Vrijheid

Tijdens het verkiezingsdebat van woensdag kreeg D66-lijsttrekker Alexander Pechtold het aan de stok met Kees van der Staaij, de voorman van de SGP. Hij vond dat D66 aan het radicaliseren was. De partij zou haar liberale waarden willen opdringen aan andere partijen en gaat daarmee volgens Van der Staaij in tegen de keuzevrijheid van mensen. Als voorbeeld noemde hij Pechtolds strijd tegen het vrouwenstandpunt van de SGP. Volgens hem zegt Pechtold dat iedereen vrijheid moet hebben om zijn eigen keuzen te maken, zolang dat maar de keuzen zijn van D66. „Maar wee je gebeente als je er anders over denkt.”

Het deed denken aan wat Mona Keijzer, de nummer twee van het CDA, het afgelopen weekend zei met betrekking tot weigerambtenaren. Volgens haar moet je niet alles „door de liberale mal” willen halen. „Soms denk ik: het CDA is de enige, echte liberale partij van Nederland.” Daarmee bedoelde ze dat het CDA, anders dan bijvoorbeeld D66, tolerantie en begrip kan opbrengen voor mensen die problemen hebben met homo’s.

Het moet niet gekker worden. Dit is de wereld op zijn kop. Van der Staaij en Keijzer verwijten de liberale partijen dat zij in hun strijd voor maximale individuele keuzevrijheid de keuzevrijheid aantasten van individuen die niet op vrijheid zijn gesteld. Dat is een slim retorisch trucje, maar daar stinken wij niet in. Het is het argument van de onderdrukker die zegt dat wie opkomt voor de vrijheid van de onderdrukten, voorbijgaat aan zijn vrijheid om te onderdrukken. Het is het argument van de fundamentalist die zegt dat wie strijdt voor de rechten van vrouwen en homo’s, voorbijgaat aan zijn recht om hen te beschouwen als minderwaardige wezens die geen recht hebben op een gelijke behandeling.

Het streven naar maximale vrijheid voor ieder individu is geen ideologie waarmee je het oneens kunt zijn en waar je een andere ideologie tegenover kunt stellen. Het is de enige ideologie. Omdat iemand die zichzelf wenst te beperken in zijn eigen vrijheid, bijvoorbeeld omdat hij gelooft in een god die hem bepaalde regels oplegt, niet het recht mag hebben om die beperkingen op te leggen aan een ander.