Column

Schrijven op dood water

Je bent lekker op vakantie, hebt De drinker van Hans Fallada uit en koopt maar eens een Spaanse krant met een boekenbijlage. In een klap terug in de realiteit: vier volle pagina’s over de toekomst van de roman, onder de kop ‘La muerta viva’.

De levende dood, die kop geeft het antwoord een beetje weg. Eduardo Mendoza was voor het stuk gebeld tijdens zijn vakantie, omdat hij 14 jaar geleden al schreef dat romans alleen nog amusement zijn. Hij zei nu dat niet de roman uitsterft, maar de klassieke 19de-eeuwse lezer, die zich via romans wil verhouden tot de grote vragen van de wereld.

Een andere schrijver memoreerde in het stuk hoe in de VS de anekdote de ronde doet dat in de toekomst alleen schrijvers met meer dan 5000 Facebookvrienden nog een boek mogen publiceren.

Daphne Deckers heeft er 259 en komt volgende maand met haar eerste roman; is dat dan een argument vóór of tegen de dood van de roman?

De dezer dagen alom betreurde Willem G. van Maanen heeft zijn oeuvre geheel zonder Facebookvrienden weten te publiceren, de meeste van zijn boeken zullen de 5000 kopers ook niet hebben gehaald. In zijn prachtige verhaal ‘Schrijven op het water’ besluit een schrijver zich op te sluiten op een boot om daar als een ambachtsman elke dag een kort verhaal te schrijven. Hij heeft genoeg van de hoogdravende kunstenaarspraat in zijn kennissenkring (hij stopt met Facebook, zou je nu zeggen) en maakt elke dag een verhaal. Maar zijn verhalen zijn niet goed en hij raakt afgeleid door een vakantievierende man die hij door zijn kijker in de verte kan zien. Hij geeft zijn isolement op en verlaat zijn boot. Hij moet de wereld in, zich verhouden tot de vragen van de wereld – in de woorden van Mendoza.

Willem Jan Otten schreef dinsdag in een mooi in memoriam in Trouw: ‘Als er één schrijver een ‘‘naoorlogse auteur’’ is geweest, dan […] Willem G. van Maanen.’ Volgens Otten is Van Maanen (geboren in 1920) altijd geobsedeerd gebleven door zijn verzetswerk en dan vooral door de gedachte dat hij kennelijk bereid was daarvoor te sterven. In de week voor zijn dood vertelde Van Maanen aan Otten ‘dat hij niet begreep waarom hij geschreven had’.

Misschien schuilt daarin de overlevingskracht van de literatuur: dat er mensen zijn die zich door romans en verhalen te schrijven verbinden met de wereld. En dat ze niet precies kunnen zeggen waarom.