Anti EU: het kan zonder euro

Tegen de oprichting van het Europees noodfonds en daarmee tegen de wijze waarop vanuit Brussel de schuldencrisis wordt bestreden. Het is in de Tweede Kamer een minderheid bestaande uit PVV, SP, Partij voor de Dieren, SGP en het onafhankelijke lid Brinkman die deze mening is toegedaan: in totaal 43 van de 150 zetels.

Deze fracties die van alle kanten van het politieke spectrum komen, behoren tot het anti-Europakamp. Iets gematigder maar toch ook huiverig over de Europese eenwording is de vijf leden tellende fractie van de ChristenUnie.

Hiermee is de opvatting van de Tweede Kamer en die van de publieke opinie iets meer in balans. Het gat tussen ‘Den Haag’ en de rest van het land over Europa werd in 2005 pijnlijk duidelijk tijdens het referendum over de Europese Grondwet, waarin verdere samenwerking werd voorgesteld. Terwijl 85 procent van de Tweede Kamer enthousiast voor was, liet de volksraadpleging een tegenovergesteld beeld zien: 61 procent was tegen.

Sinds die uitslag zijn de reserves bij nagenoeg alle partijen ten aanzien van ‘het Europese project’ toegenomen. Europa moest niet álles naar zich toetrekken, klinkt het tegenwoordig. Bovendien betaalt Nederland te veel aan Europa, vinden alle partijen.

De echt Europakritische partijen partijen hebben met elkaar gemeen dat ze vinden dat de Europese samenwerking nu al veel te ver is doorgeschoten. De PVV gaat hierin het verst: deze partij wil dat Nederland de Europese Unie zo snel mogelijk verlaat en ook de euro vaarwel zegt.

De SP aanvaardt de Europese Unie als gegeven, maar wil wel de integratie drastisch beperken. Samenwerking op betaalde terreinen is voldoende. Ook de ChristenUnie moet niets hebben van een Europa dat zich ontwikkelt tot een politieke unie. Terug naar de kerntaken, zegt de partij.