Bloedrosé

Rosé is een uitstekende restjeswijn, vindt

De Thuiskok gooit niet graag iets weg. Restjes krijgen een tweede leven. Kip wordt sandwichbeleg. Zeebanket wordt viskoekje. Bestaat er eigenlijk ook restjeswijn? Rosé? Want dat wordt toch gemaakt door rotzooirood en mopperwit met elkaar te mengen? Maar wie denkt dat dit zo is, zit ernaast. Welbeschouwd zijn er twee manieren om rosé te maken. De eerste is door de schillen van blauwe druiven voor de gisting in het sap te laten ‘weken’, waardoor de uiteindelijke wijn zijn kleur krijgt. Donker als de druivenvellen één of twee dagen de tijd hebben gekregen. En licht als deze maar een paar uurtjes hebben mogen dobberen. Nu is vooral het laatste type momenteel erg populair. Waar eerder knalframbozen of aardbeienrood de modekleur was, is dat thans zalmroze of nog lichter. Daarmee lonken de makers naar de Provence, de streek die zich afficheert als ‘de geboorteplaats van rosé’.

Nu is dat overigens slechts ten dele waar. In Bordeaux en Bergerac was rosé ooit restjeswijn. Bijvangst. En voordat het zich die status wist te verwerven, bevond rosé zich nog lager in de wijnpikorde: het was afval. Om sterk, geconcentreerd en donkergekleurd rood te krijgen, lieten de producenten hun wijn ‘bloeden’, saigner. In de beginfase van het wijnmaakproces werd een deel van het jonge, lichtroze getinte sap afgetapt en vervolgens weggegooid. Totdat iemand er eens een glas onderhield, de inhoud als fruitig, sappig en verfrissend ervoer en deze besloot te bottelen: rosé de saignée zag het levenslicht. Maar ofschoon ook in Spanje deze techniek wordt gebruikt om rosado de lágrima (huilrosé) te maken en sommige Oostenrijkse producenten hun rosés blutten lassen kom je deze modelletjes slechts mondjesmaat tegen.

Laten ook wij drinkers het maar op methode één houden. Maar dan wel door echte Provence te nemen en geen look a like. Dit seizoen drink ik graag Rimauresq 2011, de aantrekkelijkst geprijsde cru classé. Lekker bij vis, kip en wat er zoal van overblijft.

Rimauresq 2011, 11,95 euro. Verkoopadressen: www.lesgenereux.nl