Wat een gestuntel

Het was toch mogelijk. De geschiedenis van de langstudeerboete kon nog knulliger. VUmc-taferelen, prutswerk dat deze Kamerleden de afgelopen dagen afleverden.

Het gestuntel begon al bij de geboorte van de langstudeerboete. Want waar waren al die duizenden communicatietypes, al die mensen die alles alleen maar een beetje goed moeten laten klinken, toen de naam werd bedacht van het hele beleid? Waarom noem je zoiets in godsnaam een boete? Waarom zeg je niet gewoon wat het is: dat als jij twee jaar vertraging oploopt, één tijdens je master en één tijdens je bachelor, de maatschappij daarna geen zin meer heeft om je voor nóg een jaar een bak subsidie te geven, zodat je maar 1.700 euro collegegeld hoeft te betalen. Niks boete. Einde uitkering.

En dan verzint er ook nog iemand, dat die ‘boete’ ook moet gelden voor bestaande gevallen. Voor mensen die die vertraging dus al hebben opgelopen. Alsof je een straat in bent gereden, en bij het einde wordt bekeurd, omdat iemand in de tussentijd een bord met ‘eenrichtingsverkeer’ heeft neergezet. Op geen enkele manier is zoiets te rechtvaardigen.

En dan, puntje bij paaltje, op het allerslechtste moment, als alle schijnwerpers op de politici staan gericht, besluit de partij die de boete bedacht, dat het van levensbelang is om de boete weer af te schaffen. En daarna uit alle macht gaat proberen zijn eigen beleid de nek om te draaien.

En dat blijkt dan niet te lukken.

Dan moet je je dus gaan verontschuldigen aan Nederland, dat het je niet is gelukt om je eigen stomme plan in de pan te hakken en we daarom nu opgescheept zitten met een boete die niemand wil.

Er is één ding erger dan vastberaden op een slecht doel afgaan. Dat is twijfelend en onzeker op een slecht doel afgaan... In verkiezingstijd... Als je er toch al slecht voor stond.

In de aanloop naar de verkiezingen schrijft Rosanne Hertzberger, columnist van NRC Weekend, om de andere dag een column.