Bezuinigen of investeren?

Is een hoge staatsschuld erg? Moet de overheid het begrotingstekort snel verkleinen? Economen geven tegengestelde antwoorden op deze vragen, net als politici. Toch willen alle partijen naar een tekort van nul procent toe, de meeste zelfs in 2017.

Sinds de financiële crisis in 2007 uitbrak, is de staatsschuld met 150 miljard euro gestegen naar 400 miljard euro nu. In eerste instantie omdat de regering banken als ABN AMRO en ING redde, daarna omdat kabinetten het begrotingstekort lieten oplopen om de economie te stimuleren. Het tekort is al sinds 2008 hoger dan 3 procent, het maximum dat de eurolanden afspraken. Daardoor stijgt de staatsschuld in zeven jaar van 45 procent van het bruto binnenlands product naar 76 procent.

En de vergrijzing begint pas. Die zorgt ook voor een probleem in de overheidsfinanciën: de uitgaven zullen stijgen (aan staatspensioen AOW bijvoorbeeld en aan de gezondheidszorg), terwijl de inkomsten niet toenemen. Een krimpende groep werkenden moet die opbrengen. Alleen dat gegeven al heeft een negatief effect op de economische groei.

Wat te doen? Niet alleen onder politici maar ook onder economen is hierover een wezenlijk verschil van mening. Is die opgelopen schuld erg? Kunnen we nog een tijdje een groot tekort aan, of juist niet?

Volgens de ene school economen moet je nu niet bezuinigen of de belasting verhogen om het tekort weg te werken. Dat drukt namelijk de economische groei, bijvoorbeeld doordat burgers minder consumeren. Daardoor loopt het tekort automatisch op en voor je het weet zit je in een neerwaartse spiraal. De rente is bovendien superlaag. Dat maakt overheidsinvesteringen al snel de moeite waard: het rendement is hoger dan de rente.

Volgens de andere school economen moet je nu wel het tekort terugdringen, want het vertrouwen van de financiële markten en ook van bedrijven en consumenten is fragiel. Bovendien kan de economische groei nog wel tien jaar zeer laag zijn. De lagere groei maakt het moeilijker om schulden te dragen. De overheid moet nu haar uitgavenpatroon aanpassen. Er zijn bovendien nog genoeg mogelijkheden om te snijden in de overheidsuitgaven zonder dat dat de economie raakt.

De oplossing voor dit dilemma is geloofwaardig de overheidsfinanciën over een paar jaar op orde brengen. Dat kan via de veelgenoemde ‘hervorming’ van sociale regelingen. Dat betekent: nu hard afspreken dat de AOW-leeftijd omhoog gaat. Nu hard afspreken dat de gezondheidszorg op een andere manier gefinancierd wordt. Zo wordt de economie de komende jaren gespaard maar kunnen de financiële markten erop vertrouwen dat over een jaar of tien de overheidsfinanciën er weer veel beter voorstaan dan nu.

Toch zijn de meeste adviseurs van de overheid het erover eens dat een nieuw kabinet het tekort moet terugdringen, al verschillen ze van mening over het bedrag dat daarvoor nodig is. Dat varieert tussen de 7 en de 20 miljard euro per jaar. Dat bedrag komt bovenop de 18 miljard euro die het gevallen kabinet-Rutte al inboekte tot en met 2015 en de 12 miljard die de ‘Lentecoalitie’ (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) afsprak.

De Nederlandse overheidsfinanciën zijn zeer gevoelig voor tegenvallers in de groei. Een nieuwe crisis, of het voortslepen van de eurocrisis zou de schuld snel doen toenemen. De begroting is „zeer volatiel”, volgens de gezaghebbende Studiegroep Begrotingsruimte, die traditioneel de financiële ruimte van het nieuwe kabinet aangeeft.

Dat geldt des te sterker doordat Nederland een grote financiële sector heeft en sinds de eurocrisis hoge overheidsgaranties heeft afgegeven. Daarom is voorzichtig begrotingsbeleid geboden volgens de adviseurs.