Brieven

De psychoanalyse is niet op sterven na dood

Het is verheugend dat door het interview met Iki Freud (NRC Handelsblad, 18 augustus) weer eens een psychoanalyticus aan het woord wordt gelaten. Helaas wordt het interessante interview ontsierd door een subkop waarin de psychoanalyticus tot een „welhaast uitstervende groep therapeuten” wordt bestempeld. Het is zeker waar dat de psychoanalyse gedurende de laatste decennia een deel van haar grote populariteit heeft verloren en dat het aantal beoefenaren eveneens is teruggelopen. Dit wil echter niet zeggen dat zij op sterven na dood is.

In Nederland worden jaarlijks op drie plaatsen psychiaters, klinisch psychologen en andere academici opgeleid tot psychoanalyticus. Deze al hoog gespecialiseerde collegae kiezen geheel tegen de tijdstroom in voor een dure en lange opleiding die hen bepaald geen financieel of economisch voordeel brengt. Hetgeen hen drijft is interesse in de innerlijke wereld van de mens en de overtuiging van het nut van „langdurig en frequent praten”, zoals Iki Freud zo helder verwoordde.

Dr. Rob Wille

Klinisch psycholoog en psychoanalyticus, Heemstede

Olympische Spelen en voetbal onvergelijkbaar

Auke Kok schetst in ‘Wat de voetballers van olympiërs kunnen leren’ (NRC Handelsblad, 18 augustus) de verschillen tussen olympische sporters en voetballers. Ik vind deze vergelijking een verkeerde. De cultuur van voetbal is echt anders dan die van bijvoorbeeld judo of zwemmen.

Voetbal is volkssport nummer één in Nederland. Het is een traditie om op zondagavond met het bord op schoot naar Studio Sport te kijken. Zo wordt bijna iedereen al op jonge leeftijd fan van een van de Nederlandse topploegen. De rivaliteit die hiervan het gevolg is, leidt niet tot bewondering voor voetbalprestaties of de schoonheid van het spel, maar tot het enige perspectief van de voetbalfanaat: winnen. Dat geldt ook voor de spelers zelf. Deze diepgewortelde clubemoties spelen niet op de Olympische Spelen.

Kok gaf aan dat Robin van Persie zijn fans schoffeerde door niet met de pers te praten en dat zoiets in bijvoorbeeld de wielersport nooit zou gebeuren. Hiermee belicht hij echter één speler, terwijl de andere 22 de pers braaf te woord stonden. Wesley Sneijder bijvoorbeeld zei na de nederlaag tegen Duitsland dat „zij het wederom slimmer hebben aangepakt dan wij”. Die laatste quote vertoont grote gelijkenis met hockeyer Floris Evers die „complimenten voor die Duitsers” over had na de verloren hockeyfinale.

Kok geeft ook aan graag een voetballer te willen zien die à la Edith Bosch een hooligan eens goed aanpakt. Maar op 21 december 2011 was het toch echt zo dat AZ-doelman Esteban de agressieve ‘Ajax-supporter’ Wesley W. een koekje van eigen deeg gaf. De loftrompet die Edith Bosch ten beurt viel, werd voor Esteban helaas niet gestoken: hij kreeg een rode kaart, die overigens later geseponeerd werd.

Tim van Boxtel

Tilburg

Op de lijsten staan juist geen echte zorgexperts

Redacteur Niemantsverdriet schrijft dat je het belang van de zorgdiscussie voor de verkiezingen terugziet in de kandidatenlijsten: bijna alle grote partijen hebben zorgexperts als nummer twee op de lijst (NRC Handelsblad, 18 augustus).

Hij noemt minister Schippers (VVD), maar op pagina 8 van dezelfde krant staat dat zij tijdens colleges politicologie leerde dat een driepartijenkabinet instabiel is. Hij noemt ook Fleur Agema (PVV), maar die heeft hbo architectuur gestudeerd en is sinds kort woordvoerder volksgezondheid. En hij noemt Renske Leijten (SP): die heeft Nederlandse taal en cultuur gedaan. Mona Keijzer heeft Nederlands recht en bestuurskunde gedaan. Wat opvalt, is dat de partijen juist woordvoerders benoemen die geen zorgexpert zijn.

P.M. van Dijk

Blitterswijck