slaan.”

PSV en Reis hebben al bijna afscheid van elkaar genomen als Fred Rutten hem toch nog een kans biedt. De toenmalige trainer ziet wel wat in de eigengereide aanvaller en weet hem voor zich te winnen. Reis ontwikkelt zich al snel tot een revelatie en maakt beslissende doelpunten in de Europa League tegen Sparta Praag en FC Kopenhagen. Hij lijkt hard op weg de eerste spits van PSV te worden en blaast in de winterstop voldaan uit in Brazilië. Daar gaat het mis. De voetballer kan de geneugten van het leven niet weerstaan en raakt aan de cocaïne verslaafd.

Bij zijn terugkeer in Nederland wordt al snel duidelijk dat het mis is met hem. PSV zet hem voor het blok: afkicken of ontslag. Reis kiest het laatste. „Dit was mijn probleem en dat van niemand anders”, legt hij uit. „Ik wilde PSV daar niet mee opzadelen. In Brazilië is drugsgebruik heel gewoon. Daar groei je mee op. In het begin merk je er weinig van, totdat je eraan verslaafd raakt. Het is heel moeilijk om daar uit te komen. Mijn vader is ergens in de veertig en gebruikt al zijn hele leven. Ik heb geprobeerd hem ervan af te krijgen. Hij wil het niet. Dan houdt het op.”

Reis kijkt in Brazilië letterlijk de dood in de ogen als tijdens carnaval een vriend naast hem op straat met zes kogels om het leven wordt gebracht. „Dat was heftig. Maar ik heb geen gevaar gelopen. Dit was een afrekening die iets met een drugsdeal te maken had. Ze weten dat ik een voetballer ben. Die laten ze met rust. De motivatie om terug te vechten was daardoor nog groter. Niet iedereen krijgt de kans om aan drugs te ontsnappen. Ik heb in Brazilië in een kliniek gezeten. Dat was de zwaarste tijd uit mijn leven. Met de steun van God, mijn familie en mijn vrienden ben ik eruit gekomen.”

De clubleiding van PSV sluit Reis in de zomer van 2010 als een verloren zoon in de armen. Al snel krijgt hij een terugval. In de nacht voor een uitduel bij Roda JC wordt hij met te veel alcohol achter het stuur aangehouden. PSV houdt hem de hand boven het hoofd en de spits beloont het vertrouwen door in elf wedstrijden acht keer te scoren. Vlak voor Kerstmis slaat het noodlot toe. Bij de thuiswedstrijd tegen Roda JC komt Reis in botsing met doelman Przemyslaw Tyton. Zijn been klapt dubbel. Direct is duidelijk dat het verschrikkelijk mis is. Er gaat een schok door het Philips Stadion. Hij scheurde zijn kruisbanden af van zijn rechterknie. „Wat ik op dat moment dacht? Niets. Eigenlijk helemaal niets”, zegt Reis.

De doktoren vreesden voor de carrière van Reis wiens contract nog een half jaar doorliep. „Bij PSV dachten ze dat het wel twee of drie jaar zou kunnen duren voordat ik weer kon spelen. En sommigen dachten dat het nooit goed zou komen.” Maar na ruim een jaar voetbalde hij weer. „Zelf heb ik nooit ook maar één moment aan mijn terugkeer getwijfeld. Ik ben PSV dankbaar dat ze mijn operaties hebben betaald. Maar ik ben teleurgesteld dat ik niet mocht bijtekenen. Ik heb gewacht, maar PSV wilde de optie om mijn contract te verlengen niet lichten. Dat deed pijn. Ik wilde heel graag blijven. PSV zit in mijn hart. Nog altijd. Maar of ik er ooit nog terugkeer weet ik niet.”

Reis heeft zondag 25 november al omcirkeld in zijn agenda. Op die dag hoopt hij met Vitesse in Eindhoven aan te treden tegen PSV. „Ik ben Vitesse dankbaar voor de kans die mij is geboden. Ik wil laten zien dat ik als voetballer nog niet ben afgeschreven en wil iedere wedstrijd scoren. Ook in november tegen PSV. Uit respect voor de club zal ik in Eindhoven niet juichen. Dat zou niet gepast zijn.”

Het is heel speciaal om bij Vitesse weer met Rutten te werken, zegt Reis. „Hij geeft me het vertrouwen dat ik nodig heb. Ik voel me bijna honderd procent in orde. Door alles wat er is gebeurd heb ik nooit meer dan vijftien wedstrijden op rij gespeeld. Ik voel me fysiek en mentaal sterker dan ooit. Of ik niet bang ben dat ik weer in mijn oude fouten verval? Nee amigo, dat zal niet gebeuren! Dit moet mijn seizoen worden.”