Column

China zendt formateur memo: pure wetenschap is rendabeler

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

In de week waarin de Nederlandse verkiezingscampagne eindelijk op gang kwam, zond de gedoodverfde nieuwe president van China vast een memo naar onze kabinetsformateur. Xi Jinping deed dat in de vorm van een welkomsttoespraak op het grote congres van sterrekundigen in Beijing. Attent en goed getimed. Misschien iets voor het premiersdebat morgen.

Xi Jinping had het niet beter kunnen zeggen. In het congresbulletin met de kosmische titel ‘Onderzoekingen van de hemel’ staat zijn pleidooi voor fundamenteel onderzoek even bevlogen als treffend verwoord. „Wetenschap en technologie zijn de meest actieve, meest revolutionaire factor in onze economisch-sociale ontwikkeling. Iedere vooruitgang van betekenis in de menselijke beschaving komt voort uit een revolutionaire doorbraak in wetenschap en technologie.”

Tot zover is iedereen het er wel mee eens, maar Xi Jinping gaat verder. De ontwikkeling van wetenschap en technologie vereist vasthoudend onderzoek en lange termijn vergaring van kennis, zegt hij. Eindeloos doorgaan, staand op de schouders van wetenschappelijke reuzen van vroeger, ongehinderd door alles dat afleidt van de fundamentele vraagstukken. Dat vergt groeiende lange termijn-budgetten.

Hier moet de formateur rechtop gaan zitten. Niet alleen als het om de hoeveelheid geld gaat, maar ook hoe het wordt uitgegeven. Het demissionaire kabinet-Rutte heeft het wetenschappelijk onderzoek in Nederland grondig verbouwd. Zoals meestal in dit land was de beloofde vernieuwing ook een bezuiniging. Meer en beter met minder, dat soort verhaal. Lachen voor de foto.

De culturele revolutie van het ministerie van EL&I was het topsectorenbeleid. In overleg met het bedrijfsleven werden negen kansrijke sectoren benoemd waar onderzoek zoveel mogelijk op moet zijn gericht. Het laboratorium ten dienste van de boterham van morgen. Wie zich in een topsector wist te wurmen was spekkoper. Wie geschiedenis of een taal of zuivere wiskunde doet krijgt vaker nee op zijn aanvraag voor onderzoeksgeld.

Tegelijk werd het vaste innovatiedeel van de aardgasbaten niet langer aan innovatie besteed – 300 miljoen euro per jaar stroomt nu in de algemene middelen. Niet getreurd, zei het kabinet, dat innovatiegeld komt voortaan uit het budget van onderzoeksinstituut NWO. Nogal een hap op een begroting van 700 miljoen. NWO kan dat geld niet meer buiten de topsectoren uitgeven. NWO waarschuwde voor ‘onherroepelijke schade’ aan het wetenschapssysteem. Minister Verhagen bleef zijn innovatie bejubelen.

Bericht uit Beijing: Xi Jinping is het er niet mee eens. Brussel was er trouwens ook al niet van onder de indruk. In haar beoordeling van het nieuwe beleid, dat moet passen in de ‘Europa 2020’-strategie’ (opvolger van de mislukte Lissabon-strategie), ziet de Europese Commissie de winst niet. Het rendement van de nieuwe aanpak is onduidelijk. De Nederlandse investeringen voor Onderzoek & Ontwikkeling blijven onder ons doel en onder het Europese gemiddelde van 2 procent. Het topsectorenbeleid wordt tegen die achtergrond „dead weight” genoemd.

Men vraagt zich in Brussel af of toch al beschikbare bedragen voor O & O van het bedrijfsleven in de nieuwe top-potjes zijn gestopt. „Daarnaast kan het negeren van fundamenteel onderzoek en het bevorderen van toegepast onderzoek op lange termijn de groeivooruitzichten van de economie schaden.”

Zo houden we elkaar lekker bezig. Maar serieus onderzoek kwijnt, waarschuwde ook Robbert Dijkgraaf bij zijn vertrek als president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. „Innovatiebeleid is heel belangrijk, maar als je er geen geld voor uittrekt gaat het ten koste van het wetenschappelijk onderzoek. Het innovatiebeleid kannibaliseert het wetenschapsbeleid en daar is geen van beide bij gebaat.”

Aan de bij sommigen in Den Haag nog dominante gedachte dat ondernemers het beste weten wat goed is voor de overheid, is nu het wetenschapsbeleid toegevoegd. Dijkgraaf: „In de wetenschap moet je breed zaaien; mensen de ruimte geven om nieuwe, moeilijke paden op te gaan. Het topsectorenbeleid is het koppelstuk tussen wetenschap en bedrijfsleven, maar is geen substituut voor wetenschapsbeleid.”

Internet was niet uitgevonden in een topsector. Het was een bijproduct van natuurkundig onderzoek. In het begin was niet te voorzien dat het zulke grote gevolgen zou hebben. Net zo min als Einstein, toen hij de relativiteitstheorie ontwikkelde, kan hebben bedacht dat wij daardoor met een tomtom naar een onbekende voetbalclub kunnen rijden met de kinderen.

Uitvindingen zijn niet te plannen en zelden te programmeren. Een doorbraak kan pas later een doorbraak blijken te zijn. Xi Jinping zegt in zijn gesproken memo dat we geduld moeten hebben en over een termijn van jaren moeten investeren. En samenwerken, met anderen in het vakgebied, en met het publiek. Daar kunnen de vier in het premiersdebat van morgen mee beginnen: uitleggen dat duur, langdurig onderzoek ons rijker maakt. Maar wanneer is niet bekend.

Het bijna opheffen van het wetenschapsmuseum Boerhaave was geen goed begin. Het weghalen van onderzoeksbeslissingen bij de knapsten in ieder vakgebied evenmin. De verheerlijking van het – ironisch genoeg – naar Shanghai genoemde citeerkampioenschap nog minder. Al die evaluatie- en benchmarking-foefjes zijn aardig om een indruk te krijgen. Zodra zij worden geïnstitutionaliseerd gaan mensen hun gedrag erop afstemmen. De bedenker van de Shanghai-index schijnt verbijsterd te zijn over wat we doen met zijn geintje.

Nederland wordt alleen tijdens kabinetsformaties geregeerd. Nu is dus het moment met een verderziende blik te sturen. Pure wetenschap is rendabeler dan Research for Rutte.

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl