Cowboys

Ivo Weyel was in Dallas en zag dat in de tv-serie Dallas niet wordt overdreven.

Vanaf 4 september is de serie Dallas (anno 1978) weer terug op de buis en ik kan u vertellen dat Sue Ellen de afgelopen vierendertig jaar geen dag ouder is geworden en dat J.R. nog steeds gaat slapen met zijn cowboyhoed op. Heerlijk over the top en stereotiep, die karakterrollen.

Maar niet heus.

Wie Dallas in het echt bezoekt komt namelijk louter Sue Ellens en J.R.’s tegen. De vrouwen zijn allemaal net zo leeggezogen en opgepompt als Sue, met hetzelfde haar dat in een knooppunt Hoevelaken-coupe op het hoofd is gedrapeerd. En de mannen dragen allemaal cowboylaarzen onder hun pak en een cowboyhoed op het hoofd, alsof ze op kantoor een kudde koeien moeten samendrijven. ‘Cowboys and Culture’ is de officiële slogan van de stad. En daar is geen woord aan gelogen. Zo is een van de toeristische hoofdattracties een wekelijkse stampede waarbij koeien door de hoofdstraat worden gejaagd (al lijken de koeien enigszins verdoofd aangezien ze in slow motion over het asfalt sjokken). En de Southfork ranch blijft een trekpleister van jewelste.

Wat in de serie niet voorkomt is het tweede gedeelte van de slogan: Culture. En dat is de grote verrassing van Dallas, want wat hebben ze daar ongelooflijke musea. Met dank aan de oliemiljarden waarmee onwaarschijnlijke kunstcollecties zijn vergaard. Van een veelvoud aan Rembrandt, Bernini en Velazquez tot de op een na grootste collectie im- en expressionisten die er op de wereld bestaat. Ze zijn gehuisvest in schitterende gebouwen van architecten als Philip Johnson, Louis Kahn, Renzo Piano en Tadao Ando en zijn gratis toegankelijk, want het is bijna allemaal privébezit en om geld zit niemand verlegen.

Daarnaast heeft Dallas na New York de belangrijkste collectie moderne en eigentijdse kunst (denk aan namen als Gerhard Richter, Donald Judd, Louise Bourgeois, Willem de Kooning, Andy Warhol), en als ze niet in musea hangen, zijn ze te vinden in privécollecties, zoals die van hedgefondsmanager Howard Rachofsky die Richard Meier vroeg een huis om zijn collectie heen te bouwen en dat nu heeft opengesteld voor het publiek (hij vloog speciaal naar Amsterdam om een Marlene Dumas van dichtbij te zien).

Daarbij hebben ze in Dallas ook nog eens een heel leuk taalgebruik. Ze zeggen overal howdy bij wijze van goeiedag en toen ik mijn auto vooruit een parkeerhaven in wilde rijden, gebaarde een agent dat ik achteruit in moest parkeren, want – zei hij zonder blikken of blozen – „It’s strictly anal parking here”.