Spleetogen zijn mijn enige zonde

Mensen uit het noordoosten van India worden in de rest van het land gediscrimineerd. Via sociale media en sms wordt de angst voor etnisch geweld aangewakkerd.

Correspondent India

NEW DELHI. En toen keerden ze weer terug. Sinds enkele dagen laten de Indiase spoorwegen extra treinen rijden om de mensen uit het noordoosten van India, die eerder in paniek waren gevlucht, terug te brengen. Het gebeurt geruisloos, in tegenstelling tot hun vlucht. De meeste media die opgewonden ‘de exodus’ hadden beschreven die India in zijn greep hield, besteden aan de terugkeer nauwelijks aandacht.

Het begon vorige week donderdag allemaal in Bangalore, toen paniek uitbrak onder studenten uit het noordoosten. Sommigen werden fysiek bedreigd. Maar het waren vooral de berichten via internet en sms die paniek veroorzaakten. Zo circuleerde een anonieme sms met de tekst: ‘Moslims gaan onze mensen [noordoosterlingen] aanvallen en vermoorden na de ramadan. Keer terug naar huis.’

Moslims, die zo’n 14 procent van India’s 1,2 miljard inwoners uitmaken, zouden wraak willen nemen voor aanvallen op geloofsgenoten door de (overwegend hindoeïstische) Bodo-stam in de noordoostelijke deelstaat Assam. Daarbij vielen sinds eind juli bijna tachtig doden.

In India wonen ruim 400.000 noordoosterlingen in de megasteden in het zuiden, in 2016 zijn dat er waarschijnlijk vijf miljoen. In vier dagen tijd keerden vorige week tussen de 15.000 en 30.000 van hen angstig terug naar hun dorpen.

Nu lijken de gemoederen wat bedaard. Maar niet bij de overheid. Daar is men druk met het scannen van internetpagina’s en sociale media. De Indiase overheid heeft providers gesommeerd 310 webpagina’s met ‘opruiend materiaal’ te blokkeren.

Google en Facebook hebben toegezegd mee te werken. Twitter dat tegenstribbelde, kreeg gisteravond van de Indiase regering een ultimatum. Binnen twaalf uur moesten dertig pagina’s met ‘gewelddadig materiaal’ binnen de site worden geblokkeerd, anders zou ‘gepaste actie’ volgen.

„We hebben ons nooit eerder zo opgejaagd gevoeld”, zegt Hmar Tlomte Sangliana, afkomstig uit de noordoostelijke deelstaat Mizoram. Hij is de voormalig politiecommissaris van Bangalore en een beroemdheid in India. Over zijn avonturen als politieman zijn drie films gemaakt. Hij is een van de weinige noordoosterlingen die een voorbeeld vormen voor de natie.

„Ze zeggen dat we de samenleving vervuilen. Ze noemen onze vrouwen onzedelijk. Het maakt niet uit wat we doen, we worden in India niet voor vol aangezien”, vertelt Madhu Chandra, uit Manipur, woonachtig in Delhi. Daar stichtte hij het North East Support Centre, met een populaire telefonische hulplijn. Twee jaar lang onderzocht hij de klachten: 73 procent van de noordoosterlingen in Delhi wordt gediscrimineerd. Ze worden uitgescholden, krijgen geen salaris, worden op straat gezet. Vrouwen (74 procent) worden vaak seksueel belaagd.

India kent een lange geschiedenis van geweld tussen religieuze en etnische gemeenschappen. In 2002 bevochten hindoes en moslims elkaar in Gujarat, in 2007 hindoes en christenen in Orissa, en nu Bodo’s en Bengaalse moslims in Assam. Vroeger lieten onlusten in Assam de rest van het land onberoerd, maar ditmaal waren de gevolgen in het hele land voelbaar.

Het noordoosten van India bestaat uit zeven deelstaten die de Zeven Zusters worden genoemd. Ze worden van India gescheiden door het islamitische Bangladesh, op een smalle corridor na.

De bewoners zien er anders uit dan de meeste Indiërs. Ze zijn uiterlijk verwant aan de inwoners van het aangrenzende Tibet en Birma. „Mijn enige zonde is dat ik ben geboren met spleetogen”, blogt Mizohican, een jonge copywriter uit Mizoram. Hij woont al bijna zijn hele leven in andere delen van India en wordt vaak uitgescholden.

Zaterdag verklaarde de minister van Binnenlandse Zaken dat opruiend internetmateriaal afkomstig was uit Pakistan, India’s erfvijand. „Ik geloof niet dat Pakistan er iets mee te maken heeft, het zijn groepen in India zelf”, zegt Sangliana. Volgens Indiase media zou 20 procent van de geblokkeerde websites toebehoren aan hindoe-fundamentalistische organisaties die het conflict in Assam gebruiken om minderheden tegen elkaar op te zetten en daar een politiek slaatje uit te slaan. Zij verstuurden ook een groot deel van de sms’jes.

„Met censuur los je het probleem niet op”, zegt Madhu Chandra van de hulplijn. „Breng economische groei en goed onderwijs naar het noordoosten. Anders komen de jongeren ze in andere delen van India halen.”